Castratie van biggen
Het vlees van mannetjesvarkens (beren) kan bij verhitting een onaangename geur geven: de 'berengeur'. Om te voorkomen dat consumenten hiermee bij het bereiden van vlees geconfronteerd worden, worden alle beertjes standaard in de eerste zeven levensdagen (onverdoofd) gecastreerd. Hierdoor is de kans op 'berengeur' vrijwel nihil.
Waarom stopt men niet met castreren?
Alle betrokken partijen willen dat er een eind komt aan castratie: het is onaangenaam werk, niet-gecastreerde beertjes groeien beter en zijn minder gauw ziek. Men gaat er echter mee door omdat slagerijen en supermarkten de garantie willen dat vlees van ongecastreerde varkens niet stinkt. Deze garantie kan helaas niet gegeven worden.
Wat vindt de Dierenbescherming ervan?
De Dierenbescherming vindt dat er een eind moet komen aan castratie, omdat het een zeer pijnlijke ingreep is die allerlei gevolgen voor de ontwikkeling en de gezondheid van het varken heeft. Wij proberen in dialoog met de sector en wetenschappers al vele jaren een eind te maken aan deze onnodige ingreep.
Wat doet de Dierenbescherming eraan?
- Nadat de Dierenbescherming in 2004 met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven alle aspecten van castratie nog eens tegen het licht heeft gehouden is er bij het bedrijfsleven meer draagvlak ontstaan hier wat aan te doen (zie de nota ‘Meer beren op de weg’)
- Op voorstel van de Dierenbescherming zijn de biologische varkenshouders in 2007 overgestapt op castreren onder verdoving.
- In november 2007 besloten de koepels van varkenshouders, slachthuizen en supermarkten dit goede voorbeeld te volgen. In een verklaring, mede ondersteund door de Dierenbescherming, kondigt het bedrijfsleven aan vanaf 2009 nog alleen varkensvlees te verkopen afkomstig van varkens waarvan de beertjes verdoofd zijn gecastreerd. En het bedrijfsleven werkt, samen met de Dierenbescherming en de overheid, mee aan onderzoek om tegen 2015 helemaal te stoppen met castreren.
- De varkenshouders van Milieukeur 'De Hoeve' hebben hier niet op gewacht en zijn half 2007, met steun van de Dierenbescherming, al gestopt met castreren. Het vlees van deze varkens wordt onder meer verkocht bij supermarkt CoopCodis, een groot aantal Keurslagers en de cafetaria’s van La Place.
- In 2008 hebben wetenschappers van de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit een methode ontwikkeld voor het onder volledige verdoving castreren van biggen. De Dierenbescherming heeft in de begeleidingsgroep van dit onderzoek gezeten.
- Inmiddels zijn vrijwel alle Nederlandse varkensfokkers na een korte cursus overgestapt op castreren onder volledige verdoving en is vrijwel al het varkensvlees in Nederlandse supermarkten hiervan afkomstig. Of er inderdaad verdoofd gecastreerd wordt wordt gecontroleerd in het kader van de IKB kwaliteitsborgingssystemen.
- De Duitse slachterij Tönnies heeft zijn Nederlandse afnemers, onder andere Super de Boer en Plus, beloofd om vanaf september 2009 alleen nog varkensvlees te leveren afkomstig van biggen waarvan de mannetjes in het geheel niet zijn gecastreerd. De Dierenbescherming heeft slachterij Tönnies bezocht en afspraken gemaakt over de onafhankelijke borging dat de varkens inderdaad niet worden gecastreerd en het vlees hiervan aan de Nederlandse supermarkten wordt geleverd.
Al met al lijkt het einde van varkenscastratie in zicht te komen.
De Dierenbescherming collecteert eenmaal per jaar. Wilt u direct iets betekenen voor de dieren in uw regio, meld u dan aan als collectant!




