Standpunten SGP
Stelling 1: De overheid moet voor alle soorten vee wettelijk minimum dierenwelzijnseisen stellen, zo mogelijk Europees, maar anders nationaal of samen met andere gelijkgestemde landen. Zo moeten er snel grotere hokken komen met veel afleiding en een rijkere omgeving.
Mee oneens. De SGP is voor minimum dierenwelzijnseisen. Bij wettelijke eisen moet aangesloten worden op de Europese regelgeving. Vergaande regelgeving zorgt ervoor dat supermarkten meer vlees uit het buitenland gaan halen. Dat is contraproductief. De SGP kiest daarom met overtuiging voor het uitbouwen van positieve ontwikkelingen en initiatieven bovenop de minimumeisen.
Stelling 2: noem een (partij) standpunt inzake dierenwelzijn dat u in de komende Tweede Kamerperiode zeker op de agenda gaat zetten.
De overheid moet inzetten op het uitbouwen van positieve ontwikkeling en initiatieven. Vernieuwing van stalsystemen en betere vermarkting van diervriendelijke producten zijn belangrijke sporen. Een samenhangend en visionair innovatiebeleid met bijbehorende instrumenten ontbreekt nog. Het is nu veel te versnipperd. Dat moet anders. De SGP kiest liever voor één innovatiefonds, met bijdragen van veehouderij, supermarkten en maatschappelijke organisaties.
Stelling 3: Er moet een zelfstandig houdverbod naar aanleiding van overtredingen op het gebied van dierenverwaarlozing/mishandeling komen.
De SGP steunt het principe van een houdverbod bij recidive.
Stelling 4: Het aantal dieren waarop jacht mogelijk is volgens de Flora- en faunawet moet ingeperkt worden. Bijvoorbeeld de vos, de kraaiachtigen en het konijn moeten van de lijst van vrij te bejagen dieren.
Mee oneens. Voor een aantal diersoorten geldt dat natuurlijke predatoren ontbreken, waardoor populaties uitdijen en deze veel overlast veroorzaken. De SGP kiest dan liever voor kunstmatige predatie, ofwel jacht.
Stelling 5: Voor gebruik van dieren in proeven en bij biotechnologie moet een strikt "nee, tenzij-beleid" gelden.
Mee eens. De SGP ziet het gebruik van proefdieren als een (nog) noodzakelijk kwaad. Er is nu nog teveel ruimte om proefdieren in te zetten, zonder dat de noodzaak voldoende is aangetoond.
Stelling 6: Er moet een (verkorte) positieflijst komen van alle soorten dieren die geschikt zijn om als gezelschapsdier te houden.
Mee oneens. De overheid moet zich terughoudend opstellen.
Stelling 7: Volgens het principe 'de vervuiler betaalt' wordt vlees in het hoge BTW-tarief geplaatst en/of komt er een vleestax. De Europese landbouwgelden en de opbrengst van belastingen op vlees worden ingezet op het diervriendelijker maken van de veehouderij en de dierlijke consumptie.
Mee oneens. De BTW-heffing is niet het geëigende instrument om het principe ‘de vervuiler betaalt’ toe te passen. Vlees blijft een primaire levensbehoefte. De SGP is kritisch over een vleestax. Als je het op een eerlijke manier wilt invoeren, zijn er grote uitvoeringstechnische bezwaren. Ook zou gegarandeerd moeten worden dat inkomsten uit de vleestax teruggesluisd worden naar de primaire producenten.
Stelling 8: Er moet een Paardenbesluit komen als de sector onvoldoende blijk heeft gegeven om zelf met adequate regelgeving te komen.
Mee eens.
Stelling 9: Er moet worden overgegaan tot herintroductie / uitzetten van uit Nederland verdwenen diersoorten. Dit met het oog op de biodiversiteit.
Mee oneens, tenzij uit gedegen onderzoek blijkt dat de Nederlandse ecosystemen het aankunnen, geen overlast zal ontstaan en de maatschappij het accepteert.
Stelling 10: Bij het vangen & doden van vis dient dierenwelzijn nadrukkelijk te worden meegewogen.
Mee oneens. Het gros van de vissen heeft volop genoten van de vrijheid en ruimte die zeeën en meren bieden en wordt, in het licht van dierenwelzijn, niet op een onverantwoorde wijze gevangen en gedood.
Stelling 11: Internethandel in gezelschapsdieren moet verboden worden.
Mee oneens. Met het kwade gebruik wordt dan ook het goede gebruik verboden.
Stelling 12: Ter voorkoming van stalbranden dient de brandveiligheid zwaar mee te wegen bij nieuw- en verbouw van huisvestingssystemen voor dieren.
Mee eens. Dat betekent niet dat normen voor ‘dierlijke’ bewoning gelijk geschakeld moeten worden met normen voor ‘menselijke’ bewoning.
Hoe zorgt u voor de dieren na uw overlijden? Benoem de Dierenbescherming als erfgenaam in uw testament.




