Coronavirus voert Nederlandse veehouderij langs de afgrond

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 27 mei 2020

Wekenlang leek de Nederlandse veehouderij relatief ongeschonden door de coronacrisis te komen. Maar met de constatering dat nertsen in de pelsdierhouderij het virus aan mensen overdragen en de vondst van vele coronabesmettingen in een varkensslachterij legt het virus enkele tekortkomingen van de veehouderij ongenadig bloot. Hard ingrijpen is nu nodig om verdere drama’s voor mens en dier te voorkomen.

Nu ingrijpen om nog erger te voorkomen

De Nederlandse veehouderij rolt al tientallen jaren van de ene crisis in de andere. Vogelgriepuitbraken die 10.000den kippen voortijdig het leven kost, stalbranden waarbij jaarlijks vele varkens en kippen in de vlammen omkomen, melkkoeien die voortijdig geslacht worden om binnen de fosfaatnormen te blijven, luchtwassers die minder ammoniak blijken te reduceren dan gedacht, mestfraude, en laatst maar niet minst de stikstofcrisis.

Wanneer er nertsen vanwege corona gedood moeten worden, kunnen de betreffende bedrijven maar beter gelijk definitief gesloten worden.
Toen de coronacrisis uitbrak leek de schade voor de veehouderij relatief beperkt te blijven. Maar afgelopen week heeft het virus alsnog keihard toegeslagen nu blijkt dat grote aantallen slachthuismedewerkers en nertsen met corona besmet zijn. Op de situatie in de nertsenhouderij hebben we 26 mei gereageerd. Wanneer er nertsen vanwege corona gedood moeten worden, kunnen de betreffende bedrijven maar beter gelijk definitief gesloten worden. De Nederlandse nertsenhouder moet per 1 januari 2024 sowieso dicht. Als er veel slachthuizen vanwege corona tijdelijk dicht moeten en dieren daardoor noodgedwongen langer op de boerderij moeten blijven, dreigen er ernstige dierenwelzijnsproblemen in overvolle veestallen.

Slachterijen moeten versneld naar anderhalve meter economie

Nadat eerder al in de Verenigde Staten en Duitsland slachterijen noodgedwongen werden gesloten omdat grote aantallen slachthuismedewerkers met corona besmet bleken te zijn, is nu ook in Nederland een eerste slachterij om die reden tijdelijk gesloten. En te vrezen valt dat het niet bij dit ene slachthuis blijft. Het personeel van de meeste slachterijen bestaat voor het grootste deel uit Oost-Europese gastarbeiders. De meesten wonen dicht op elkaar in woningen en pensions, worden elke dag dicht opeengepakt in busjes naar de slachterijen vervoerd en doen hun werk in de slachterij dicht bij elkaar staand in een koude ruimte met een hoge luchtvochtigheid. Deze woon-, werk- en transportomstandigheden blijken ideaal voor het coronavirus om snel om zich heen te grijpen.

Al het slachthuispersoneel gaat nu op corona getest worden. Als in een slachthuis veel medewerkers het virus onder de leden blijken te hebben, zit er voor die slachterij weinig anders op dan 14 dagen te sluiten. En alle slachterijen zullen nu direct drastische maatregelen moeten nemen om te zorgen dat niet alleen op de werkvloer, maar ook in de woonruimtes en tijdens het transport hun medewerkers de anderhalve meter regel en alle andere preventieve gezondheidsaanbevelingen van het RIVM goed in acht kunnen nemen.

Intensieve veehouderij moet (tijdelijk) inkrimpen

Het sluiten van slachthuizen en het strikt naleven van de anderhalve meter maatregel in de slachthuizen kan betekenen dat er minder dieren per dag geslacht kunnen worden. Dieren moeten daardoor langer in de veehouderij blijven. En omdat er weer nieuwe biggen, kalveren en kuikens geboren worden lopen de stallen langzaam vol en wordt de situatie steeds nijpender. Om al te grote dierenwelzijnsproblemen te voorkomen zijn ingrijpende maatregelen nodig:

  • Varkenshouders worden al sinds de grote mond- en klauwzeeruitbraak in 2001 opgeroepen ervoor te zorgen dat ze zes weken extra noodcapaciteit op hun bedrijven kunnen creëren als er weer zo’n crisis komt. Nu moet dit ook echt gebeuren en gemeenten en omwonenden zullen zich daarbij solidair moeten tonen met de varkenshouders. En gedurende de rest van de coronacrisis is het verstandig wat minder varkens te fokken, afgestemd op de anderhalve meter economie van de slachthuizen. 
  • Voor vleeskippen biedt noodhuisvesting weinig soelaas; snelgroeiende vleeskuikens kunnen een paar dagen op een armer dieet gezet worden, maar krijgen al gauw last van hittestress en kreupelheid en moeten naar het pluimveeslachthuis, desnoods net over de Nederlandse grens. En gedurende de rest van de tijd dat de coronacrisis voortduurt is het verstandig minder eieren uit te broeden, afgestemd op de anderhalve meter economie van de pluimveeslachthuizen.
  • Leghennen kunnen meestal zonder veel dierenwelzijnsproblemen wat langer aangehouden worden. En gedurende de tijd dat de coronacrisis duurt kunnen minder eieren uitgebroed en minder hennen in de stallen gezet worden.
  • De kalverhouderij heeft de import van kalveren al flink verminderd, omdat de kalverslachterijen vanwege de weggevallen afzet van kalfsvlees op halve kracht zijn gaan draaien.

Veehouderij blijvend weerbaarder en duurzamer maken

Het is een drama voor de veehouderijsector en de dieren. Laten we hopen dat de situatie niet verder uit de hand loopt en dat de overheid de veehouderij de helpende hand biedt. Maar die helpende hand moet niet zonder oog voor de toekomst geboden worden. De maatregelen om het coronaleed in de veehouderijsector aan te pakken moeten zoveel mogelijk zo ingericht worden dat de veehouderijsector tegelijkertijd toekomstbestendiger en diervriendelijker wordt gemaakt.

Recent heeft de Dierenbescherming in haar Deltaplan Veehouderij 2050 geschetst hoe zo’n toekomstbestendig, diervriendelijkere veehouderij te realiseren. We zeggen daarmee niet dat wij de waarheid in pacht hebben, maar de veehouderij kan niet langer op de oude voet doorgaan. Een grondige herbezinning en verandering is nodig. Als Dierenbescherming willen wij zoals altijd ons steentje daaraan bijdragen. Alles in het belang van mens en dier.