Prinsjesdag 2019: dieren gaan er nog niet op vooruit

Na Prinsjesdag concludeert de Dierenbescherming dat er veel meer geld nodig is voor met name de verduurzaming van de veehouderij. Door te investeren waar het kan, en te saneren waar het moet. Iedereen onderschrijft de noodzaak en urgentie van zo’n systeemverandering. Maar van de gehele begroting van 303.8 miljard euro is slechts een magere 1,4 miljard euro beschikbaar om de - op zich ambitieuze - plannen van minister Schouten te verwezenlijken. De NOS rekende voor dat dat zou zijn alsof je van de 1000 euro die de overheid beschikbaar heeft ongeveer 4 euro mag gebruiken. Ter vergelijking: Defensie zou in dit voorbeeld ruim acht keer zoveel krijgen, namelijk 35 euro.

Prinsjesdag 2019: dieren gaan er nog niet op vooruit

Volgens de Dierenbescherming is dat een lachertje als je kijkt naar de gigantische uitdagingen: het verlagen van de stikstofuitstoot, het drastisch verbeteren van het dierenwelzijn en het herstellen van de biodiversiteit.

De veehouderij kan het niet alleen: de overheid moet over de brug komen

Maar de veehouderij kan het niet alleen financieren. De overheid zal voor de gewenste omschakeling naar een duurzame en dus ook diervriendelijkere landbouw met de nodige financiële stimulansen en steun over de brug moeten komen. Wat ons betreft moet het op orde brengen van het huis in de meest letterlijke zin een voorwaarde worden voor overheidssteun: brandveilige stallen zijn de absolute basis. Dat deelt de minister, maar vervolgens wordt er geen euro voor vrijgemaakt. Dit probleem is een maatschappelijk probleem en kunnen we niet enkel aan de sector laten om op te lossen. Het is onzinnig om te investeren in verduurzaming van je stal wanneer die in brand staat.

Het is onzinnig om te investeren in verduurzaming van je stal wanneer die in brand staat.

Saneren van veebedrijven

De 180 miljoen die is uitgetrokken om zo’n 300 varkensbedrijven te saneren is een goede zaak. Maar met de huidige stikstofproblematiek kunnen we meer snelle resultaten boeken, bijvoorbeeld door het saneren of verplaatsen van veebedrijven die door hun ligging bij natuurgebieden zorgen voor een grote stikstofdepositie in deze gebieden. Eenden- en legkippenbedrijven die door hun ligging bij grote wateren een groot risico vormen voor uitbraken van hoog pathogene vogelgriep zouden dan ook moeten verdwijnen. En tenslotte is het saneren van veehouderijbedrijven zonder bedrijfsopvolging volgens de Dierenbescherming ook een ‘quick-win’, mede om te voorkomen dat ze verkrotten of drugslab worden.

De 180 miljoen die is uitgetrokken om zo’n 300 varkensbedrijven te saneren is een goede zaak.

Transitie Proefdiervrije Innovatie

Niet alleen voor de veehouderij, maar ook voor het project Transitie naar Proefdiervrije Innovatie (TPI) zien we onvoldoende budget. Daarmee wordt te weinig ingezet op de ontwikkeling naar onderzoek zonder proefdieren. Er is in 2020 € 0,4 mln. beschikbaar, dat strookt niet met ambities van Nederland om hierin voorop te lopen in Europa.

Inspectiewerk

Terwijl we door voorlichting proberen het leven van dieren te verbeteren en zogezegd de kraan dicht te draaien, moeten we nog elke dag blijven dweilen: de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) heeft meer dan ooit haar handen vol aan het handhaven van dierenwelzijn. Achter veel van dit dierenleed zit ook mensenleed. Het lijkt helaas een structureel probleem. Dit kabinet moet dan ook blijven investeren in het optreden tegen dierverwaarlozing- en mishandeling.