Grondbeginselen
De Dierenbescherming gaat in haar werk uit van twee grondbeginselen:
De erkenning van de eigen waarde van dieren
Alle dieren hebben een eigen (intrinsieke) waarde. Dat betekent dat dieren zelfstandige wezens zijn. Ze zijn het waard om als doel op zichzelf behandeld te worden en niet als middel voor anderen. De waarde van een dier kan niet herleid worden tot zijn waarde voor andere wezens. Daarom moet met het dier moreel rekening gehouden worden. Daarom ook behoren dieren met respect behandeld te worden als zelfstandige wezens met gevoelens, bewustzijn en integriteit.
Zorgplicht
Het is de plicht van de mens, onafhankelijk van verschillen in religie of filosofische opvattingen, om dieren te beschermen, goed te behandelen, een houding van medeleven en goede gezindheid tegenover hen aan te kweken, hun vrijheid en hun eigen levenssfeer te respecteren en hun leven te sparen zoveel dat mogelijk is.
Hoe zorgt u voor de dieren na uw overlijden? Benoem de Dierenbescherming als erfgenaam in uw testament.




