Afschot populairder dan alternatieven

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 3 juli 2019

Om doelstanden te bereiken worden op de Veluwe jaarlijks duizenden dieren afgeschoten. Vanaf deze week staat het wilde zwijn op de agenda en moeten er van de 5500 dieren 4000 worden gedood. Deze aantallen zijn vastgesteld door de faunabeheereenheid Gelderland waaraan sinds twee jaar ook de Dierenbescherming deelneemt.

Dat het afschot zo grootschalig plaatsvindt, vinden wij op z’n zachts gezegd geen goed idee. Echter de aanpak wijzigen, is geen makkelijke opdracht. Besturen betekent geven en nemen, en in het geval van een faunabeheereenheid, gaat het vanuit het dierenperspectief nu nog te vaak over geven.

Van de 5500 wilde zwijnen op de Veluwe, moeten er ook nu weer 4000 worden afgeschoten.

De rol van de Dierenbescherming

Deelnemen in een faunabeheereenheid betekent dat je meepraat over het uitvoeren van het faunabeleid. Het beleid is vastgesteld door de provincie, maar is vaak vrij ruim in te vullen door de uitvoerders zoals jagers, boeren en natuurterreinbeheerders. Meestal gaat het over soorten waar mensen of ‘natuur’ mee in conflict zijn. De Dierenbescherming heeft zichzelf de schone taak toebedeeld om met de uitvoerders in gesprek te gaan over een diervriendelijkere uitvoering. Dus minder afschot en meer ruimte voor diervriendelijkere oplossingen én dus meer ruimte voor wilde dieren.  

Wij vinden dat eerst gekeken moet worden óf er echt aantoonbare schade is en vervolgens welke diervriendelijkere alternatieven toegepast kunnen worden, die op lange termijn ook nog eens effectiever kunnen zijn. Alleen anderen hiervan overtuigen vergt een lange adem. Het vraagt een hele andere denk- en werkwijze. Decennia- of eigenlijk al eeuwenlang is gekozen voor de bekende weg: afschot!

Wilde dieren in Nederland hebben het zwaar

We begrijpen dat het lastig is om van dit uitgesleten pad af te wijken. Maar het zijn andere tijden. Juist omdat mensen steeds meer plek innemen, komen wilde dieren in de knel en met ons in conflict. Dat wij dit willen mitigeren en proberen te voorkomen is logisch. Maar om dit dan altijd via de makkelijkste weg, en dus via afschot te willen doen, vinden wij niet vanzelfsprekend. Wilde dieren in Nederland hebben het al zwaar genoeg en juist daarom vinden wij dat we als mens de morele plicht hebben om de conflicten zo diervriendelijk mogelijk op te lossen. De hoogste tijd voor een aanpak die recht doet aan de dieren, die op zo’n bijzondere wijze weten te overleven in onze urban jungle.

Zwijnen: hoe pak je het aan?

In de faunabeheereenheden wijzen we dan ook op maatregelen die ook kunnen werken, zoals het plaatsen van hekken op strategisch geschikte plekken, het verjagen van ganzen met laser en het aanpassen van de vegetatie zodat het minder aantrekkelijk is voor die soort waar men hinder van ondervindt. In het geval van het wilde zwijn kan een eerste voor de hand liggend alternatief zijn: niets doen.

In het geval van het wilde zwijn kan een eerste voor de hand liggend alternatief zijn: niets doen.
Op plekken waar het voedselaanbod beperkt is, blijkt namelijk dat afschot helemaal niet nodig is om overlast te voorkomen. Niets doen is overigens ook al van toepassing op de voedselarmere delen van de Veluwezoom. Daarnaast zijn zwijnen absoluut geen springers en dus zijn lage permanente hekken in combinatie met vee-roosters, mits goed ingegraven, want graven kunnen ze dan weer wel als de beste, een goed alternatief om ze buiten de bebouwde kom of van de weg af te houden. Uit agrarische percelen kun je ze weren door tijdelijke elektrische rasters te plaatsen of teelten aan te passen.

Alternatieven niet populair

De alternatieven komen in de vergaderingen zeker aan bod, en ook krijgen ze een plekje in de pagina’s dikke faunabeheerplannen. Maar de uitvoering van de alternatieven blijven vaak achter omdat de uitvoering van die maatregelen niet altijd in handen is van diegene die in het bestuur van de faunabeheereenheid zitten, of omdat ze gezien worden als een te dure maatregel. Ook kan het zijn dat het afschot nodig is om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding vanuit het rijk of omdat de meerderheid in een bestuur van mening is dat afschot de enige oplossing is.

Dierenbescherming geeft niet op

Samengevat: er valt nog veel te verbeteren, maar gelukkig zijn alternatieven bespreekbaar en ook regelmatig onderdeel van de uitvoering. Bovendien is het inzetten van diervriendelijkere alternatieven dé voorwaarde voor het überhaupt gebruik mogen maken van een afschotvergunning (in geval alternatieven niet werkten). Wij gaan door met het pleiten voor diervriendelijkere alternatieven en hopen met onze lange adem, op termijn, veel dieren te kunnen redden van de dood.