Met een beetje meer aandacht kan veel leed worden voorkomen

De inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) komen dagelijks in actie om ernstig dierenleed aan te pakken. Opvallend is dat ze regelmatig misstanden tegenkomen die met een beetje meer aandacht voorkomen hadden kunnen worden. “Mensen onderschatten het probleem, wachten te lang met behandelen, zijn op een verkeerde manier zuinig of hebben simpelweg geen idee dat hun dier lijdt”, vat één van de inspecteurs het samen.

Jeuk

Bij honden is het niet of slecht behandelen van vlooien of een vlooienallergie één van die veel voorkomende misstanden. De dieren worden dag in dag uit gekweld door verschrikkelijke jeuk. Ze krabben zich kaal, zelfs tot bloedens toe. Mensen behandelen de aandoening niet óf met goedkope middeltjes die niet afdoende helpen. Ook vergeten mensen de omgeving en eventuele andere huisdieren te ontsmetten, waardoor het probleem steeds terug blijft komen. "Niet of onjuist behandelen kost op termijn veel meer geld en is voor het dier een nodeloze kwelling”, verzucht een inspecteur. Sowieso schiet de verzorging van de vacht vaak tekort. Hierdoor kan deze helemaal verklitten, wat niet alleen hinderlijk is voor de hond, maar ook een serieus gezondheidsrisico. Goed kammen, borstelen en/of regelmatig bezoek aan de hondentrimmer kan dit voorkomen.

‘Sultansloffen’

Het niet of niet op tijd bekappen van paarden en pony’s is een andere misstand die de Inspectiedienst vaak tegenkomt. Lange hoeven of ‘sultansloffen’ zijn dan het gevolg. Een zeer pijnlijke aandoening voor hoefdieren. Om dit te voorkomen, moeten ze iedere zes tot acht weken gezien en behandeld worden door een hoefsmid. Toch krijgen inspecteurs vaak excuses te horen als: “De hoefsmid is zo druk”, “O, ik dacht dat twee keer per jaar bekappen wel genoeg was” of “Nou zeg, het is maar een veulen”. Ook hoefbevangenheid is een ernstig probleem en een zeer pijnlijke aandoening, waarbij de verbinding tussen het hoefbeen en de hoefwand geheel of gedeeltelijk loslaat. Bij een vermoeden van hoefbevangenheid moet direct de dierenarts worden ingeschakeld.

Te kleine benches, hokken en kooien

De huisvesting is bij veel (huis)dieren niet in orde. Zo worden honden in te kleine benches gestopt en niet of nauwelijks uitgelaten. “Dat deze dieren slecht handelbaar zouden zijn, wordt als excuus gebruikt, maar dat is juist het gevolg”, vertelt een LID-inspecteur. Konijnen zitten eenzaam en alleen in te kleine hokken, terwijl het groepsdieren zijn, waardoor ze niet kunnen springen en rennen. (Roof)vogels zitten in te kleine kooien en zonder afleidingsmateriaal. Katten moeten zich buiten maar zien te redden of zitten in een vervuilde kamer opgesloten met vieze kattenbakken. Een beetje meer aandacht voor de verzorging van dieren kan ook op dit punt veel leed voorkomen.

Meer informatie over de verzorging van (huis)dieren lees je bij het LICG.