Dierentuinen zitten niet stil

Piko Fieggen Door Piko Fieggen Programmamanager Verantwoorde Omgang met Gezelschapsdieren 30 mei 2018

Steeds meer partijen zijn druk bezig om het dierenwelzijn in ons land te verbeteren. Dit doet de Dierenbescherming uiteraard deugd, ook al willen we natuurlijk altijd dat het sneller gaat. Dit neemt niet weg dat wij wel degelijk deze stappen waarderen en er soms een glimlach op mijn gezicht verschijnt. Zo’n moment had ik vorig weekend, toen ik heerlijk in de zon zat en een bericht over Artis las: 'Dierentuin Artis wil minder diersoorten.'

Amsterdamse dierentuin Artis overweegt het aantal diersoorten terug te schroeven. 

Kwaliteit boven kwantiteit

Artis staat als stadsdierentuin van Amsterdam al jaren voor een lastige uitdaging. Hoe kun je voldoen aan het groeiend aantal eisen t.a.v. dierenwelzijn, als je amper ruimte hebt om uit te breiden. Dit hebben zij enkele jaren geleden al verenigd met de visie dat kwaliteit altijd boven kwantiteit moet staan. Door minder diersoorten te houden, krijgen de overgebleven diersoorten meer leefruimte.

Dieren geen namen

Een ander voorbeeld waarmee Artis een stap heeft gezet in het denken over dieren is dat zij geen namen geven aan dieren. Althans, niet voor de bezoekers. De verzorgers gebruiken wel namen, omdat dit de verzorging gemakkelijker maakt. Zij hebben dus, net als dierentuin Wildlands in Emmen, besloten om de vermenselijking van hun dieren tegen te gaan. Een naam geven aan een dier levert misschien wel de grootste bijdrage aan deze vermenselijking. Bokito (uit Diergaarde Blijdorp) zou in Artis en Wildlands dus gewoon als gorilla te boek staan, en niet als een icoon.

Een aantal dierentuinen geeft de dieren geen namen meer.

Automatisch voersysteem

In Dierenpark Amersfoort hebben ze in 2016 een geautomatiseerd voersysteem ingesteld bij de beren en chimpansees. Dit systeem slingert op willekeurige tijden het eten de verblijven in. Hiermee wordt dus niet alleen voorkomen dat er te veel contact is tussen mens en dier, maar het voorkomt ook dat het voeren op voorspelbare momenten gebeurt. Dieren zitten dus niet meer af te tellen tot het eten komt, en reageren minder sterk op de aanwezigheid van de verzorgers (die zij anders met eten zouden associëren) of op bezoekers die met een groene jas weleens kunnen lijken op de verzorgers.

Kern van de beleving

Deze drie voorbeelden lijken slechts kleine stappen vooruit, maar toch raken zij de kern van de beleving van de bezoeker. Bedenk maar eens waarom jij naar de dierentuin gaat. Is dat om zoveel mogelijk dieren te zien? Wil je Bokito graag eens ontmoet hebben? Of vind je het leuk als de dieren op jouw aanwezigheid reageren? 

Dierentuinen zijn ons met de paplepel ingegoten, vaak zonder erbij stil te staan waarom we er precies naartoe gaan. 

Win-winsituatie

Dierentuinen nemen dus best een risico door de beleving van de bezoeker zo te beïnvloeden. Toch krijg je er als bezoeker ook veel voor terug. Ga je naar de dierentuin, dan moet je veel beter zoeken voordat je een dier ontdekt (veel leuker dan op een presenteerblaadje), kijk je naar een gorilla in al zijn dierlijke pracht in plaats van naar een icoon, en zul je het echte natuurlijke gedrag van dieren veel meer kunnen ervaren. Een win-winsituatie voor dierentuin én bezoeker!