Spreekbeurt - pad

Paddenkennis

Je hebt er vast wel eens één gezien, een klein grijsbruin gekleurd diertje, dat in sprookjes of… in het echt door veel mensen vies gevonden wordt: de pad. Padden zijn eigenlijk nachtdieren, maar als het somber weer is, komen ze overdag ook weleens tevoorschijn. Ze leven graag in donkere beschutte natte plekjes, zoals een boomstam of onder bladeren. De pad eet vooral wormen, slakken, spinnen en andere insecten, die hij vangt met zijn tong die naar buiten rolt. De pad is koudbloedig. Dat betekent dat hij zijn eigen lichaamswarmte niet zelf kan regelen. In de winter houdt de pad daarom een winterslaap.

Verschil padden en kikkers

Padden en kikkers worden vaak door elkaar gehaald. Hieronder zijn wat handige tips om ze goed uit elkaar te houden:
  • Padden hebben een droge wrattige huid, kikkers hebben een gladde huid.
  • Padden hebben vaak een zwaar lichaam, kikkers hebben een slank lichaam.
  • Padden hebben korte achterpoten en lopen vooral in plaats van springen. Kikkers hebben lange achterpoten met zwemvliezen en springen vooruit.
  • Padden leggen eieren in lange rijen, kikkers leggen hun eieren in groepen. 

Padden hebben korte achterpoten en lopen vooral in plaats van springen.

Hoe ziet de gewone pad eruit?

De gewone pad heeft een grijsbruine / roodbruine kleur. De huid van de pad is bedekt met wratten, daarom vinden veel mensen ze maar eng of vies. Ook kunnen er uit de huid van een pad gifstoffen komen, maar die zijn niet giftig voor de mens. Deze gifstoffen helpen bij het verjagen van andere dieren, want hierdoor zijn de padden niet interessant als prooi en worden ze met rust gelaten door andere dieren.
De ogen van de pad zijn oranje gekleurd. Padden zijn niet zo groot, ongeveer 8 tot 13 centimeter. Het mannetje is altijd iets kleiner dan het vrouwtje.

Metamorfose

Padden en andere amfibieën ondergaan een metamorfose als ze ouder worden. Dit wil zeggen dat ze veranderen van een klein visje naar een pad. Een pad komt uit zijn eitje als een klein visje, ook wel een dikkopje genoemd. Na ongeveer 6 weken begint de verandering want het kleine dikkopje krijgt pootjes. In plaats van de kieuwen, groeien er longen en ook de staart krimpt langzaam. Na ongeveer 3 maanden is het kleine visje veranderd in een kleine pad, die niet meer in het water zal leven maar voortaan op het land.

Padden zijn niet zo groot, ongeveer 8 tot 13 centimeter. 

Paddensoorten in Nederland

In Nederland komen verschillende soorten padden voor. De bekendste is de ‘gewone pad’, maar daarnaast heb je ook nog:
  • Rugstreeppad
    De rugstreeppad is te herkennen aan de gele streep op zijn rug. Vandaar ook de naam: rugstreeppad.
  • Geelbuikvuurpad
    De geelbuikvuurpad heeft een zwarte buik met daarop gele vlekken. Vandaar ook de naam: geelbuikvuurpad.
  • Knoflookpad
    De knoflookpad heet zo, omdat bij dreiging deze pad de geur van knoflook uitstoot.
  • Vroedmeesterpad
    De vroedmeesterpad is een kleine paddensoort. Hij heeft deze naam, omdat het mannetje de eitjes meedraagt op zijn rug. Als de eitjes uit gaan komen, neemt de mannetjespad ze mee naar het water. Een speciale vorm van broedzorg dus.

De Paddentrek

Ieder jaar vindt er een paddentrek plaats. Als het in het voorjaar overdag weer warmer wordt, ontwaken de padden (en andere amfibieën) uit hun winterslaap. Dan gaan ze vanuit hun winterslaapplaats naar het water om te paren en eitjes af te zetten. Dit gebeurt van februari tot april. Hierbij steken groepen padden vaak drukke wegen over. Om op te warmen blijven ze vaak stil zitten op het warme wegdek. Hierdoor worden er ieder jaar veel padden platgereden door auto’s. Gelukkig is er hulp voor de padden! Er bestaan namelijk paddenwerkgroepen die helpen met de oversteek. De padden worden dan opgevangen in emmers en door vrijwilligers de drukke wegen over gedragen naar de overkant. Aan die kant worden ze weer los gelaten en kunnen ze weer verder. Dit gebeurt vaak in de avonduren, omdat de padden dan tevoorschijn komen. 

Een vrouwtje met een mannetje op haar rug (ook wel een 'tandem' genoemd). 

Tandems en paddenbollen

Tijdens de paddentrek hebben mannetjespadden het goed bekeken. Ze klimmen op de rug van een vrouwtje en laten zich zo vervoeren. Dit noem je ook wel een tandem. Als er meer mannetjes op de rug van een vrouwtje zitten, noem je dat een paddenbol.

Wat doet de Dierenbescherming voor de pad?

In sommige regio’s zijn er paddenwerkgroepen die ieder jaar de padden (en andere amfibieën) vrijwillig overzetten tijdens de paddentrek.

De Dierenbescherming

Er leven veel dieren in Nederland. Dieren in de natuur, zoals vogels en vissen, maar ook huisdieren. Daarnaast houden we dieren voor hun vlees, eieren of de melk.
Helaas gaat het niet altijd goed met de dieren. De Dierenbescherming is een organisatie die zich inzet voor alle dieren in Nederland die hulp nodig hebben. Hiervoor heeft de Dierenbescherming bijvoorbeeld dierenasielen en rijden onze dierenambulances het hele land rond. En onze inspecteurs houden de gezondheid van dieren goed in de gaten. De Dierenbescherming vraagt ook aan de regering om strengere regels en wetten te maken om de dieren te beschermen, zoals wetten over proefdieren.

Padden vallen door hun schutkleuren helemaal niet op tussen het gras.

Weetjes

  • Padden leven over het algemeen alleen op land en komen alleen in de paartijd in het water.
  • De wetenschappelijke naam van de gewone pad is Bufo bufo.
  • Padden kunnen zich met hun achterpoten ingraven voor hun winterslaap. Kikkers kunnen dat niet.
  • Bij gevaar maakt de pad zich groter en blaast zicht op.

Quiz

Maak een mooie quiz voor op het digibord of schrijf de vragen op het schoolbord.
Laat je klasgenoten de antwoorden op een blaadje schrijven met hun naam erboven. Dan kun je bij het nakijken van de antwoorden zien welke klasgenoten goed hebben opgelet bij de spreekbeurt!

Vragen:

1. Wat eten padden?
2. Wat doet een pad in de winter?
3. Wat is het verschil tussen de huid van een pad en die van een kikker?
4. Hoe heet de tocht die padden maken als ze uit hun winterslaap komen?
5. Als wat komt een pad uit zijn eitje?

Antwoorden:

1. Padden eten wormen, slakken, spinnen en andere insecten.
2. De pad houdt een winterslaap.
3. De huid van een kikker is glad en de huid van een pad is droog en wrattig.
4. De paddentrek.
5. De pad komt uit zijn eitje als een klein visje of dikkopje.

Padden voelen zich helemaal thuis in het water.

Extra informatie

Wil je nog meer informatie? Hier kun je meer lezen:

Videomateriaal

  • SchoolTV (over overstekende padden)
  • SchoolTV (over padden op elkaar tijdens de paddentrek)