Word lid van de Dierenbescherming!

Welzijnsproblemen runderen

Uitgemolken 

Runderen worden vooral voor melkproductie gehouden. Circa 60 procent van het Nederlandse rundvlees komt dan ook van uitgemolken koeien. Deze dieren hebben als melkkoe in de regel een diervriendelijk bestaan gehad, dat goed aansluit bij hun natuurlijke behoeften. Als ze klaar zijn als melkkoe gaan ze naar het slachthuis.

Een deel van de voor melkproductie geschikte vaarzen (jonge koeien) wordt hiervoor niet ingezet, maar wordt vetgemest en geslacht. De leefomstandigheden zijn vergelijkbaar met die in de melkveehouderij. Wanneer kalveren tot minstens zes maanden bij hun moeder mogen blijven en dus naast gras en ander ruwvoer nog melk van de koe kunnen zogen, spreken we van zoogkoeien. Ook deze rundveehouderij is in de regel redelijk diervriendelijk.

Hoge bevleesdheid

Er zijn ook rundrassen die speciaal gehouden worden vanwege hun hoge bevleesdheid, zoals Limousin, Piemontese, Charolais, Blonde d'Aquitaine, Belgische Blauwe en Verbeterd Roodbont. De Dierenbescherming heeft er ernstig bezwaar tegen dat, afhankelijk van het ras, 17 tot 52 procent van de kalveren niet langs natuurlijke weg maar met de keizersnede ter wereld komt.

Geen weidegang 

In de gangbare houderij van vleesrunderen komt het voor dat de dieren geen weidegang krijgen. Stalhuisvesting met geen of weinig weidegang leidt tot meer klauw- en beengebreken en ontstekingen aan de staarten door betrapping. Runderen hebben een zacht ligbed nodig, maar in de gangbare houderij is het toegestaan vleesrunderen op een volledige roostervloer te houden. Omdat stieren vaak moeilijk te hanteren zijn worden die meestal gecastreerd. Zowel in de melkveehouderij als in de vleesveehouderij worden de runderen in de regel onthoornd.


De Dierenbescherming collecteert eenmaal per jaar. Wilt u direct iets betekenen voor de dieren in uw regio, meld u dan aan als collectant!
Copyright © 2012 Dierenbescherming - Disclaimer - Website: Bitfactory