Standpunten
Actuele standpunten
- Biotechnologie bij dieren
De Dierenbescherming is tegen elke vorm van biotechnologie bij dieren. Deze technologie schaadt de eigen waarde van het dier en maakt dat dieren meer dan ooit worden beschouwd als ‘dingen’ of ‘producten’. Biotechnologie betekent niet alleen een bedreiging van de gezondheid en het welzijn van het dier, maar tast zijn integriteit (eigenheid, gaafheid, heelheid) fundamenteel aan door verandering van zijn genetische code (erfelijke eigenschappen). Ook leidt biotechnologie tot een enorme groei van het aantal ingezette proefdieren, wat indruist tegen ons doel om dierproeven helemaal af te bouwen.
Zie ook ons standpunt over genetische manipulatie en kloneren van dieren.
- Jacht als schadebestrijding
Dieren in het wild moeten met rust gelaten worden. Hiervan kan slechts worden afgeweken wegens andere, zwaarwegende belangen zoals substantiële schade aan gewassen of verkeersonveiligheid. Een aantal diersoorten wordt steeds genoemd in het kader van schadebestrijding.
Ganzen/zwanen
Als ganzen of zwanen schade dreigen te veroorzaken, moeten ze niet gedood worden maar verjaagd. Ook kunnen populaties worden gevangen en overgebracht naar een andere plek waar ze minder overlast veroorzaken. De overheid zou meer geld en middelen moeten inzetten voor de ontwikkeling van alternatieve schadebestrijding en –preventie. Zo kan de groei van de populatie worden ingeperkt door nestbeheer (eieren schudden e.d.) en kunnen gebieden waar de dieren niet welkom zijn, voorgoed onaantrekkelijk worden gemaakt (b.v. voedselbron weghalen of onbereikbaar maken).Vossen
Schade door vossen moet diervriendelijk voorkomen dan wel bestreden worden. Doden van het dier is onnodig en het helpt ook niet. Elke vrijgevallen plek wordt weer door een nieuwe vos ingenomen. Vossen hebben in Nederland nog altijd het stigma van kippen- en schapendoder, veroorzaker van een lage weidevogelstand en overbrenger van ziekten als rabiës. Ten onrechte:- Een degelijke, ingegraven omheining voorkomt het incidenteel doden van kippen door vossen; meestal zal een vos echter de bewoonde gebieden vermijden.
- Een vos doodt geen volwassen schapen, die zijn veel te groot voor hem.
- De vos is niet de directe veroorzaker van een lage weidevogelstand. Deze stelling wordt door recent wetenschappelijk onderzoek bevestigd. Echte oorzaken zijn onder meer verlaging van de grondwaterstand, bemesting en land-, wegen- en woningbouw.
- Rabiës komt in Nederland allang niet meer voor.
Muskusratten
Alleen al in 2009 werden 155.000 muskusratten gedood omdat ze schade zouden veroorzaken aan dijken en oevers. De noodzaak van dit massale doden is echter nooit wetenschappelijk bewezen. Zo staat niet vast dat er een relatie is tussen het aantal muskusratten en de schade aan dijken en oevers. Ook is er geen wetenschappelijk bewijs voor dat het aantal muskusratten explosief zal groeien als we stoppen met het doden.
De Dierenbescherming, Bont voor Dieren en de Faunabescherming hebben in februari 2011 de waterschappen opgeroepen te stoppen met het doden van muskusratten. In het rapport 'Op alternatieve wijze schade voorkomen' stellen zij voor dijken zodanig aan te passen, dat muskusratten en andere gravers niet meer kunnen graven. Verder worden mogelijkheden beschreven om de kwaliteit van oevers en dijken in de gaten te houden, bijvoorbeeld met sensoren. Een online petitie om dit kracht bij te zetten, werd door bijna 11.000 mensen ondertekend.
- Onverdoofd ritueel slachten
De Dierenbescherming vindt dat het onverdoofd ritueel slachten van dieren verboden moet worden en heeft daar dan ook nationaal en internationaal voor gepleit. Onverdoofd slachten is heel stressvol en pijnlijk: de dieren worden ervoor op hun zij of rug gelegd, het aansnijden van de keel is pijnlijk, en afhankelijk van de diersoort en de wijze waarop de keel wordt doorgesneden, kan het enkele tot tientallen seconden duren voor het dier buiten bewustzijn is.
Voorjaar 2011 buigt de Tweede Kamer zich over een wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om onbedwelmd slachten alsnog te verbieden. Vooralsnog lijkt een meerderheid van de Kamer dit wetsvoorstel te steunen. Jammer genoeg staan de orthodox Joodse gemeenschap en een deel van de Islamitische gemeenschap niet open voor bedwelmd slachten. Daar staat tegenover dat een groot deel van de Islamitische gemeenschap mede dankzij inzet van de Dierenbescherming wel akkoord is met bedwelmen voorafgaand aan het slachten. Er wordt dan gekozen voor ‘reversibele bedwelming’, een bedwelming waar het dier in principe weer uit kan ontwaken.
Helaas kun je aan het predikaat ‘Halal’ (= voldoend aan de Islamitische voorschriften) op vlees niet zien of er sprake is van bedwelmde of onbedwelmde slacht. Daarom dringt de Dierenbescherming erop aan dat dit uitdrukkelijk op het vlees vermeld wordt, zodat mensen niet ongewild vlees kopen van onbedwelmd geslachte dieren. Op verzoek van de Dierenbescherming hebben de supermarkten geregeld dat zij alleen Halal-vlees verkopen van bedwelmd geslachte dieren.
Standpunten in alfabetische volgorde
- Biotechnologie bij dieren
De Dierenbescherming is tegen elke vorm van biotechnologie bij dieren. Deze technologie schaadt de eigen waarde van het dier en maakt dat dieren meer dan ooit worden beschouwd als ‘dingen’ of ‘producten’. Biotechnologie betekent niet alleen een bedreiging van de gezondheid en het welzijn van het dier, maar tast zijn integriteit (eigenheid, gaafheid, heelheid) fundamenteel aan door verandering van zijn genetische code (erfelijke eigenschappen). Ook leidt biotechnologie tot een enorme groei van het aantal ingezette proefdieren, wat indruist tegen ons doel om dierproeven helemaal af te bouwen.
Zie ook ons standpunt over genetische manipulatie en kloneren van dieren.
- Bont
De Dierenbescherming is tegen het produceren en dragen van bont. Bont is een luxeproduct dat geen dierenleed rechtvaardigt. Er zijn immers vele andere, diervriendelijker manieren om warme, modieuze en luxe kleding te maken. Pelsdieren zoals nertsen, vossen en chinchilla's, zijn van oorsprong in het wild levende, niet-gedomesticeerde dieren. Het zijn dieren die totaal ongeschikt zijn om door mensen in gevangenschap gehouden te worden.
Samen met stichting Bont voor Dieren heeft de Dierenbescherming jarenlang campagne gevoerd tegen pelsdierfokkerijen. Met succes: het houden van vossen en chinchilla’s voor bont is al verboden in ons land, het houden van nertsen is met ingang van 2024 verboden en wordt in de tussentijd afgebouwd.
- Circussen met dieren
De Dierenbescherming is tegen het gebruik van dieren in circussen. Het laten optreden van dieren is in strijd met de erkenning van de eigen waarde en het soorteigen gedrag van het dier. Tijdens optredens moeten de dieren onnatuurlijke kunstjes vertonen, die hen onder dwang en met soms zeer dieronvriendelijke methoden zijn aangeleerd. Dit kan ernstig lijden van de dieren tot gevolg hebben. Daarnaast worden ze buiten de optredens en trainingen in zeer krappe, kale hokken gehuisvest, waarin ze ook vervoerd worden. Het veelvuldig voorkomende transport van de dieren schaadt hun welzijn.
- Correctiemiddelen
De Dierenbescherming is tegen het gebruik van technische correctiemiddelen, omdat ze alleen aan symptoombestrijding doen en de oorzaak (al dan niet verkeerd aangeleerde gewoonten, handelingen uit verveling, irritatie of pijn, gedragsstoornissen e.d.) niet aanpakken. Alleen als andere methoden (zoals gedragstherapie) falen, kan aan deze correctiemiddelen worden gedacht, maar dan uitsluitend in handen van deskundigen.
Technische hulpmiddelen zouden niet vrij in de winkel te koop moeten zijn. Ze zouden voorbehouden moeten zijn aan vakbekwame mensen en slechts onder leiding van deskundigen mogen worden gebruikt.
- Dieren in de media
De Dierenbescherming is tegen het gebruik van dieren in de media, op radio en tv, film en reclame, omdat dit in strijd is met de erkenning van de eigen waarde en het soorteigen gedrag van dieren. Ook tast het in veel gevallen de gezondheid en het welzijn van de dieren aan. De dieren worden veelal gedegradeerd tot een te bekijken object, een publiekstrekker of ze worden (met name in reclame) belachelijk gemaakt.
Voor educatieve doeleinden zouden dieren ingezet kunnen worden, maar dan nog moeten integriteit, gezondheid en welzijn van de dieren behouden blijven. Denk aan filmopnamen van dieren in het wild, of TV-programma's waarbij onder andere actualiteit, medische voorlichting en educatie voorop staan.Code omgang dieren in TV-programma’s
In mei 2011 lanceerde de Dierenbescherming voor omroepen een code voor verantwoord gebruik van dieren in programma’s. Bekijk de code
- Dierentuinen
De Dierenbescherming vindt dat dieren in vrijheid moeten kunnen leven, in een natuurlijke omgeving. Hoewel de Dierenbescherming dus zeer kritisch staat tegenover dierentuinen, ziet zij de belangrijke maatschappelijke rol die dierentuinen kunnen hebben. Het gaat dan vooral om educatie en het oproepen van respect bij mensen voor dieren en natuur.
De Dierenbescherming vindt daarom dierentuinen toelaatbaar onder de volgende voorwaarden:
- Dierentuinen houden uitsluitend diersoorten die qua aard geschikt zijn om in gevangenschap te houden.
- De soortspecifieke behoeften van de dieren moeten centraal staan bij de wijze waarop ze gehuisvest en verzorgd worden.
- De wettelijke huisvestings- en verzorgingseisen uit het Dierentuinbesluit zijn niet afdoende om het welzijn van dieren in dierentuinen te waarborgen. Wij streven dan ook naar een keurmerk, dat uitsluitend wordt verleend aan dierentuinen die aan de hoogste eisen qua dierenwelzijn voldoen. Enkele eisen:
- Er worden alleen diersoorten gehouden die qua aard geschikt zijn om in gevangenschap te leven (in principe géén diersoorten die uit het wild gevangen moeten worden).
- Het fokbeleid is in evenwicht met de instandhouding van de populatie, eventueel door uitwisseling met andere erkende dierentuinen. Ook mag het fokbeleid niet leiden tot inteelt. Er wordt niet gefokt voor commerciële handel.
- Dierentuinen wisselen alleen dieren uit met andere erkende dierentuinen en verkopen/ruilen geen dieren aan/met handelaren.
Met het keurmerk zoeken we aansluiting bij de reeds bestaande gedragscodes van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD).
- Dierenwinkels
De Dierenbescherming staat zeer kritisch tegenover dierenwinkels. Zorgwekkend is dat er momenteel alleen wettelijke regels zijn voor de handel in honden en katten. Die regels staan in het Honden- en Kattenbesluit 1999. Voor alle andere diersoorten zijn zulke regels er (nog) niet, maar die moeten er zo snel mogelijk komen.
De Dierenbescherming stelt de volgende eisen aan de bedrijfsmatige omgang en handel met dieren :
- Er moet wettelijke worden vastgesteld wat we verstaan onder ‘bedrijfsmatige omgang met dieren'. Hiervoor moet regelgeving komen.
- In de wetgeving moeten regels komen voor:
- vergunning en een vakbekwaamheidsdiploma,
- plicht om de aanwezige dieren te identificeren en registreren,
- plicht om alle 'relevante' inentingen te geven,
- plicht om te voldoen aan voorgeschreven huisvestings- en verzorgingseisen.
- Er mag alleen handel in dieren plaatsvinden die volgens de wet geschikt zijn om te worden gehouden.
- Het fokken en verhandelen van agressieve dieren moet worden verboden.
- Dierenhandel op markten moet worden verboden (geldt al voor honden en katten). Ook moet er een verbod komen op alle (overige) straathandel.
- De verkoop van dieren aan personen onder de 16 jaar moet verboden blijven.
- Verkochte dieren moeten zijn voorzien van identificatie en registratie (o.a. tatoeage, transponder, dierenpaspoort e.d.). Er moet een identificatieplicht zijn voor de verkoper en er moet een overschrijvingsplicht gelden.
- Dierenwinkels moeten voldoen aan al deze eisen en regels, en natuurlijk alle regels van het Honden- en kattenbesluit. Dierenverkopers moeten deskundige voorlichting kunnen geven over de aanschaf en het houden, huisvesten en verzorgen van dieren.
- Dierproeven voor geneesmiddelen
De Dierenbescherming vindt dat dierproeven uiteindelijk moeten verdwijnen, ook dierproeven voor geneesmiddelen. Dierproeven die een fundamenteel gezondheidsbelang dienen voor mens en dier, moeten stap voor stap worden afgebouwd volgens de drie V’s: Vermindering, Verfijning en uiteindelijk Vervanging (door diervriendelijke methoden).
De Dierenbescherming pleit voor het vervangen van dierproeven door alternatieve testmethoden waarbij geen gebruik wordt gemaakt van dieren. Diervrije alternatieve (test)methoden, die goedgekeurd zijn door het European Centre for the Validation of Alternatives Methods (ECVAM), moeten zo snel mogelijk in Nederlandse en Europese onderzoeksprotocollen verplicht worden en dierproeven zullen moeten worden verboden.
Dierproeven ten bate van de cosmetische industrie, van huishoudelijke producten of van de oorlogsindustrie wijzen wij nu al zonder meer af.
- Dolfinaria
De Dierenbescherming is tegen het vangen en houden van zeezoogdieren in het kader van tradities, folklore of sport, alsmede van show en vermaak, zoals dolfinaria en zeeaquaria.
Redenen:- De huisvesting is per definitie onvoldoende in vergelijking met de enorme ruimte die de dieren in de natuur hebben en gebruiken.
- Hun sonargebruik raakt ‘overbelast’ en stopt met functioneren.
- De voortplanting in gevangenschap geeft problemen: de jongen worden doodgeboren of sterven kort na geboorte.
- Natuurlijke verrijking en uitdagingen in gevangenschap zijn niet of nauwelijks te realiseren.
- Duivensport
De Dierenbescherming is tegen de duivensport omdat er zulke grote belangen (prestige, geld) mee gemoeid zijn, dat de kans op aantasting van de gezondheid en het welzijn van de dieren veel te groot is. Omdat het in de aard van duiven ligt te willen vliegen, hoeft het vliegen van postduiven geen afbreuk te doen aan gezondheid en welzijn van de dieren.
De Dierenbescherming is echter tegen:- Wedstrijdvluchten waarbij (geldelijk) gewin wordt geplaatst boven gezondheid en welzijn van de dieren;
- het uitsluitend houden en handhaven van snelle en foktechnisch goede wedstrijdduiven, terwijl de overige duiven worden afgedankt of als slachtduiven worden afgevoerd;
- het inzetten van te jonge, niet goed voorbereide duiven, met als gevolg dat ze onderweg verdwalen of sterven;
- het gebruik van doping (bijv. corticosteroïden om de rui te remmen) en trucs als het weduwespel (mannetje wordt langere tijd van het vrouwtje gescheiden) of het nestspel (een broedende duif wordt op een vlucht gezet);
- het vliegen over te lange afstanden. Het transport van duiven moet tot maximaal acht uur (500 km) worden beperkt, op den duur moet een maximum gelden van vier uur (250 km).
- Fokken van huisdieren
De Dierenbescherming is tegen het fokken van (ras)dieren als daar afwijkingen door ontstaan die de gezondheid en/of het welzijn van het dier aantasten. Wij pleiten daarom voor strenge regels voor het fokken van dieren. De eigen waarde, natuurlijke geaardheid, gezondheid en welzijn van het dier moeten daarbij voorop staan.
Het fokken en verhandelen van agressieve dieren moet verboden worden.
- Gedrags- en gehoorzaamheidscursussen
De Dierenbescherming staat zeer positief tegenover gedrags- en gehoorzaamheidscursussen voor honden, mits deze door deskundigen worden gegeven. Iedere hondeneigenaar zou eigenlijk een gedragscursus met zijn dier moeten volgen. De Dierenbescherming heeft een eigen cursus Gehoorzame Huishond ontwikkeld en heeft door het hele land hondenscholen.
Lees meer over onze hondenscholen
- Genetische manipulatie van dieren
De Dierenbescherming is tegen genetische manipulatie van dieren. Deze techniek is in strijd met de erkenning van de intrinsieke waarde (eigen waarde) van dieren. Men overschrijdt soortgrenzen en geeft nieuwe erfelijke eigenschappen aan dieren mee, in de hoop dat de dieren datgene voortbrengen waarnaar men op zoek is. We hebben het dan over ‘transgene dieren’. Transgene dieren met ingebouwde (soortvreemde) genen hebben veelvuldig ernstige problemen met hun gezondheid. De dieren hebben regelmatig problemen met hun organen, zoals het hart. Hun immuunsysteem is vaak ontregeld en hun gewrichten zijn vaak ernstig aangetast. Maar dat niet alleen: ook de uniekheid en de integriteit van de dieren wordt aangetast. Ze worden beschouwd als 'dingen' die naar de wens van de mens kunnen worden aangepast. Genetische manipulatie leidt tot een verdergaande beheersing en 'vertechnologisering' van het dier.
- Hengelen
De Dierenbescherming is tegen hengelen. Het is eigenlijk een vorm van plezierjacht; er is geen gerechtvaardigde reden om vissen voor je plezier te vangen, te verwonden, hen angst, pijn en leed aan te doen of zelfs te doden. Realiteit is echter dat in Nederland ruim een miljoen mensen hengelen. Daaronder veel mensen die ondeskundig en onzorgvuldig met vissen omgaan. Eerste prioriteit van de Dierenbescherming is de omstandigheden voor vissen stapsgewijs door voorlichting te verbeteren. Wat ons betreft geen:
- dieronvriendelijke vangstmiddelen;
- viswedstrijden, waarbij zo veel mogelijk dieren in zo kort mogelijke tijd moeten worden gevangen;
- leefnetten/bewaarzakken, waarin de dieren langere tijd bewaard worden. Deze veroorzaken veel welzijnsproblemen door het ‘opstapelen’ van vissen.
- Hondensport
De Dierenbescherming staat zeer kritisch tegenover sport met dieren (zie ‘Sport met dieren’). Hoewel dat in principe ook geldt voor de hondensport, staan wij positief tegenover behendigheidsporten en/of andere sporten of spelletjes met honden, waarbij geen wedstrijdelement of winstbejag aanwezig is. Uiteraard moeten de dieren hierbij niet in hun gezondheid en welzijn worden aangetast. Honden hebben doorgaans veel beweging nodig en aan het spel kunnen de dieren, maar ook de eigenaren, veel plezier beleven. Het geeft de dieren veel afleiding en het versterkt de band tussen hond en baas.
Triatlon
De Dierenbescherming vindt recreatieve triatlon acceptabel, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan:- de triatlon is niet zomaar toegankelijk voor alle honden; de deelnemende honden (en bazen) moeten getraind zijn;
- training en wedstrijdreglementen moeten diervriendelijk zijn;
- er mag geen bovenmatige inspanning van de dieren worden verlangd, er moet voldoende rust zijn, de gezondheid en het welzijn mogen niet worden aangetast;
- parcours- en weersomstandigheden moeten zijn afgestemd op de te leveren prestatie (lage watertemperatuur, kou, wind, regen of hitte e.d. kunnen funest zijn);
- een dierenarts moet voor, tijdens en na de triatlon controles uitvoeren.
Windhondenrennen
De Dierenbescherming is tegen windhondenrennen, zie onder ‘Sport met dieren’.Sledehondensport
De Dierenbescherming is tegen de sledehondensport, zie ‘Sport met dieren’. Volgens de wet mogen alleen de Siberische husky, de Alaskan malamute, de Groenlandse hond, de samojeed en de eskimohond als trekhond worden gebruikt. Dit geldt dus ook voor de sledehondensport.Jachthondensport
De Dierenbescherming is tegen de jachthondensport, maar dan alleen als de honden echt voor de jacht worden ingezet. Als het spelelement overheerst en het zuiver om de gezondheid en het welzijn van de jachthond gaat, en er geen dieren worden bejaagd, is de jachthondensport acceptabel.Vee drijven
De Dierenbescherming maakt verschil tussen het beroepsmatige gebruik van honden bij vee drijven en/of schapen hoeden (bijv. de schapenkudde op de hei) en de sportieve/wedstrijdmatige variant. De beroepsmatige variant vinden we acceptabel, wedstrijdmatige variant wijzen we af (zie ‘Sport met dieren’).
- Houden van huisdieren
De Dierenbescherming is zeer terughoudend als het gaat om het houden van dieren als huisdier. Een aantal diersoorten is door de eeuwen heen goed aangepast en gewend aan een leven met en bij mensen. We noemen dat ‘gedomesticeerde’ soorten, zoals honden, katten, konijnen of parkieten. Het is acceptabel om deze dieren als huisdier te houden. Niet-gedomesticeerde dieren moeten niet gehouden worden, zeker niet wanneer:
- ze uit het wild gevangen zijn;
- ze gezien de hoge klimaat-, verzorgings- en huisvestingseisen die zij stellen, niet geschikt zijn om als huisdier te houden;
- (lichamelijke) ingrepen nodig zijn om ze te kunnen houden;
- ze behoren tot een nieuwe, nog niet in Nederland gehouden of gedomesticeerde, diersoort;
- er onvoldoende kennis over hen beschikbaar is;
- ze zich niet in gevangenschap kunnen voortplanten.
- Jacht
Bijna alle jacht in Nederland is plezierjacht. De Dierenbescherming is tegen alle plezierjacht, omdat het in strijd is met de erkenning van de intrinsieke waarde (eigen waarde) van dieren. Het vermaak van mensen weegt bovendien niet op tegen het leed dat de dieren wordt aangedaan.
Voor wat de beheerjacht betreft hanteert de Dierenbescherming het ‘nee, tenzij’-principe. Dat betekent ‘geen jacht, tenzij er geen enkele andere mogelijkheid is’. Dat leidt tot de eis dat eerst alle mogelijke diervriendelijke opties serieus geprobeerd moeten worden, alvorens er mag worden gejaagd.
- Jacht als schadebestrijding
Dieren in het wild moeten met rust gelaten worden. Hiervan kan slechts worden afgeweken wegens andere, zwaarwegende belangen zoals substantiële schade aan gewassen of verkeersonveiligheid. Een aantal diersoorten wordt steeds genoemd in het kader van schadebestrijding.
Ganzen/zwanen
Als ganzen of zwanen schade dreigen te veroorzaken, moeten ze niet gedood worden maar verjaagd. Ook kunnen populaties worden gevangen en overgebracht naar een andere plek waar ze minder overlast veroorzaken. De overheid zou meer geld en middelen moeten inzetten voor de ontwikkeling van alternatieve schadebestrijding en –preventie. Zo kan de groei van de populatie worden ingeperkt door nestbeheer (eieren schudden e.d.) en kunnen gebieden waar de dieren niet welkom zijn, voorgoed onaantrekkelijk worden gemaakt (b.v. voedselbron weghalen of onbereikbaar maken).Vossen
Schade door vossen moet diervriendelijk voorkomen dan wel bestreden worden. Doden van het dier is onnodig en het helpt ook niet. Elke vrijgevallen plek wordt weer door een nieuwe vos ingenomen. Vossen hebben in Nederland nog altijd het stigma van kippen- en schapendoder, veroorzaker van een lage weidevogelstand en overbrenger van ziekten als rabiës. Ten onrechte:- Een degelijke, ingegraven omheining voorkomt het incidenteel doden van kippen door vossen; meestal zal een vos echter de bewoonde gebieden vermijden.
- Een vos doodt geen volwassen schapen, die zijn veel te groot voor hem.
- De vos is niet de directe veroorzaker van een lage weidevogelstand. Deze stelling wordt door recent wetenschappelijk onderzoek bevestigd. Echte oorzaken zijn onder meer verlaging van de grondwaterstand, bemesting en land-, wegen- en woningbouw.
- Rabiës komt in Nederland allang niet meer voor.
Muskusratten
Alleen al in 2009 werden 155.000 muskusratten gedood omdat ze schade zouden veroorzaken aan dijken en oevers. De noodzaak van dit massale doden is echter nooit wetenschappelijk bewezen. Zo staat niet vast dat er een relatie is tussen het aantal muskusratten en de schade aan dijken en oevers. Ook is er geen wetenschappelijk bewijs voor dat het aantal muskusratten explosief zal groeien als we stoppen met het doden.
De Dierenbescherming, Bont voor Dieren en de Faunabescherming hebben in februari 2011 de waterschappen opgeroepen te stoppen met het doden van muskusratten. In het rapport 'Op alternatieve wijze schade voorkomen' stellen zij voor dijken zodanig aan te passen, dat muskusratten en andere gravers niet meer kunnen graven. Verder worden mogelijkheden beschreven om de kwaliteit van oevers en dijken in de gaten te houden, bijvoorbeeld met sensoren. Een online petitie om dit kracht bij te zetten, werd door bijna 11.000 mensen ondertekend.
- Kinderboerderijen
De Dierenbescherming vindt kinderboerderijen acceptabel, maar dan moet er wel sprake zijn van deskundige begeleiding en verzorging. Ook moeten de dieren geschikte huisvesting hebben. Kinderboerderijen kunnen van belang zijn voor de opbouw van een goede relatie tussen kind en dier door hen op verantwoorde wijze met elkaar in contact te brengen.
Fokken met dieren mag uitsluitend om de populatie op peil te houden, dus absoluut niet voor de verkoop. Als er te veel dieren komen, moet men streven naar plaatsing elders. Dat betekent dus niet doorverkopen aan de handel of afmaken van dieren.
- Kloneren van dieren
De Dierenbescherming is tegen kloneren van dieren, omdat het in strijd is met de erkenning van de intrinsieke waarde (eigen waarde) van dieren. Met deze techniek wil men massaal 'identieke' nakomelingen van een dier met gewenste eigenschappen voortbrengen. In de veehouderij, bijvoorbeeld, wil men varkens en koeien fokken van topdieren die de beste vleeskwaliteit of de meeste melk leveren. Andere toepassingen zijn de productie van biomedische eiwitten in de melk van transgene koeien en geiten, maar ook medisch onderzoek naar verouderingsprocessen en giftigheidonderzoek. Kloneren is vooral interessant in combinatie met genetische manipulatie van dieren, een techniek die de Dierenbescherming eveneens afwijst.
Gezondheids- en welzijnsproblemen zijn er ook. Zo zijn voor het verkrijgen van één kloon vele embryo's en draagmoeders nodig. De draagtijd is vaak veel langer, waardoor de jongen gemiddeld zwaarder zijn en vaak per keizersnede ter wereld moeten komen. Vlak voor de geboorte sterven meer dieren dan normaal en treedt er regelmatig onvolledige ontwikkeling van organen op, met allerlei gezondheidsproblemen tot gevolg.
Met kloneren groeit de kans dat de genetische variatie van de veestapel sterk afneemt. Dit maakt de veestapel kwetsbaarder, waardoor het risico op de uitbraak van ziekten groter wordt. Bovendien zullen ziekten zich sneller verspreiden over de veestapel.
- Kreeften koken
Kreeften dienen met zorg te worden behandeld en op een humane wijze te worden gedood. Het onbedwelmd, levend koken en het levend door midden snijden wijst de Dierenbescherming absoluut af. Omdat een kreeft relatief groot is en een dik pantser heeft, dringt de hitte te langzaam door in het hele lichaam van het dier. Het duurt tenminste 30 seconden (maar vaak langer als het water niet echt goed kookt) voor het dier dood is. Dit is veel te lang en je ziet dat het dier reageert op de hitte door te proberen te ontsnappen. Bij het levend doorsnijden verzetten de dieren zich ook heftig.
De meest humane methode is het elektrocuteren van de kreeft in een waterbad. Het dier raakt bedwelmd en kan daarna snel gekookt worden, zonder weer bij te komen.
Er is helaas geen wetgeving voor het doden van kreeften in Nederland en de EU. De Dierenbescherming zet zich al jaren in voor het invullen van wetgeving voor het doden van kreeften (en vissen).
- Kunst met dieren
De Dierenbescherming respecteert kunstuitingen, maar vindt dat ook in de kunst respectvol met (dode) dieren moet worden omgegaan. Kunstenares Katinka Simonse (Tinkebell) gebruikt in haar kunstwerken dode dieren. Hoewel de dieren niet speciaal voor dit doel worden gedood, wijzen wij de manier af waarop de dieren tentoongesteld worden. Wij hebben de kunstenares verzocht op een dierwaardige manier met dieren in haar werk om te gaan. Helaas heeft dit contact geen resultaat gehad. Voor haar kunstwerken gebruikt zij nog steeds dode katten. Op haar website laat ze op een onsmakelijke manier zien hoe zij de dieren verwerkt tot kunst (b.v. het villen van katten en de huiden gebruiken om tassen van te maken). Wij vinden deze gang van zaken verwerpelijk en dieronwaardig.
- Levende kerststallen
De Dierenbescherming is geen voorstander van levende kerststallen. Vaak leven de dieren in provisorisch gebouwde en zeer beperkte stallen. Deze tijdelijke huisvesting is ongeschikt voor dieren zoals ezels en runderen. Door de zeer beperkte ruimte kunnen de dieren niet op een natuurlijke manier reageren op allerlei verontrustende omstandigheden, zoals muziek, joelende kinderen, drukte en lawaai (van bijvoorbeeld rotjes). Dit levert de dieren veel stress op.
Daarnaast is de veiligheid van de dieren een grote zorg. Door de aanwezigheid van stro en hooi is er een groot brandrisico. Meerdere zijn dieren bij dergelijke branden omgekomen.
De Dierenbescherming pleit daarom voor kerststallen zonder levende dieren. Mocht toch besloten worden een levende kerststal neer te zetten, is het van belang in ieder geval op de volgende zaken te letten:- voldoende water en voer;
- een zachte ondergrond om op te staan en liggen;
- mensen moeten de dieren niet aan kunnen raken;
- permanente bewaking om te voorkomen dat de dieren door vandalen worden mishandeld.
- OostvaardersplassenDe Dierenbescherming vindt dat de grote grazers (heckrunderen, konikpaarden, edelherten) in de Oostvaardersplassen daar nooit uitgezet hadden mogen worden. Toch zijn de dieren daar nu eenmaal en moet er correct met ze worden omgegaan. Bijna dertig jaar na hun introductie zijn het daadwerkelijk wilde dieren geworden, die met rust gelaten moeten worden. De natuur bepaalt welke dieren er blijven leven en welke niet, net zoals dat gebeurt met bijvoorbeeld vogels, veldmuizen en vlinders. De Dierenbescherming is fel tegen het ‘preventief’ afschieten van dieren door jagers.
Mede onder druk van de Dierenbescherming is er nu een vorm van beheer waarbij de dieren zo veel mogelijk met rust worden gelaten en waarbij alleen bij duidelijk lijden wordt ingegrepen met ‘reactief afschot’. Wij mensen hebben immers een zorgplicht: bij duidelijk lijden moet worden ingegrepen.
Het huidige beheer in de Oostvaardersplassen heeft zeker pluspunten. De dieren hebben alle vrijheid om hun natuurlijke gedrag te uiten. Groepen worden gevormd en sociale structuren ontstaan, zoals die van nature ook voorkomen: hengsten met een harem terwijl een clubje jonge hengsten eromheen dwarrelt, wachtend tot hun tijd komt om een harem van een van de oudere hengsten over te nemen. Vossen die ongestoord overdag door dit tafereel heen lopen, doordat ze, in tegenstelling tot de meeste andere gebieden in Nederland, niet bejaagd worden. Het is prachtig om te zien hoe dieren in Nederland op zo'n natuurlijke wijze kunnen leven. Geen verstoring door de mens. Geen jachtactiviteiten. Geen drukke wegen die overgestoken moeten worden.
De dieren in andere natuurgebieden mogen dan misschien minder kans lopen om dood te gaan door honger of gebrek aan beschutting, maar daarvoor moeten ze wel erg veel inleveren: rust en een ongestoord leven. De Dierenbescherming kan zich daarom absoluut niet vinden in een beleid waarin jagers bepalen welk dier wanneer moet sterven.
Jacht in natuurgebieden is zeer nadelig voor alle aanwezige dieren.Lees onze visie op de jacht.
- Opvang dieren uit het wild
Dieren in het wild moeten met rust worden gelaten en de natuur moet haar gang kunnen gaan. De Dierenbescherming staat desondanks positief tegenover opvangcentra voor dieren in het wild op basis van de zorgplicht die mensen hebben. Voorwaarde is wel dat het gaat om tijdelijke noodopvang en dat de opvang gericht is op terugkeer in de natuur.
De opvang moet in ieder geval aan de volgende eisen voldoen:- Er moet deskundigheid zijn ten opzichte van de opgevangen dieren.
- Niet alleen bedreigde dieren moeten worden geholpen, maar alle dieren in nood.
- Opvang moet gericht zijn op terugplaatsing in de natuur.
- Als terugplaatsen niet kan, dan moet het dier worden geëuthanaseerd
- Er moeten een goede ziekenboeg en quarantaineruimte beschikbaar zijn.
- Paardensport
De Dierenbescherming is in principe tegen paardensport. Een paard heeft echter wel behoefte aan beweging, sociaal contact en afleiding. Met paardrijden kom je tegemoet aan deze behoefte. Hierbij mag van het dier echter geen bovenmatige inspanning worden verlangd en zijn eigen waarde, natuurlijke geaardheid, gezondheid en welzijn moeten worden gewaarborgd.
De Dierenbescherming vindt paardensport acceptabel onder de volgende voorwaarden:- De dieren moet qua aard en conditie geschikt zijn voor sport.
- De dieren moeten diervriendelijk en deskundig getraind worden. Dieronvriendelijke trainingsmethoden als barreren, elektrische stroomstoten en pijnlijke bitten zijn uit den boze.
- De trainingen moeten voor toezicht en controle toegankelijk zijn.
- Bij het trainen en sporten moet rekening worden gehouden met effecten op langere termijn. Dieren moeten na hun ‘sportcarrière’ worden afgetraind en begeleid, zodat ze weer ‘normaal’ kunnen functioneren.
- Dieren mogen niet overbelast worden en nodeloos pijn of stress ondergaan.
- Trainers moeten een bewijs van vakbekwaamheid (officieel diploma) hebben.
- Voor, tijdens en na de wedstrijden moet er een onafhankelijke geneeskundige controle door een dierenarts plaatsvinden. Zieke, geblesseerde of onder geneeskundig behandeling staande dieren mogen niet aan wedstrijden deelnemen.
- Er mag geen doping worden gebruikt. Om dit te controleren worden er regelmatig deskundige, onafhankelijke dopingcontroles uitgevoerd.
- Er moet een wedstrijdboekje per dier komen, met daarin een uitgebreid medisch rapport, maar ook de gevolgde trainingen en wedstrijden, behaalde resultaten, uitslagen, onderzoeken en dopingcontroles.
- Er moeten strenge reglementen komen voor onder andere trainingen, wedstrijden, deelname aan wedstrijden, parcours, bouw van hindernissen, weersomstandigheden, uitsluitingen en het uit de wedstrijd nemen, veterinaire en dopingcontroles.
- Er moeten sancties komen op onreglementair handelen.
- Onverdoofd ritueel slachten
De Dierenbescherming vindt dat het onverdoofd ritueel slachten van dieren verboden moet worden en heeft daar dan ook nationaal en internationaal voor gepleit. Onverdoofd slachten is heel stressvol en pijnlijk: de dieren worden ervoor op hun zij of rug gelegd, het aansnijden van de keel is pijnlijk, en afhankelijk van de diersoort en de wijze waarop de keel wordt doorgesneden, kan het enkele tot tientallen seconden duren voor het dier buiten bewustzijn is.
Voorjaar 2011 buigt de Tweede Kamer zich over een wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om onbedwelmd slachten alsnog te verbieden. Vooralsnog lijkt een meerderheid van de Kamer dit wetsvoorstel te steunen. Jammer genoeg staan de orthodox Joodse gemeenschap en een deel van de Islamitische gemeenschap niet open voor bedwelmd slachten. Daar staat tegenover dat een groot deel van de Islamitische gemeenschap mede dankzij inzet van de Dierenbescherming wel akkoord is met bedwelmen voorafgaand aan het slachten. Er wordt dan gekozen voor ‘reversibele bedwelming’, een bedwelming waar het dier in principe weer uit kan ontwaken.
Helaas kun je aan het predikaat ‘Halal’ (= voldoend aan de Islamitische voorschriften) op vlees niet zien of er sprake is van bedwelmde of onbedwelmde slacht. Daarom dringt de Dierenbescherming erop aan dat dit uitdrukkelijk op het vlees vermeld wordt, zodat mensen niet ongewild vlees kopen van onbedwelmd geslachte dieren. Op verzoek van de Dierenbescherming hebben de supermarkten geregeld dat zij alleen Halal-vlees verkopen van bedwelmd geslachte dieren.
- Sport met dieren
De Dierenbescherming staat zeer kritisch tegenover sport met dieren. Prestige om te winnen en/of winstbejag (prijzengeld en hoge waarde van het dier) zijn vaak doorslaggevend om dieren te gebruiken. Hierdoor kunnen dieren ernstig in hun gezondheid en welzijn worden aangetast, zowel bij de training als tijdens het sportevenement zelf. Dit kan gebeuren door dieronvriendelijke trainingsmethoden en door overbelasting. Vaak worden dieren afgedankt als ze niet meer voldoende presteren.
De Dierenbescherming neemt de volgende standpunten in:- Sport met dieren zou verboden moeten worden omdat de dieren vaak in hun gezondheid en welzijn worden aangetast door dieronvriendelijke trainingsmethoden, en door overbelasting door overschrijding van het prestatievermogen.
- Als er toch sporten met dieren worden georganiseerd, moeten er strenge voorwaarden en reglementen worden opgesteld om gezondheid en welzijn van de dieren te waarborgen.
- Er moet worden overgegaan tot snelle invulling van artikel 61 tot en met 64 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren over het houden van wedstrijden met dieren en het gebruik van doping. Daarin wordt uitgegaan van een verbod op wedstrijden, tenzij aan een aantal stringente voorwaarden wordt voldaan. Van groot belang daarbij is dat gezondheid en welzijn van de dieren niet worden aangetast.
- Middelen ter beïnvloeding of bevordering van de prestaties van dieren (o.a. pijnstillend, spierversterkend, stimulerend) zijn niet toegestaan en worden beschouwd als dierenmishandeling.
- Er vindt een officiële dopingcontrole door een onafhankelijke dierenarts plaats bij alle sporten en wedstrijden waar dieren aan deelnemen.
- Dieren die absoluut niet geschikt zijn voor training, sport of werk, moeten daarvoor niet worden gebruikt.
- Tentoonstellingen en shows met dieren
De Dierenbescherming is geen voorstander van shows en tentoonstellingen met dieren, omdat ze op gespannen voet staan met de erkenning van de intrinsieke waarde (eigen waarde) van dieren. Ook staan ze het soorteigen gedrag van het dier in de weg, wat de gezondheid en het welzijn van het dier kan schaden. Het dier wordt bovendien gedegradeerd tot een te bekijken object of een publiekstrekker.
Dierententoonstellingen en -shows zijn niettemin algemeen aanvaard en daar waar ze toch plaatsvinden, moeten er strenge regels gelden, die de integriteit, de gezondheid en het welzijn van de dieren zo veel mogelijk waarborgen.
De Dierenbescherming is voor verplichte veterinaire keuringen bij deelname aan markten, tentoonstellingen en andere evenementen. Daarbij moet niet alleen naar de gezondheid, maar ook naar het welzijn van het dier gekeken worden. De Dierenbescherming bepleit uniformiteit in de keuringen door duidelijke richtlijnen in te voeren voor de keuringseisen en de keurmeesters, zodat de rasstandaarden en fokwaarden niet of nauwelijks ruimte laten voor verschillen in interpretatie, uitgaande van kenmerken die niet nadelig zijn voor gezondheid en welzijn. Deze rasstandaarden dienen de gezondheid, het welzijn en de integriteit van de dieren te waarborgen.
- Trainen van dieren
De Dierenbescherming vindt het trainen van dieren in orde onder de volgende voorwaarden:
- Het moet een positief effect hebben op de dieren, bijvoorbeeld doordat ze voldoende afleiding en beweging krijgen. Het mag hun gezondheid en welzijn niet schaden.
- Goed contact tussen mens en dier moet voorop staan, zoals bij gedrags- en gehoorzaamheidscursussen. Er moet dus niet te veel dwang worden toegepast om de dieren zover te krijgen dat ze de gevraagde taak uitvoeren. (Let op: dit geldt voor gedomesticeerde dieren. Niet-gedomesticeerde dieren moeten sowieso niet worden getraind, tenzij dit bevorderlijk is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren.)
- Het trainen moet diervriendelijk gebeuren, volgens het systeem van ‘belonen van gewenst gedrag’. Er wordt dus niet gestraft.
- Voor sommige trainingen worden ook andere diersoorten gebruikt, zoals schapen (hoeden) en kalveren (kalveren drijven bij western riding). Het welzijn van deze dieren mag niet worden aangetast.
- Een ieder die zich professioneel bezighoudt met het trainen van dieren (ook vrijwillige gedragsbegeleiders), moet beschikken over voldoende, aantoonbare vakbekwaamheid.
- Het is voor het welzijn van een dier belangrijk dat het een situatie kan voorspellen en beheersen. Daarom moet er op een consequente manier worden getraind.
- Trainingen waarbij chronische stress ontstaat, zijn niet acceptabel.
- Trainingsmethoden en hulpmiddelen die pijn, schade, verwondingen of angst veroorzaken, zijn niet acceptabel.
- Hulpmiddelen moeten zeer beperkt worden gebruikt. Hulpmiddelen die schadelijk kunnen zijn bij ondeskundig gebruik (bijv. de teletacband) mogen nooit voor trainingen worden gebruikt. Ze mogen uitsluitend door erkende gedragsdeskundigen en dan alleen als uiterst middel voor sociaal onaangepast gedrag worden gebruikt.
- Bij de ontwikkeling van hulpmiddelen moet een verplichte, preventieve toetsing worden ingesteld. Dit houdt in dat ze worden getest op hun effect op dierenwelzijn, vooral de mate waarin ze pijn, stress en schade kunnen veroorzaken.
- Vee-industrie
Ruim 95 procent van de dieren die voor consumptie worden gehouden, leeft in de vee-industrie, een ander woord voor intensieve veehouderij. In de vee-industrie worden jaarlijks ruim 400 miljoen dieren gehouden. Hierbij zijn de dieren totaal ondergeschikt gemaakt aan het productiesysteem, met als gevolg onacceptabele welzijnsproblemen. Alles is gebaseerd op economische principes: zo veel mogelijk dieren produceren zo veel mogelijk vlees, eieren, melk of bont – en dat met gebruikmaking van zo weinig mogelijk ruimte en energie. Alles moet zo snel mogelijk, tegen zo laag mogelijke kosten. De dieren zijn de dupe: een miserabel leven in stallen en krappe hokken. Een leven vol stress en verveling.
Alternatieven
De Dierenbescherming is uiteraard een groot tegenstander van de intensieve veehouderij. Als het beste alternatief promoten wij de biologische veehouderij. Daar kunnen de dieren het meest naar hun eigen aard en behoeften leven. Ze kunnen naar buiten, krijgen niet standaard medicijnen toegediend en krijgen biologisch geproduceerd voedsel. Wij streven naar een biologisch marktaandeel van 50 procent uiterlijk in het jaar 2030. Voor de meeste consumenten zijn biologische producten echter nog te duur. Toch wil de Dierenbescherming de consument weghalen bij de dieronvriendelijke producten uit de vee-industrie. Daarom hebben wij in samenwerking met de sector en het bedrijfsleven een betaalbaar maar wel diervriendelijker alternatief ontwikkeld: het ‘tussensegment’. In deze bedrijfsvoering zijn de ergste welzijnsproblemen van de vee-industrie aangepakt: bij de (vlees)kippen de absurd snelle groei en ruimtegebrek; bij varkens ruimtegebrek en verveling (stress) en bij kalveren bloedarmoede en transportproblematiek.Beter Leven kenmerk
Om het tussensegment herkenbaar te maken, heeft de Dierenbescherming het Beter Leven kenmerk ontwikkeld, dat door middel van sterren de mate van diervriendelijkheid van een product weergeeft. Kijk ook op onze Beter Leven website.
- Veemarkten
Veemarkten zijn niet meer van deze tijd en moeten worden afgeschaft. Het inladen, vervoeren, uitladen, verblijf op de markt, weer inladen, vervoer en weer uitladen geeft veel te veel stress. Zolang bedrijven niet gesloten zijn of in één-op-één-relaties werken, moet de handel dan ook zo veel mogelijk via moderne informatie- en communicatietechniek plaatsvinden. Het aantal verplaatsingen van een dier mag in geen geval meer dan twee zijn (naar een andere veehouderij en naar het slachthuis).
- Veetransport over lange afstanden
Dieren moeten zo weinig mogelijk vervoerd worden. Alleen al het klaarmaken voor transport en het in- en uitladen veroorzaken veel angst en stress. Tijdens transport vindt veel dierenleed plaats en tijdens langdurig transport raken veel dieren uitgeput, gewond, ziek, of sterven zelfs.
Onnodig vervoer van levende dieren van het ene bedrijf naar het andere moet ophouden. In plaats daarvan moeten er gecombineerde bedrijven komen, waar dieren hun hele leven blijven. Een transportduur voor slachtvee van acht uur is voor de Dierenbescherming het absolute maximum. De Dierenbescherming zet zich samen met haar Europese koepel, Eurogroup for Animals, in voor aanscherping en betere naleving van de transportregels.
Op grond van onderzoeken van de inspectiedienst zijn klachten ingediend bij de Europese Unie. Die werkt nu aan herziening van de welzijnsvoorschriften voor diertransporten in Europa.
- Verloten van dieren
Het verloten van dieren is terecht verboden. Artikel 57 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren luidt: ‘Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te loven of uit te reiken bij wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen.’
- Vissenkommen
De Dierenbescherming wijst de ronde, glazen vissenkom als huisvesting van goudvissen af. Door de ronde vorm van de vissenkom kan er minder makkelijk zuurstof in het water komen, waardoor de kwaliteit van het water snel achteruit gaat. Verder heeft de vis te weinig ruimte om normaal te zwemmen: een goudvis moet minstens acht keer zijn lengte hebben om goed te kunnen zwemmen. Tot slot ziet de goudvis door de glazen bolle vorm alles wat van buiten komt alsof hij door een vergrootglas kijkt. Bovendien kan hij zich niet verschuilen. Dat levert veel stress op. Bij een aquarium kan er veel meer zuurstof in het water komen, de vissen hebben veel meer ruimte en ze kunnen zich verschuilen.
- Volksvermaak met dieren
De Dierenbescherming is tegen het gebruik van dieren voor volksvermaak. Dit gebruik van dieren druist in tegen de erkenning van de intrinsieke (eigen) waarde van dieren. Bovendien komen bij een dergelijk gebruik het welzijn en de gezondheid van de dieren vaak in het gedrang. Denk aan gebruik van dieren in circussen en in traditionele spelletjes zoals 'swientie tik' en ganzentrekken.
- De aanpak van het zwerfkattenprobleem
De Dierenbescherming erkent het bestaan van populaties zwerfkatten en de problemen (overlast) die zij met name in dorpen en steden kunnen veroorzaken. De Dierenbescherming pleit voor een diervriendelijke oplossing. Een diervriendelijke en succesvol gebleken methode is de TNR-methode (Trap, Neuter, Return): het vangen, castreren en weer terugplaatsen van de katten (behalve kittens, die kunnen nog worden gesocialiseerd en bij particulieren worden geplaatst). Teruggeplaatste dieren veroorzaken veel minder overlast doordat ze gecastreerd zijn (geen sproeien, vechten en krijsen meer). Overal in het land zijn werkgroepen van de Dierenbescherming actief met deze methode.
Het doden van katten lost niets op, omdat iedere opengevallen plaats meteen weer door een nieuw dier wordt ingenomen.
De Dierenbescherming krijgt geen overheidssubsidie. Zonder de steun van onze leden kunnen wij ons werk niet doen. Word dus vandaag nog lid.




