Konijnen
In de vee-industrie leven konijnen in kale en zeer krappe kooien waarin ze niet normaal kunnen bewegen. Ze hebben geen materiaal om aan te knagen of in te graven, zoals ze dat in de natuur doen. Het sterftecijfer ligt dan ook hoog. Van de jonge konijnen sterft 15 procent vóór ze bij de moeder (voedster) worden weggehaald en nog eens 10 procent daarna. De meeste voedsters gaan nog geen jaar mee, omdat ze ziek zijn of niet voldoende jongen produceren.
Ziekten en pijnlijke wonden
De kooi bestaat uit dun draadgaas. Hierdoor lopen de dieren pijnlijke wonden in hun voetzolen op. Ook vertonen veel konijnen abnormaal gedrag en lijden aan diverse ziekten. Door het gebrek aan beweging hebben de voedsters weke botten en problemen met hun rug.
Onze visie
Konijnen moeten hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Eenzame opsluiting is dan ook onacceptabel. De dieren (voedsters en mestkonijnen) moeten in groepsverband worden gehouden, in ruime hokken met strooisel op de vloer. De draadgaasbodems moeten verboden worden. Er moeten afsluitbare nestkasten zijn waar voedsters in alle rust hun jongen kunnen werpen. En de dieren moeten hooi, stro en takjes hebben om op te knagen. Als het houden van konijnen niet diervriendelijker kan, mogen ze wat ons betreft sowieso niet voor vleesproductie gehouden worden.
Vrijwilligerswerk bij de Dierenbescherming is leuk, leerzaam en vooral zinvol. Geef u vandaag nog op als vrijwilliger!




