Een doodnormale dag in het BPRC

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Sr. Beleidsmedewerker 10 september 2018

Afgelopen week kwam Hart van Nederland met undercoverbeelden naar buiten van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk.  De beelden van het apencentrum in Rijswijk, gemaakt door een Britse organisatie Animal Defenders, laten geen gruweldaden zien. Ze geven vooral een inkijkje in de normale routine in zo’n proefdierlaboratorium. En dat vindt de Dierenbescherming eigenlijk nog het meest schokkend: het feit dat dit heel normaal is.

Onvoldoende wetenschappelijk bewijs

We zien geen echte proeven, meer voorbereidende handelingen. Die uitgevoerd worden door jonge mensen voor wie dit dagelijks werk is. Het komt allemaal nogal onverschillig over. Misschien was dat toeval, in ieder geval wel goed voor de medewerkers om de beelden terug te zien en stil te staan bij het risico op afstompen. Ik vroeg een deskundige of de verdoving van de dieren niet beter moest zijn. Pijnbestrijding is een van de heilige pijlers van dierproefonderzoek tenslotte. Ook vroeg ik of apen die kunnen zien hoe andere apen behandelingen krijgen daarvan stress hebben. Het antwoord was dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat de dieren die nog reageren op ingrepen bij een minder diepe narcose pijn of stress hebben. En dat er ook geen wetenschappelijk bewijs is dat dieren last hebben van het toekijken. Zoveel is duidelijk voor de Dierenbescherming: als je iets niet zeker weet, kies dan in het belang van dierenwelzijn de veilige weg. Denk na over een andere vormen van narcose en behandel dieren uit voorzorg niet waar soortgenoten bij zijn.

Makaken worden gebruikt bij dierproeven.

Toename dierproeven op apen

De algemene oproep aan de wetgever en de wetenschap is: denk na over het afbouwen van dierproeven en doe dat Vaak, Vanzelfsprekend en Voortvarend. Ook als de werkwijze in het BPRC wordt aangescherpt is het doen van dierproeven niet meer van deze tijd. Het is niet uit te leggen dat er de laatste jaren in plaats van minder, juist weer meer apen worden gebruikt. Niet alleen in Nederland, in heel Europa. Die toename is vooral te zoeken in neurowetenschappelijk onderzoek. Neurowetenschap is een relatief jonge tak van onderzoek, die zich bezig houdt met alles wat met het zenuwstelsel en de hersenen te maken heeft. Apen hebben de pech dat ze in dat opzicht veel op de mens lijken. Maar het kan niet vaak genoeg gezegd worden: het zijn geen mensen, resultaten uit proeven met apen zijn niet een-op-een te vertalen naar de mens! Op 13 september staat de agenda van de Europese Animal Welfare Intergroup in Straatsburg in het teken van de toekomst van neurowetenschap en onderzoek op apen. Dit kan belangrijke input opleveren voor de Europese richtlijn voor dierproeven en een herziening daarvan. Duimen dat het veel oplevert.

Concreet plan voor toegezegde reductie dierproeven

In Nederland gaat de wetgeving een heel klein beetje verder dan de Europese richtlijn, dat is op zichzelf mooi. En ons land wil nog steeds koploper zijn op dierproefvrije innovatie en een snelle/zo snel mogelijke afbouw van dierproeven. Maar ambities komen niet verder zonder daadkracht. Minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet snel komen met een concreet plan om de toegezegde reductie van 40% minder proeven met apen in het BPRC te halen. De Dierenbescherming vindt dat er snel een onafhankelijk plan moet zijn, dat niet alleen uit de koker van het BPRC komt. Een deel van hun werk doen zij met geld van de overheid, dus de samenleving. De overgang van een wereld met proefdierlaboratoria naar een wereld zonder dierproeven hoort in ieder geval ook vol op het bord van Minister Schouten te liggen: haar ministerie is als enige ministerie direct verantwoordelijk voor dierenwelzijn.