'Bevrijdingsdag' kost 200.000 koeien voortijdig de kop

Donkere wolken hebben zich samengepakt boven de melkveehouderij. Gigantische aantallen dieren dreigen nu te worden doorgedraaid als rotte tomaten. Niet direct omdat ze te veel melk produceren, maar omdat Brussel vindt dat er onaanvaardbare hoeveelheden mest worden geproduceerd.
Bert van den Berg

Door: Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij

'Bevrijdingsdag' kost 200.000 koeien voortijdig de kop

De overheid wil maar liefst 25 miljoen euro steken in het ‘saneren’ van het fosfaatoverschot. Zo betalen wij via de belastingen allemaal mee aan het voortijdig doden van koeien omdat een deel van de melkveehouders er een puinhoop van hebben gemaakt. In een protestactie wierpen diezelfde melkveehouders onlangs symbolisch hun laarzen naar de verantwoordelijk staatssecretaris. Maar ze zouden die laarzen eerst en vooral naar zichzelf en naar de zuivelindustrie moeten werpen. Als veel melkveehouders niet voor hun individuele gewin hadden gekozen, maar samen met de zuivelindustrie zouden regelen dat melk geproduceerd wordt met respect voor milieu en dierenwelzijn en afgestemd op de reële marktvraag dan had het allemaal niet zover hoeven komen.

Veel melkveehouders noemden het echter ‘Bevrijdingsdag’; de afschaffing op 1 april 2015 van de Europese melkquotering. Vanaf die datum zouden ze immers eindelijk als vrije ondernemers zoveel melk mogen produceren als zij maar wilden. De wereldmarkt met groeiende vraag naar zuivel zou aan hun voeten liggen. Menig melkveehouder breidde daarom al vóór 2015 zijn stal uit om meer koeien te gaan houden.

Sceptici

Natuurlijk had je van die sceptici die vroegen of het wel zo verstandig is meer koeien te gaan houden, zoals wij van de Dierenbescherming die aangaven dat dit ten koste van de weidegang zou gaan. Anderen waarschuwden weer dat door meer melk te produceren zonder zekerheid over de afzet, de prijs die boeren krijgen uitbetaald fors onderuit zou gaan. En meer koeien betekent logischerwijs niet alleen meer melk, maar ook meer mest. Daarvan heeft Nederland al zoveel dat aan de Europese milieuregels niet voldaan kan worden. De EU heeft Nederland daarom een uitzonderingspositie (derogatie) verleend om tijdelijk meer mest, uitgedrukt in fosfaat, te produceren. Voorwaarde is dat wel wordt gewerkt aan terugdringing van de mestfosfaatproductie.

De bestuurders van de melkvee- en zuivelsector zeiden dat de sector zelf wel de nodige maatregelen zou nemen om verergering van het mestfosfaatprobleem te voorkomen. Maar dat bleek een loze belofte. Collectief discussieerde de melkveesector volop over het fosfaatprobleem, maar individueel beslisten veel melkveehouders om nog gauw hun bedrijf uit te breiden. En zo kwamen de voorspellingen van de sceptici uit: de weidegang van koeien liep verder achteruit, de prijs die de boer krijgt is in jaren niet zo slecht geweest en de mestproductie ging nog voor 2015 door het fosfaatplafond.

Niet in de hand gehouden

Toen bleek dat de sector de ontwikkelingen zelf niet in de hand wist te houden greep de overheid in en voerde een regeling in om de melkveehouderij gedeeltelijk te binden aan de hoeveelheid grondvoor mestafzet. En als dit niet genoeg zou blijken te zijn, dreigde zij fosfaatproductierechten in te voeren.

Dat dreigement mocht niet baten. De groei van de melkveestapel en de zuivelproductie ging verder en schoot in 2015 daadwerkelijk door het toegestane fosfaatplafond. Daarop besloot de overheid dat alle melkveehouders fosfaatrechten zouden krijgen naar het aantal koeien dat zij op 2 juli 2015 hadden en die rechten zouden zo afgeroomd worden dat de fosfaatproductie in 2017 weer onder het door de EU toegestane fosfaatplafond komt.


Huiswerk overdoen

Alsof de problemen nog niet groot genoeg waren oordeelde de Europese Commissie dat het toekennen van financieel verhandelbare fosfaatrechten aan melkveehouders ongeoorloofde staatssteun is en keurde het ontwerp fosfaatrechtenstelsel af. De staatssecretaris moet zijn huiswerk overdoen en de invoering van fosfaatrechten wordt van 1-1-2017 uitgesteld naar 1-1-2018. Na de boerenbestuurders en zuivelfabrieken die het probleem niet zelf konden regelen, faalt nu ook de staatssecretaris hierin.

En nu is Leiden echt in last, want binnenkort oordeelt de Europese Unie of zij de tijdelijke derogatie voor Nederland om meer mestfosfaat te mogen produceren zal verlengen. En het is maar de vraag of de andere EU-lidstaten Nederland nogmaals zo’n derogatie willen geven, zeker nu zij er zo’n rotzooi van heeft gemaakt. Zo niet, dan heeft Nederland zo’n 450.000 koeien te veel die dan voortijdig naar het slachthuis zouden moeten.

Om dit onheil af te wenden heeft de melkveesector snel met de overheid een plan gemaakt om de hoeveelheid fosfaat met 8,2 miljoen kilo te verminderen. Het fosfaatgehalte in het veevoer gaat verder omlaag. Boeren die willen stoppen met hun melkveebedrijf worden geholpen dit versneld te doen. En er komt een strafkorting van de zuivelindustrie op te veel melk produceren.
Deze maatregelen zullen er ook toe leiden dat maar liefst 200.000 koeien voortijdig naar het slachthuis moeten. Alsof koeien een wegwerpproduct zijn.
Je zou verwachten dat de melkveehouders die de problemen veroorzaakt hebben zelf voor de overtreding van de milieuregels moeten betalen, maar nee, ook de rest van de melkveehouders en de samenleving moeten voor de schade boeten. Ook grondgebonden melkveehouders die hun mest prima op hun eigen grond kwijt kunnen en hun koeien weiden en die dus geen schuld hebben aan het nu ontstane fosfaatprobleem, zoals de biologische melkveehouders, dreigen koeien te moeten ‘inleveren’. Terecht protesteren deze boeren hiertegen.

Alternatief plan grondgebonden melkveehouderij

Als er dan drastisch ingegrepen moet worden ga dan niet blindelings in 1 jaar alle melkveebedrijven korten, maar pak het zo aan dat grondgebonden bedrijven worden ontzien en de melkveehouderij structureel milieu- en diervriendelijker wordt. Voormalig voorzitter melkveehouderij van LTO Nederland Jan Cees Vogelaar lanceerde hiervoor een plan. Dit plan B is inmiddels door een netwerk van grondgebonden melkveehouders, de biologische melkveehouders en natuur- en milieuorganisaties omarmt en ook als Dierenbescherming steunen wij dit.

Het voorstel is om in 2017 de melkveestapel terug te brengen tot maximaal 3,8 koeien per hectare en in 2020 tot 2,3. Die grond moet voor minstens 70% grasland zijn. Dat is een stuk minder intensief dan bedrijven die nu 6 a 7 koeien per hectare houden en geeft perspectief ook koeien die nu geen weidegang krijgen weer te gaan weiden. Voor dat laatste zal met name de groep zeer intensieve melkveebedrijven die meestal hun koeien niet meer weiden flink moeten krimpen en weidegrond bij moeten kopen. Dit alles zal niet vanzelf en vrijwillig gaan, de zuivelsector moet stoppen met haar onderlinge verdeeldheid en de regie nemen en de overheid moet zorgen dat iedereen in de zuivelsector zich er aan houdt. Zo wordt het misschien toch nog eens écht bevrijdingsdag in de melkveehouderij, maar dan voor de 35% koeien die nu nooit meer buiten in de wei komen.