Verbetertraject ingezet voor Goudse katten

Op 1 juli bezocthten de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Dierenpolitie een adres in Gouda na een melding bij meldpunt 144 over magere katten in een vervuilde woning. Er bleken 10 volwassen katten, 3 kittens en 2 honden in de woning aanwezig. 3 katten en 2 kittens moesten voor controle naar de dierenarts, en de dieren zaten onder de vlooien.
Verbetertraject ingezet voor Goudse katten

De dierenarts stelde vast dat de katten en kittens ondervoed waren en dat een van de kittens een zware oogontsteking had. Het oog moet waarschijnlijk worden verwijderd. Verder zaten de dieren onder de vlooien. Behandeling en goede voeding zijn noodzakelijk om de dieren weer gezond te krijgen.

Situatie verbeteren

De LID-inspecteur heeft daarop contact opgenomen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl**). Die heeft opdracht gegeven om onder bestuursdwang maatregelen op te leggen om de situatie te verbeteren. Zo moet de eigenaar de dieren laten behandelen door een dierenarts, die stelt ook een voedingsplan op dat moet worden gevolgd en de huisvesting moet worden schoongemaakt en schoon gehouden.

"De dieren zijn niet weggehaald omdat de situatie daar niet ernstig genoeg voor is. Het is in dit geval beter om samen met de eigenaar aan verbeteren te werken. Zo is bijvoorbeeld een van de katten zwanger en die dan weghalen uit de vertrouwde omgeving levert juist veel extra stress op voor het dier. Daarnaast leert de eigenaar op deze manier ook hoe het wel moet en dat verkleint de kans op herhalen", aldus de LID-inspecteur. Om er zeker van te zijn dat de eigenaar zich aan de afspraken houdt en blijft houden volgt controle door de LID.

Volg deze inspecteur ook op Twitter: @erik_lid

*Inspecteurs van de LID kunnen, in opdracht van RVO.nl, op basis van bestuursrecht trajecten inzetten die de eigenaar dwingen om de levenssituatie van hun dier te verbeteren

**De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en ziet onder andere toe op de naleving van de Wet Dieren. Bij constatering van overtredingen kan deze dienst onder bestuursdwang maatregelen opleggen om de situatie van de dieren te verbeteren en/of de dieren in bewaring laten nemen. Het Openbaar Ministerie bepaalt bij wetsovertreding de uiteindelijk strafmaat.