Wild zwijn
Het wilde zwijn staat op de rode lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren van Nederland. De stand is stabiel maar de populaties zijn klein en versnipperd. Het zijn vooral schemering- en nachtdieren - ze zoeken overdag graag zonnige of warme rustplekjes.
Ze zijn normaal gesproken bronstig in november/december en in maart/april. Er worden gemiddeld drie tot zes jongen geworpen. Een tweede kleinere worp kan voorkomen als er een goed mastjaar is (veel eikels en beukennootjes) of als de eerste jongen zijn gestorven.
Zoelen
Zwijnen zijn vlug en behendig. Een favoriete bezigheid van de zwijnen is het zogenaamde 'zoelen', waarbij ze zich in de modder wentelen en tegen een boom aan schurken om zich van parasieten te ontdoen.
Voedsel
Het zwijn eet vooral planten zoals grassen en kruiden en de ondergrondse delen hiervan zoals wortels en knollen. Hierbij wroeten ze met hun wroetschijf (neus) in de grond. In de herfst eten ze eikels en beukennoten. Een enkele keer eten ze ook insecten, wormen, slakken, kleine knaagdieren en aas. Ze hebben relatief veel voedsel nodig omdat ze een dikke speklaag moeten opbouwen voor de winter.
Jacht
De dieren worden bejaagd wegens ‘schade' die zij het bos toebrengen. Drijfjacht is inmiddels gelukkig verboden, maar door een politiek woordspel wordt nog wel toestemming gegeven voor ‘drukjacht', een vorm van drijfjacht.
Visie Dierenbescherming
Afrasteringen
Schade aan landbouwgewassen door zwijnen is eenvoudig te voorkomen door het plaatsen van afrasteringen. Hierdoor is jacht niet nodig. De dieren passen prima in het ecosysteem. De enige 'schade' die zwijnen toebrengen, ontstaat doordat ze de bovenste laag grond omwoelen. Hierdoor kunnen jonge boompjes ontworteld worden. De positieve invloeden zijn echter veel groter. Door het woelen wordt de grond gemengd en luchtig gemaakt, waardoor zaden makkelijker ontkiemen en er een betere voedingsbodem ontstaat.
Jacht: Onnodig & wreed
De Dierenbescherming vindt dat het vervangen van drijfjacht door drukjacht niets oplost. Het is slechts een woordspel waar de wilde zwijnen de dupe van worden. Jachtvormen als drijfjacht zijn onnodig, wreed, niet-efficiënt en verstorend voor alle dieren. Voor een kleine groep jagers die drijfjacht beoefenen (400 tot 600 jagers), wordt blijkbaar alles gedaan om hun hobby te behouden. Er worden tweemaal zoveel dieren geboren als normaal (door fors bij te voeren met honderdduizenden kilo's maïs en varkensbrokken), wat de jagers een excuus geeft de dieren af te schieten.
Als ingrijpen in de populatie echt nodig is, dan zou dit op professionele wijze moeten gebeuren. Dan moet wel eerst de noodzaak objectief aangetoond zijn en moeten alle alternatieven zijn onderzocht.
Met een eenmalige schenking helpt u ons weer een stapje verder op weg naar een diervriendelijke samenleving.




