GWWD
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Sinds 23 september 1992 is de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) van kracht. Deze wet regelt de bescherming van het welzijn en de gezondheid van gehouden dieren. Hij geeft regels voor het verrichten van lichamelijke ingrepen, het doden, de huisvesting, het fokken, verkopen en verloten van dieren, het vervoer en het gebruik van dieren bij wedstrijden. Verder zijn er regels in de wet opgenomen over het verrichten van biotechnologische handelingen met dieren en zijn er regels vastgelegd over agressieve dieren, het fokken van vee, de export van dieren en de wijze van toezicht en opsporing.
Uitgangspunt: eigen waarde dieren
De GWWD gaat uit van de intrinsieke waarde (eigen waarde) van het dier. Dat houdt in dat een dier wordt bekeken op basis van zijn eigen waarde en niet op de waarde die mensen het dier toekennen op grond van het nut dat het heeft voor de mens. De wet gaat uit van het 'nee, tenzij'-beginsel. Dat betekent dat de meeste bovengenoemde handelingen met dieren zijn verboden, tenzij de wetgever bepaalde handelingen expliciet toestaat.
Nog niet klaar
De GWWD is een kaderwet. Dat betekent dat hij moet worden ingevuld met aparte maatregelen van bestuur. Sinds 1992 zijn er 27 algemene maatregelen van bestuur gekomen en 32 ministeriële regelingen. Nog steeds zijn 21 artikelen van de wet niet in werking, zoals de lijst die aangeeft welke dieren gehouden mogen worden, of de gevallen waarin dieren gedood mogen worden.
Hoe zorgt u voor de dieren na uw overlijden? Benoem de Dierenbescherming als erfgenaam in uw testament.




