Dossier: nieuwe Wet natuur
De eerste slag is reeds geslagen, maar er is nog een lange weg te gaan voordat de nieuwe Wet natuur de invulling heeft die de dieren in Nederland verdienen: een wet waarin hun recht op leven is gewaarborgd, waarin geen plaats is voor plezierjacht en waarin economische belangen niet altijd voorrang hebben op de belangen van dieren. De Dierenbescherming zal zich komend jaar met man en macht inzetten om staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) te overtuigen van de noodzaak om de in het wilde levende dieren in ons land beter te beschermen dan hij nu van plan is.
Goed, de bewindsman zegde al toe de smient van de in de nieuwe wet op te nemen jachtlijst te zullen verwijderen. Die vogel had de Dierenbescherming ten voorbeeld gesteld als een diersoort waarvan de maatschappelijke schade aantoonbaar zo gering is dat zij alleen al om die reden niet thuishoort op de jachtlijst. Die toezegging was een gebaar van goede wil van de staatssecretaris. Maar met de eerste publieke consultatieronde achter de rug is dat magertjes, gezien de voor de in het wild levende dieren in Nederland zeer onwenselijke plannen die Bleker nog wel wettelijk wil verankeren.
Mooi en scherp
Op de nominatie voor de nieuwe jachtlijst staan nog elf andere diersoorten, die er wat de Dierenbescherming betreft geen van alle op thuishoren: de fazant, de wilde eend, de houtduif, het konijn en de haas staan ook al op de bestaande lijst, de grauwe gans, de kolgans, het wild zwijn, de ree, het damhert en het edelhert worden daar wat Bleker betreft aan toegevoegd. Maar dat laat de Dierenbescherming niet over haar kant gaan! Plezierjacht moet worden uitgebannen, terwijl beheerjacht alleen de laatste optie moet zijn in gevallen waarin de maatschappelijke schade van dieren ontoelaatbaar groot is en alle diervriendelijker methoden om het probleem op te lossen ontoereikend zijn gebleken.
Tot zo ver de plannen omtrent de jachtlijst, zoals de staatssecretaris die heeft neergelegd in de concepttekst voor de nieuwe Wet natuur. Maar er is, zoals de Dierenbescherming in haar officiële reactie op de tekst in november al meldde, veel meer aan de hand. Want: “het voorliggende wetsvoorstel is (…) veel te eenzijdig gericht op het realiseren van niet op bescherming gerichte regeringsdoelstellingen. Waaronder in het bijzonder het dienen van economische belangen. In feite verdient het niet de naam ‘Wet natuur’ en heeft het nauwelijks nog het karakter van een beschermingswet”, zoals onze jurist het zo mooi en scherp wist op te schrijven.
Magazine Dier
Naast de uitbreiding van de jachtlijst is de Dierenbescherming ook verontwaardigd over het loslaten van de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren. Met intrinsieke waarde wordt bedoeld dat dieren individuen zijn, met rechten en een eigenwaarde die los gezien moeten worden van een economische of maatschappelijke context. Met het loslaten van de intrinsieke waarde van dieren wordt min of meer gezegd dat dieren niet meer de moeite waard zijn om te beschermen. De Dierenbescherming wil dan ook dat de erkenning in de nieuwe Wet natuur komt te staan, zoals dat in de huidige Flora- en faunawet en in de Wet dieren wel gebeurt.
In 2012 zijn de belangen van de in het wild levende dieren in Nederland een speerpunt voor de Dierenbescherming. En daarmee dus de Wet natuur. Het voorstel dat er nu ligt, kan niet door de maatschappelijke beugel van een toegewijd, rechtvaardig en wenselijk beleid ten aanzien van de in het wild levende dieren in Nederland. Het dossier Wet natuur op deze website zal zich in de loop van het komend jaar ongetwijfeld vullen tot een waar elektronisch boekwerkje. Ook magazine Dier, het ledenblad van de Dierenbescherming zal in de vier edities van 2012 bol staan van de verwijzingen naar de Wet natuur. Daarvan is in de wintereditie van 2011 een voorproefje gegeven.
De Dierenbescherming krijgt geen overheidssubsidie. Zonder de steun van onze leden kunnen wij ons werk niet doen. Word dus vandaag nog lid.




