Verkiezingen: grenzen aan de veehouderij?

Steeds meer bewoners op het platteland komen in verzet tegen de vee-industrie in hun omgeving. Ze zijn stank, uitzichtbelemmering, overlast van landbouwverkeer en aantasting van natuur en landschap mega-zat. En ze maken zich terecht ook zorgen over het dierenwelzijn in die steeds grotere stallen, want die zijn vooral bedoeld om tegen zo laag mogelijke kosten voor de wereldmarkt te produceren. Tegen bijna elke uitbreiding of nieuwbouw van een stal wordt dan ook door bewoners en actiegroepen bezwaar gemaakt. Provincies en gemeenten hebben hun handen vol aan al deze, vaak jaren slepende, bezwaarprocedures.
Bert van den Berg

Door: Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij

Aanvankelijk wogen de provincies het economisch belang zwaar en bleven ze de vee-industrie veel groeiruimte bieden. Maar toen bleek dat veel mensen in de nabijheid van de steeds grotere geitenbedrijven Q-koorts kregen en dat steeds meer ziektekiemen niet meer met antibiotica bestreden kunnen worden door o.a. het te kwistig gebruik van antibiotica in de veehouderij, lijkt nu ook bij de provinciebesturen de maat vol.

Heftige discussies

In menige provincie woeden nu heftige discussies over het aanpassen van de provinciale omgevingsvisie en de provinciale verordening ruimte. De discussies gaan niet alleen over de vraag of veebedrijven verder mogen groeien, maar ook over volksgezondheid en dierenwelzijn. Moet er bijvoorbeeld een zekere afstand tot huizen zijn? En, welke bovenwettelijke voorwaarden kunnen worden opgelegd? Mag de provincie dierenwelzijnseisen stellen bij (ver)bouw van een stal, of is dierenwelzijn niet ruimtelijk relevant?

De uitkomsten van deze discussies tot nu toe verschillen sterk per provincie. Zo wil Groningen melkveehouders bouwblokken van maar liefst 4 hectare toestaan. Hierdoor kunnen mega-koeienstallen verrijzen, zonder de verplichting ervoor te zorgen dat er ook voldoende grond is om de honderden koeien die in deze stallen gehouden kunnen worden weidegang te geven. Gelderland daarentegen wil geen uitbreiding van de veehouderij, maar ‘nieuw voor oud’, en in 2016 wil deze provincie extra eisen aan de veehouderij gaan stellen.

Megastallen

Noord-Holland wil in het noorden van haar provincie bouwblokken van 2,5 hectare toestaan en zet daarmee de deur wagenwijd open voor megastallen. Zuid-Holland wil echter geen nieuwe intensieve veehouderij toelaten en bestaande bedrijven mogen alleen uitbreiden als ze aan extra voorwaarden voldoen, waaronder dierenwelzijnseisen. Zeeland weert alle vee-industrie en heeft recent zelfs 4 miljoen uitgetrokken om een groot varkensbedrijf te sluiten. Limburg doet het tegenovergestelde: de provincie worstelt zich al jaren door de ene na de andere bezwaarprocedure om Nederlands grootste megastal voor varkens en kippen in Grubbenvorst mogelijk te maken.

Duurzaamheidspunten

Het verst van alle provincies in het paal en perk stellen aan de vee-industrie gaat tot nu toe Noord-Brabant. Daar staat BZV niet meer voor ‘Boer zoekt vrouw’, maar voor de ‘Brabantse Zorgvuldigheidsindex Veehouderij’. Voor uitbreiding en nieuwbouw van hun stallen moeten Brabantse boeren duurzaamheidspunten scoren op deze index. Zo kunnen ze punten krijgen voor deelname aan het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming. Ook kan de boer de punten verdienen met maatregelen waarmee nadelige effecten op de omgeving worden verminderd, zoals geur of de uitstoot van fijnstof of ammoniak.

Zodra er belemmeringen voor de vee-industrie worden gecreëerd, komen er direct bezwaren van de boeren. En jawel, dan ontstaat soms een bizarre situatie; onlangs sprak de hoogste Nederlandse bestuursrechter, de Raad van State, namelijk uit dat eisen op het vlak van zaken als stofoverlast, brandveiligheid en dierenwelzijn ruimtelijk 'niet relevant' zijn en dus niet aan een omgevingsvergunning voor een veestal verbonden mogen worden. Maar deze uitspraak lijkt een Pyrrusoverwinning, want de rijksoverheid had al aangekondigd met regels te komen om provincies en gemeenten uitdrukkelijk de wettelijke bevoegdheid te geven wél dat soort aanvullende eisen te stellen.

Hoezo dierenwelzijn 'niet relevant'?

En hoezo is dierenwelzijn ruimtelijk niet relevant? Zaken als de minimum oppervlakte per dier, het al dan niet stapelen van dieren in etages, en het al dan niet buiten laten lopen van dieren lijken mij ruimtelijk juist buitengewoon relevant. En voor wie nog steeds niet overtuigd is: in artikel 13 van de Europese constitutie staat dat overheden onder andere bij hun ruimtelijk beleid wel degelijk rekening moeten houden met het dierenwelzijn.

18 maart zijn er provinciale statenverkiezingen. Bij het uitbrengen van jouw stem kun jij ook kijken in hoeverre de partijen vinden dat er grenzen zijn aan de veehouderij en of ze willen dat provincies meer en beter gaan werken aan dierenwelzijn. Op de websites van de provincies kun je nazoeken wat zij hier tot nu toe aan hebben gedaan. En wij hebben per provincie voor jou op een rij gezet wat de politieke partijen hier de komende jaren aan willen gaan doen.