Vee-industrie
Nederland houdt een onvoorstelbaar aantal landbouwhuisdieren: meer dan 400 miljoen per jaar. Het gaat dan om dieren als varkens, runderen, kippen, eenden, kalkoenen, konijnen en vissen. Ruim 95 procent leeft in de vee-industrie, weggestopt in schuren met krappe hokken, moeten zij tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk produceren: het gevolg is een leven vol stress, pijn en verveling.
Toekomst van de veehouderij
De veehouderij is de afgelopen decennia steeds verder geïndustrialiseerd. Kijk maar naar de megastallen, veefabrieken waar de dieren niet meer zijn dan een productiemiddel. De Dierenbescherming wil deze ontwikkeling ombuigen. Er moet letterlijk en figuurlijk meer ruimte komen voor dierenwelzijn. De veehouderij zal zich meer moeten richten op het creëren van ‘vlees, zuivel en eieren met meerwaarde', waarbij die meerwaarde ook slaat op beter dierenwelzijn.
Om die reden introduceerde de Dierenbescherming het Beter Leven kenmerk. Het kenmerk stimuleert veehouders om het dierenwelzijn voor hun dieren te verhogen. Hoe meer verbeteringen ze aanbrengen voor het welzijn van de dieren, hoe meer sterren hun product krijgt. Voor de consument biedt het Beter Leven kenmerk een duidelijke indicator van hoe diervriendelijk dierlijke producten geproduceerd zijn.
Dieren in de veehouderij
| Vleeskuikens | 350.000.000 |
| Legkippen | 41.000.000 |
| Varkens | 23.000.000 |
| Eenden | 5.000.000 |
| Kalkoenen | 5.000.000 |
| Pelsdieren | 4.000.000 |
| Konijnen | 3.000.000 |
| Melkkoeien | 1.400.000 |
| Vleeskalveren | 1.300.000 |
| Vleesrundvee | 700.000 |
| Vissen | niet geteld |
De Dierenbescherming krijgt geen overheidssubsidie. Zonder de steun van onze leden kunnen wij ons werk niet doen. Word dus vandaag nog lid.




