Een nuchtere kijk op kalverwelzijn

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 4 december 2019

“Wat let de kalversector om met de aanvoer van kalveren over lange afstanden helemaal te stoppen?”, was de hele directe vraag die ik een zaal vol kalverhouders in Ede en Oirschot onlangs voorhield. Ik sprak bij beide gelegenheden op uitnodiging van Dierenartsenpraktijk Thewi, waar zo’n tien artsen werken, gespecialiseerd in de kalverhouderij. Het was een mooie gelegenheid om de bezwaren die we als Dierenbescherming hebben tegen het gesleep met de dieren nog eens kracht bij te zetten, en ook alternatieven aan te dragen.

Actie Dierenbescherming

Er is al jaren kritiek op het aanvoeren van zogeheten nuchtere (pasgeboren) kalveren uit het buitenland. In 2016 voerde de Dierenbescherming nog actie tegen de import van de zeer jonge dieren: het invoeren van nauwelijks veertien dagen oude kalfjes voor de Nederlandse vleeskalverhouderij uit landen als Polen, Litouwen en Ierland moest stoppen, was en ís onze inzet. De import uit Oost-Europa is sinds 2016 inderdaad afgenomen, maar uit Ierland komen juist steeds meer kalveren. De kalfjes zijn enorm kwetsbaar, zitten opeengepakt in de veewagen, worden blootgesteld aan weer en wind, krijgen niet of nauwelijks te drinken en komen daardoor uitgeput en uitgedroogd in Nederland aan.


Insleep dierziekten

Veel van de kalfjes hebben last van longontsteking en diarree. Het gebruik van antibiotica in de vleeskalverhouderij ligt daarom ook, ondanks halvering van het antibioticagebruik sinds 2007, nog altijd onverantwoord hoog. Daarnaast is de kans dat met een willekeurig kalvertransport besmettelijke dierziekten ons land in gesleept worden uitermate reëel. Zo brak mond-en-klauwzeer in 2001 in Nederland uit door een kalvertransport uit Ierland. De discussie werd recentelijk nieuw leven ingeblazen door een uitzending van Zembla. Echt nieuws brachten de documentairemakers niet, maar opvallend was wel dat vierduizend melkveeboeren een oproep deden tot een stop op de import van kalveren. Zij vinden de jaarlijkse import van 800.000 kalveren in strijd met de kringloopambities van minister Schouten en dat hebben ze haar in een brief laten weten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het merendeel van de kalveren van dichtbij uit Duitsland komen. Maar ik ben het wat betreft de kalveren uit Oost-Europa en Ierland van harte met de kritische melkveehouders eens!

Leeftijd kalveren

Ik heb de kalverhouders in Gelderland en Brabant op mijn beurt gezegd dat de Dierenbescherming op het gebied van dierenwelzijn ook een aantal belangrijke uitdagingen voor de kalverhouderij ziet. Ik zal hier verder niet ingaan op alle mogelijkheden die er zijn om bijvoorbeeld hygiënischer te werken dan nu vaak het geval is en voeding en huisvesting verder te verbeteren, maar ik wil wel graag stilstaan bij het moment waarop kalveren van het melkveebedrijf van geboorte op transport gaan naar de kalverhouderij met een leeftijd van 14 dagen. Die leeftijd is namelijk heel ongelukkig gekozen. Een kalf dient na de geboorte vlug, veel en vaak biest te krijgen. De weerstand van het kalf schiet dan in eerste instantie omhoog, maar omdat de antilichamen in de moedermelk na de geboorte snel afnemen verandert dat weer snel en uitgerekend na twee weken, als het kalf op transport moet naar de kalverhouderij, zit de weerstand van het kalf op een dieptepunt.

Zuivel met ster

Het is dan ook veel beter om te wachten tot het kalf minstens 28 dagen oud is en zijn weerstand weer uit kalvermelk en ruwvoer wat heeft opgebouwd. De consequentie is duidelijk: 14 dagen langer kost en inwoning. Daar zal de melkveehouder voor vergoed moeten worden. Maar daar staat tegenover dat de kalverhouder sterkere, vitalere kalveren krijgt. Dat het kan, bewijzen de boeren die de dit jaar gepresenteerde criteria voor zuivel met één ster toepassen. Zij zullen de kalfjes binnenkort inderdaad twee keer zo lang als gebruikelijk op hun bedrijf houden.


Ierse melkveehouderij

Terugkomend op de vraag waar ik dit stukje mee begon; uit de kalversector hoor ik altijd ‘ja maar die Ierse kalveren zijn sterker’. De vraag dringt zich dan op wat de Ierse melkveehouderij dan anders doet. Er zijn zeker een paar verschillen te noemen. Zo krijgen melkkoeien in Ierland veel meer weidegang. Ze lopen vaak zo’n 8 a 9 maanden buiten in de wei. De Ierse koeien zijn bovendien minder doorgefokt op melkproductie en krijgen minder krachtvoer. De meeste kalveren in Ierland worden in het voorjaar geboren. Men volgt daarmee de natuurlijke cyclus van het rund. Ook worden koeien later dan in Nederland ‘vervangen’. Alleen al wanneer de Nederlandse melkveehouders hun koeien later vervangen zou dit betekenen dat er meer kalveren uit eigen land beschikbaar komen, simpelweg omdat ze niet gebruikt worden om het melkvee te vervangen.

Wel zuivel, geen kalfsvlees?!

Hoewel ik de laatste ben die een pleidooi wil houden om meer vlees te gaan eten, is het wel wrang dat uitgerekend kalfsvlees in Nederland nauwelijks wordt geconsumeerd. We zijn grootgebruikers als het om zuivelproducten gaat, maar het besef dat daar jaarlijks vele honderdduizenden kalfjes voor moeten worden geboren, is er nauwelijks. En bij het woord kalfsvlees denken de meeste Nederlanders aan een jong geslacht dier, vinden dat zielig en blieven geen kalfsvlees. Het kalfsvlees gaat dus massaal de grens over. Relatief goedkoop, terwijl het boeren in Nederland geen sinecure is. Ik heb de kalverboeren daarom opgeroepen om na te denken over diervriendelijker vormen van kalverhouderij. Vormen waarin de kalfjes op een leeftijd van 3 maanden voor lange tijd de wei in gaan, alvorens weer binnen op stro afgemest te worden. Gelukkig zijn daar oren naar. Ik vermoed dat dergelijk vlees dan ook afzet in eigen land zal vinden. Uiteindelijk profiteren de dieren daar van in vergelijking met de huidige situatie in de kalverhouderij.