Vleeskalverhouderij

Het kalf in de natuur

In de natuur likt de moederkoe het kalf direct na de geboorte schoon en drinkt het kalf biest (de eerste melk, met veel antistoffen) bij de moeder. De eerste week is het kalf volledig gefixeerd op de moeder, daarna gaat het dier ook met andere kalfjes spelen. Na 1 à 2 weken eet het kalf ook ruwvoer. Als er niet door de mens wordt ingegrepen, vindt het spenen (het stoppen van melk drinken) plaats als de kalveren 6 tot 8 maanden oud zijn.

Het kalf in de vleeskalverhouderij

In Nederland werden in 2017 ruim 1,5 miljoen kalveren gemest en geslacht. Een groot deel hiervan is het ‘overschot’ aan kalfjes uit de Nederlandse melkveehouderij. Daarnaast importeert Nederland ook jonge kalfjes uit andere Europese landen om hier vet te mesten, voornamelijk uit Duitsland, België en Luxemburg, maar ook uit verdere landen zoals Ierland, Letland, en Estland. Ondanks dat Nederland veel kalfsvlees produceert, eten Nederlanders zelf maar weinig kalfsvlees. Het overgrote deel van het kalfsvlees, ca. 95%, wordt geëxporteerd.


De vleeskalverhouderij is in te delen in blankvleesproductie (ruimt 60% van de kalveren) en rosévleesproductie. De vraag naar blank kalfsvlees komt vooral van consumenten uit Italië en Frankrijk. De blanke kleur van het vlees ontstaat door de kalveren veel melk te geven en weinig ijzerhoudend ruwvoer zoals hooi. In de rosévleesproductie krijgen de kalveren wel de gehele mestperiode ijzerrijk ruwvoer. Hun vlees kleurt roze, vandaar de naam rosévlees.

Welzijnsproblemen:

Te jong, te lang op transport

Kalfjes worden op de melkveehouderij direct na geboorte van hun moeder gescheiden en in individuele boxen gehuisvest. Op een leeftijd van 14 dagen mogen ze op transport. De kalveren zijn dan echter nog zuigelingen waarvan het immuunsysteem nog niet is ontwikkeld. De minimum transportleeftijd zou daarom volgens de Dierenbescherming op zijn minst naar 28 dagen moeten. De maximale transportduur moet beperkt worden tot 8 uur. De beste oplossing is om de kalveren op het bedrijf van geboorte te mesten.

Kortom, de Dierenbescherming is van mening dat er een eind moet komen aan de lange-afstandstransporten van jonge kalfjes. Er moet een maximum transportduur van 8 uur worden ingesteld. Kalfjes uit bijvoorbeeld Ierland en Letland zouden in hun geboorteland moeten worden gemest en geslacht.

Infectiedruk

Kalveren worden op een leeftijd van 14 dagen door een veehandelaar opgehaald. In de veewagen en even later op de veemarkt of zogenaamde ‘kalververzamellocatie’ komen de kalfjes in contact met soortgenoten van andere melkveebedrijven. Bij het mixen van de kalveren worden ook de ziektekiemen gemixt die elk kalf van zijn melkveebedrijf van geboorte meeneemt. Samen met de stress van het veetransport, is het geen wonder dat veel kalveren bij aankomst op de kalvermesterijen in Nederland last hebben van longontstekingen en diarree, en dat er veel antibiotica wordt gebruikt in de kalversector.



In de kalvermesterij zitten de kalveren met een paar honderd dieren in één grote ruimte. Dicht op elkaar gepakt, in afgezette hokjes boven een mestput met hun eigen gistende uitwerpselen. De ziektedruk onder de kalveren is dan ook groot. Alhoewel het antibioticagebruik sinds 2007 is gedaald, moet dit verder omlaag.

Rantsoensamenstelling

Een dieet van uitsluitend melk is niet geschikt voor een herkauwer. Mede dankzij de inzet van de Dierenbescherming is het sinds 1995 in Nederland en sinds 1998 in de hele Europese Unie verplicht om kalveren vanaf 14 dagen oud met het stijgen van de leeftijd een toenemende hoeveelheid ruwvoer te geven. In Nederland heeft de Dierenbescherming met de kalversector afspraken gemaakt dat alle kalveren twee keer zoveel ruwvoer krijgen als wettelijk verplicht is. Ook is er een zodanig bloedijzermanagement afgesproken dat geen enkel kalf in de Nederlandse vleeskalverhouderij in de gevarenzone van bloedarmoede komt. Onder het Beter Leven keurmerk is een nog hoger bloedijzergehalte afgesproken.

Gebrek aan ruimte voor natuurlijk gedrag en beweging

De oude ‘kalverkisten’ zijn sinds 2004 verboden in Nederland. Alleen in de eerste acht levensweken mogen kalveren nog in individuele boxen worden gehouden, waarbij ze elkaar wel moeten kunnen zien en aanraken. Daarna moeten ze in groepen worden gehouden, op een oppervlakte van 1,8 m2 per kalf. Het gevolg is dat de kalveren steeds minder bewegingsruimte hebben. De Dierenbescherming is dan ook van mening dat het oppervlak per kalf omhoog moet, en dat de dieren meer bewegingsruimte moeten krijgen door ze in grotere groepen te houden, waardoor ze meer kunnen rennen en springen (wat ze graag doen, omdat het jonge dieren zijn).

Harde, gladde en natte vloeren

Kalveren worden gehuisvest op roostervloeren van hardhout of van beton. Dit is oncomfortabel en de kalfjes kunnen uitglijden en zich verwonden. Mede op aandringen van de Dierenbescherming heeft onderzoek plaatsgevonden naar het creëren van een zachte ligbedding. Zoals verwacht, liggen de kalveren liever op rubber dan op de harde vloer. Ook glijden ze minder vaak uit en komen minder vaak dikke knieën voor. De Dierenbescherming gaat rubber daarom ook verplicht stellen binnen het Beter Leven keurmerk.

Stalklimaat

Als het stalklimaat niet in orde is, kampen kalveren al gauw met luchtweginfecties. In veruit de meeste vleeskalverstallen staan de kalveren boven een mestput met hun eigen uitwerpselen. Dit is een belangrijke oorzaak van het stof, de hoge luchtvochtigheid en de ammoniak in de stal, en van stof- en ammoniakoverlast buiten de stal. De mestput kan vervangen worden door een ondiepe put waarin mest en urine direct gescheiden en dagelijks de stal uitgevoerd worden. Gevolg is dat het in en buiten de stal nauwelijks meer stinkt en de luchtwegproblemen door stof en ammoniak verdwijnen.

Wat wil en doet de Dierenbescherming?

Met de verplichte ruwvoerverstrekking en groepshuisvesting zijn twee ernstige inbreuken op het kalverwelzijn grotendeels opgelost. De Dierenbescherming vindt echter dat er nog steeds forse welzijnsverbeteringen in de kalvermesterij nodig zijn. Zo moeten de kalveren onbeperkt ruwvoer en drinkwater krijgen. Kalveren hebben ook meer ruimte, een zachte ligplek, zachtere loopvloeren en een uitloop naar buiten nodig. En er moet een einde komen aan het transporteren van jonge kalfjes over lange afstanden door heel Europa. De Dierenbescherming probeert de diervriendelijkere veehouderij steeds diervriendelijker en groter te maken. Zij heeft het Beter Leven keurmerk voor kalveren ontwikkeld om de kloof tussen intensieve en biologische veehouderij te dichten.

Wat kun je zelf doen?

Als je kalfsvlees eet, kies dan minimaal voor kalfsvlees met 1 ster van het Beter Leven keurmerk, verkrijgbaar bij slager en supermarkt. Het best kun je kiezen voor kalfsvlees met 3 sterren van het Beter Leven keurmerk, zoals dit biologische kalfsvlees.