Gezondheids- & welzijnswet
Bescherming van het welzijn
Binnen de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD, 1992) worden allerlei regels gesteld ter bescherming van het welzijn van dieren. De meeste van die regels, zoals het Kalverenbesluit en het Legkippenbesluit betreffen een ‘vertaling' van Europese wetgeving in Nederlandse regels. Er zijn echter ook regels die vrijwel alleen gebaseerd zijn op Nederlands beleid, zoals het Ingrepenbesluit dat regelt dat lichamelijke verminkingen alleen zijn toegestaan als daar een zwaarwegende reden voor is.
Intrinsieke waarde van het dier
De GWWD gaat uit van de erkenning van de intrinsieke waarde (eigen waarde) van het dier: ieder dier heeft een eigen waarde, los van eventuele menselijke belangen. Vanuit deze erkenning mag niet zomaar alles met een dier gedaan worden. Om dit principe handen en voeten te geven, wordt het 'nee, tenzij'-beginsel gehanteerd: inbreuken op de eigen waarde van het dier zijn niet toegestaan, tenzij daarvoor een zwaarwegende reden is. Is dat het geval, dan moeten de nadelen voor het dier zo beperkt mogelijk gehouden worden.
De Dierenbescherming is voor 100% giftafhankelijk. Zonder uw steun kunnen wij ons werk niet doen. Word dus vandaag nog lid.




