Alternatieven dierproeven
Vervanging, vermindering en verfijning
In de Wet op de dierproeven (Wod) staat dat het verboden is om een dierproef te doen als het onderzoeksdoel ook bereikt kan worden met methoden waarbij geen dieren (Vervanging), of minder dieren (Vermindering) worden gebruikt of waarbij methoden worden gebruikt die zo min mogelijk de gezondheid en het welzijn van de proefdieren aantasten (Verfijning). In de volksmond wordt dit alles onder de term ‘alternatieven' geschaard. De Dierenbescherming (en velen in het dierproevenveld) spreekt liever van de drie V's in plaats van ‘alternatieven'.
Vervanging van een dierproef is niet altijd een op een mogelijk, maar in de loop van de jaren zijn diverse alternatieven ontwikkeld, zoals:
- cel- en weefselkweken van dierlijke of menselijke lichaamsmaterialen (in vitro);
- het gebruik van computerprogramma's, zowel in het onderzoek als in het onderwijs;
- computergestuurde robots om supersnel veel stoffen te testen;
- gebruik maken van slachtafval/-materiaal;
- inzet van menselijke vrijwilligers en studies vóór, maar ook lange tijd na de introductie van medicijnen of therapieën;
- preventie, dus het voorkomen van aandoeningen; zo kunnen huidige welvaartziekten worden bestudeerd door grote groepen mensen langdurig te volgen (=epidemiologie)
In Nederland en diverse andere Europese landen zijn organisaties in het leven geroepen om speciaal aandacht te geven aan de invulling van de drie V's. In Nederland is dat sinds 1994 het Nationaal Centrum Alternatieven voor dierproeven (NCA).
In 1991 werd het ‘European Center for the Validation of Alternative Methods' (ECVAM - Europees Centrum voor de Validatie van Alternatieve Methoden) opgericht en is gevestigd in Ispra in Italië. Deze organisatie heeft als doel het stimuleren van het gebruik van alternatieve methoden die het gebruik van dierproeven verminderen, verfijnen en/of vervangen. ECVAM is van groot belang voor het terugdringen van dierproeven in de EU. Eurogroup for Animals onderhoudt nauwe contacten met ECVAM.
Visie Dierenbescherming
Voor de Dierenbescherming gaat het bij ‘alternatieven' om meer dan alleen de drie V's. Zij vindt het eveneens belangrijk dat onderzoekers hun houding ten opzichte van diergebruik in onderzoek herzien. Dat wil zeggen dat bij een wetenschappelijke vraag allereerst nagegaan moet worden of deze zonder het gebruik van dieren beantwoord kan worden. Ook zal er nadrukkelijk nagegaan moeten worden of er niet elders dezelfde of vergelijkbare dierproeven zijn of worden gedaan, waarvan men de resultaten kan gebruiken. Daarmee wordt voorkomen dat dierproeven dubbel worden gedaan. Dit is bijvoorbeeld ook van wezenlijk belang bij wettelijk voorgeschreven veiligheidstests.
Niet alleen de bedrijven, instellingen en onderzoekers zijn verantwoordelijk voor het terugdringen, maar ook de overheid heeft hierin een belangrijke rol. De Dierenbescherming spreekt haar daar dan ook regelmatig op aan. Wij vinden onder andere dat de financiering voor het reguliere proefdieronderzoek in scheve verhouding staat tot het onderzoek naar de methoden die vallen onder de drie V's.
De Dierenbescherming collecteert eenmaal per jaar. Wilt u direct iets betekenen voor de dieren in uw regio, meld u dan aan als collectant!



