Q&A Hittestress veetransport

Meer weten over hittestress tijdens veetransport? Lees onderstaande Q&A.

Foto van Eyes on Animals.

Dieren hebben, net als mensen, een thermoneutrale zone, dat is een minimum en een maximum temperatuur waarbinnen zij hun lichaamstemperatuur goed op peil kunnen houden. Als de omgevingstemperatuur boven de bovengrens van deze zone uitkomt, is er sprake van hittestress. Dieren moeten dan extra moeite doen om hun warmte kwijt te raken, door bijvoorbeeld te gaan zweten of hijgen.

Hittestress heeft grote negatieve gevolgen voor het welzijn en de gezondheid van het dier, bijvoorbeeld doordat uitdroging optreedt en omdat het dier hevige stress ervaart doordat het de warmte niet goed kwijt kan raken. Ook kan de pH-balans van het bloed verstoord raken omdat het CO2-gehalte daalt, en kan spierafbraak optreden. Uiteindelijk kan hittestress zelfs leiden tot sterfte.

Dit verschilt per diersoort en hangt ook af van de leeftijd en gezondheidstoestand van het dier. Over het algemeen kan gesteld worden dat er een risico op ernstige hittestress is bij deze temperaturen:

-       Vleeskuikens: 26 °C

-       Leghennen: 28 °C

-       Kalkoenen: 28 °C

-       Lacterend melkvee: 29 °C

-       Vleesvee: 28 °C

-       Varkens: 28 °C

Dieren die op transport gaan hebben ook last van andere stressoren, zoals hun stal of weide verlaten, ze worden door mensen gedwongen om te lopen, bewegingen van de vrachtwagen, soms worden ze gemengd met onbekende soortgenoten, etc. Daarnaast is de temperatuur in de wagens meestal een paar graden hoger dan de omgevingstemperatuur. Daardoor is het zeer waarschijnlijk dat hittestress in deze situatie al bij lagere omgevingstemperaturen optreedt. De Dierenbescherming stelt daarom voor om al vanaf omgevingstemperaturen van 21 °C maatregelen te nemen om hittestress te voorkomen.

Dat is niet met zekerheid te zeggen. Wel kan er een schatting worden gemaakt van het aantal dieren dat risico liep op hittestress tijdens transport, aan de hand van temperatuurgegevens en slachtaantallen.

 

Het aantal warme (minimaal 25 °C) en tropische (minimaal 30 °C) dagen neemt in de afgelopen decennia toe. In 2020 ging het om 32 zomerse en 12 tropische dagen. Dit betekent dat er naar schatting op warme en tropische dagen de volgende aantallen dieren naar slachterijen getransporteerd werden:

-       Runderen: 337.000 op dagen ≥ 25 °C; waarvan 55.000 op tropische dagen van ≥ 30 °C;

-       Varkens: 2 miljoen op dagen ≥ 25 °C; waarvan 767.000 op tropische dagen van ≥ 30 °C;

-       Vleeskuikens: 71 miljoen op dagen ≥ 25 °C; waarvan 26 miljoen op tropische dagen van 30 °C.

 

Ja, er is de zogenaamde Europese transportverordening. Hierin staat bijvoorbeeld de ruimte die dieren minimaal moeten krijgen in een veewagen. Bij lange-afstandstransporten (>8 uur) worden ook extra eisen gesteld aan bijvoorbeeld de ventilatie van de veewagen en de monitoring van de temperatuur; ook mag de temperatuur in de wagen niet oplopen tot boven de 35°C. Bij het vervoer naar slachthuizen gaat het echter in de meeste gevallen om korte transporten (

 

Sinds juli 2020 is in Nederland een beleidsregel van kracht voor transporten op Nederlands grondgebied, waardoor er vanaf een omgevingstemperatuur van 35°C niet meer getransporteerd mag worden. De Dierenbescherming vindt dit een stap in de goede richting, maar het is niet voldoende om dieren tegen hittestress te beschermen, aangezien dat al bij veel lagere temperaturen kan ontstaan.

Heb je meer vragen? Stuur ons een mailtje!