Dierenbescherming in Europa

Piko Fieggen Door Piko Fieggen Programmamanager Handel & Fok 8 maart 2018

De Dierenbescherming houdt zich bezig met dierenwelzijnsvraagstukken binnen onze landsgrenzen. Dit betekent niet dat wij ons niets aantrekken van misstanden in het buitenland. Integendeel: we delen onze kennis en kunde waar dat nuttig en nodig is. Tevens zijn wij een belangrijk lid van Eurogroup for Animals. Deze organisatie is een verzameling van ruim zestig dierenwelzijnsorganisaties verspreid over Europa. Zij zijn opgericht om het beleid, wet- en regelgeving op Europees niveau te beïnvloeden. Uiteraard ten gunste van het dierenwelzijn!

De diverse werkgroepen

Eurogroup for Animals heeft diverse werkgroepen opgericht die zich focussen op een bepaalde diersoort of -groep. Zo is er een aparte groep voor huisdieren, paardachtigen, veehouderij, wilde dieren en proefdieren. Namens de Dierenbescherming neem ik deel aan de groep voor huisdieren (Cats & Dogs) en paardachtigen (Equine). Elke groep komt drie tot vier keer per jaar samen om de strategie invulling te geven en waar nodig aan te scherpen. Deze bijeenkomsten zijn meestal in Brussel, maar zo af en toe organiseert één van de leden een bijeenkomst op hun locatie. Afgelopen week was de Deense Dierenbescherming, Dyrenes Beskyttelse (fonetisch = djurrennus beskuttelse), aan de beurt. 

Bijeenkomst van de werkgroep voor paardachtigen (Equine) van Eurogroup for Animals.

Agendapunten tijdens de bijeenkomst

Afgelopen donderdag en vrijdag vond deze bijeenkomst plaats. Op donderdag hadden we overleg op het hoofdkantoor in Søborg, een plaatsje net buiten Kopenhagen. Met een groep van zestien man en drie mensen via Skype hebben we diverse onderwerpen besproken. Allereerst stond de strategie voor de verkiezingen van het Europees Parlement in 2019 op de agenda. Voor ons is het belangrijk dat zij het onderwerp dierenwelzijn, en dan specifiek dat van paarden, meeneemt in het verkiezingsprogramma. Daarnaast kwam de wijze van identificeren van paarden (chip en/of tatoeage) ter sprake, de sterk groeiende markt van ezelinnenmelk, de handel in ezelvachten, de import van het zwangerschapshormoon PMSG en de import van paardenvlees uit landen waar de welzijnsstandaarden te laag zijn. De meeste van deze onderwerpen staan al langer op de agenda. We schatten het risico voor het dierenwelzijn in, bepalen hoe we dit kunnen waarborgen en zetten vervolgens de lijnen uit: wat gaan we doen.

Wat doe ik daar?

Mijn rol bestaat uit de inbreng van expertise voor diverse vraagstukken. Soms is die kennis wat minder, zoals de gang van zaken bij de ezelinnenmelk, en soms is dat meer zoals bij de identificatie en registratie van paarden. Daarnaast worden er afspraken gemaakt over uitvoering. Dit is meestal een combinatie tussen lobbywerk op Europees en op nationaal niveau, maar soms gaat het om het inventariseren van een bepaalde problematiek. Het rapport ‘Removing the Blinkers’ is hier een prachtig voorbeeld van. Dankzij dit rapport konden we al heel wat processen starten die tot verandering gaan leiden. Misschien klinkt dit nog niet als veel ontwikkelingen, maar de politiek in de EU gaat langzaam. De vorderingen die we maken zijn dan ook iets om trots op te zijn! 

Een bezoek aan stoeterij Atterupgård, gevestigd in Jystrup (Denemarken). 

Stoeterij Atterupgård 

Na de overnachting in Kopenhagen gingen we vrijdagochtend vroeg op pad richting de stoeterij Atterupgård, gevestigd in Jystrup. De Deense Dierenbescherming is van mening dat zij paarden op diervriendelijke wijze huisvesten en trainen; een bezoekje waard dus. Omgeven door kou en sneeuw kregen we daar een indrukwekkende rondleiding. De paarden van Atterupgård worden in groepen gehuisvest en hebben continu de beschikking over een vrije uitloop naar een weiland van enkele hectare. Zelfs tijdens de vrieskou en sneeuw. Ook opvallend is de filosofie achter de manier waarop de paarden getraind worden. Ze trainen maximaal twee uur per dag, zodat ze voldoende tijd en energie overhouden om vrij te bewegen. Ondanks dat de trainingsuren beperkt blijven, liepen er op de laatste Olympische Spelen maar liefst drie paarden van deze stoeterij rond. 

Deze paarden, gewend aan de kou, hebben altijd toegang tot hun binnenverblijf om te schuilen en op te warmen. 

Deense wetgeving paarden

Tot slot kregen we een lezing over de Deense wetgeving ten aanzien van paarden. Het grootste verschil zit hem in de specifieke uitspraken over huisvesting en verzorging. De Denen geven letterlijk aan wat de minimale eisen zijn. Daardoor zijn ze bijvoorbeeld erg duidelijk over de vereiste mogelijkheden voor een paard om naar buiten te kunnen: elk paard moet minimaal vijf dagen per week twee uur buiten zijn. De ruimte moet minimaal 800 m2 zijn, en bij elk extra paard neemt deze ruimte toe. De Denen zijn over meer van dit soort zaken zeer concreet, waardoor handhaving een stuk eenvoudiger wordt. Er is namelijk een duidelijke ondergrens. Kan Nederland hier niet wat van leren? Voor de liefhebber, in het Deens, de Deense wetgeving voor paarden.