Betere zorg voor het kalf

Sophie de Graaf Door Sophie de Graaf Senior Beleidsmedewerker Beter Leven keurmerk 23 september 2019

De kalversterfte op veel Nederlandse melkveebedrijven is hoog: gemiddeld 12,5% van de kalveren sterft voor ze 14 dagen oud zijn: 9% wordt gesignaleerd als doodgeboren en 3,5% overleeft de eerste 14 dagen niet. Dat bleek uit cijfers die in 2018 naar buiten zijn gebracht door de RVO in opdracht van het ministerie van LNV. Om de sterfte terug te dringen en het welzijn van de kalfjes te verbeteren is niet één oplossing, maar een combinatie van kennis, tijd, aandacht en discipline nodig. Maar vooral aan tijd ontbreekt het melkveehouders steeds vaker. Dit concludeerde Wageningen Universiteit in 2015 al.

De geboorte van het kalf

Een kalf wordt meestal geboren in een hok met stro. De boer haalt na de geboorte het kalf zo snel mogelijk weg bij de koe, om te voorkomen dat moederkoe en kalf een band vormen en veel stress ervaren wanneer ze weer gescheiden worden. Het kalf wordt na scheiding van de koe een aantal weken alleen gehouden, dit kan zowel buiten zijn in een plastic hutje dat bekend staat als een ‘iglo’ als binnen in een hokje.

De eerste melk van levensbelang

Omdat koe en kalf gescheiden worden, ligt de volledige zorg van het pasgeboren kalf op de schouders van de melkveehouder. Het kalf is na de geboorte onder andere afhankelijk van de eerste melk, zogenaamde ‘biest’, van de moederkoe. Bij geboorte heeft het dier nog geen eigen afweersysteem en in de biest zitten antistoffen die het kalf beschermen. Het is dus van levensbelang dat het kalf deze biest krijgt. Wanneer het kalf te weinig, te laat, of op een onhygiënische manier biest krijgt aangeboden zijn de overlevingskansen voor het kalf kleiner.



De Dierenbescherming ziet ruimte voor verbetering en voerde onlangs deze verbeterpunten binnen haar Beter Leven keurmerk voor zuivel door. Zo volgen Beter Leven melkveehouders het biestprogramma opgesteld door de Universitaire Landbouwpraktijk van de Faculteit Diergeneeskunde.

Gebrek aan wet- en regelgeving

Er is veel variatie in melkveebedrijven. Waar de ene boer nauwelijks een kalf ziet sterven, verliest de ander bijna een kwart van zijn kalveren.

Sterfte onder kalveren in 2018

In 2018 is op 5.547 melkveebedrijven (33%) de sterfte onder de kalveren hoger dan 13%. Op 1.265 bedrijven (8% van het totaal) is de sterfte onder kalveren hoger dan 20%. Deze cijfers komen uit een Kamerbrief van 15 mei 2019 van Carola Schouten, Minister van LNV.

Ook de zuivelketen erkent de problematiek rondom kalversterfte en is daarom in 2018 gestart met het programma Kalf OK. Melkveehouders die hieraan meedoen krijgen elk kwartaal een score op een 12-tal punten, waardoor ze kunnen zien op welke punten hun kalverzorg goed scoort en op welke punten de zorg tekort schiet.

Het nemen van maatregelen is noodzakelijk en een laag sterftepercentage is mogelijk, zo stelt de Dierenbescherming. Naast goede zorg voor het kalf is ook goede huisvesting nodig die is afgestemd op de behoeftes van het kalf. Dat is niet op alle melkveebedrijven het geval, bij gebrek aan toereikende wet- en regelgeving voor huisvesting. 

Zo wil een kalf drinken in de natuurlijke zoogpositie. Dus met de kop omhoog en uit een speen. Kalfjes drinken normaal gesproken zo’n 7 keer per dag bij de moederkoe. In totaal drinken zij zo’n 10 tot 12 liter per dag. Goede zorg is relatief simpel in te passen in de bedrijfsvoering en vraagt geen grote investeringen, maar vergt inzet van betrokken veehouders.

Aandacht voor het kalf binnen Beter Leven keurmerk

In april van dit jaar kwam de Dierenbescherming met dierenwelzijnscriteria 1 ster voor de melkveehouderij, om hetgeen dat binnen de wet niet is geregeld, af te dekken met een dierenwelzijnsnorm. Ook de zorg voor het kalf is daarin meegenomen. Zo geven Beter Leven boeren hun kalveren melk in de natuurlijke zoogpositie uit een speen. Daarnaast krijgen ook jonge kalfjes water en worden ze na 14 dagen in groepjes gehouden. Op de lange termijn (bij ver- of nieuwbouw) zullen de dieren nog sneller (na 5 dagen al) in groepjes gehouden worden.



Melkveehouders die aan Beter Leven keurmerk meedoen zullen op de langere termijn (bij ver- of nieuwbouw) hun kalveren zo huisvesten dat het klimaat goed te regelen is. Door onder andere deze aspecten samen toe te passen heeft een Beter Leven melkveehouder aandacht en zorg voor het kalf.