Geen kip wordt blij van fijnstof

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 25 mei 2018

Tot voor kort was er nauwelijks aandacht voor fijnstof uit de veehouderij. Uit onderzoek door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat de uitstoot van industrie, verkeer en huishoudens sinds 1992 is gehalveerd. Dit terwijl de uitstoot uit de veehouderij, en dan met name de legpluimveehouderij, juist is toegenomen.

Fijnstof belandt o.a. in de lucht via uitlaatgassen.

Wat is fijnstof?

Het lijkt misschien een ongrijpbaar begrip: fijnstof. Letterlijk gezien, is het ook niet iets wat grijpbaar is. Het gaat om minuscuul kleine deeltjes die in de lucht zweven en via ademhaling binnenkomen. Dit is niet zonder risico: het kan flinke gezondheidsproblemen en zelfs vroegtijdig overlijden veroorzaken.
Fijnstof komt bijvoorbeeld voort uit het roet van dieselmotoren, vuurwerkuitstoot, de kleine ijzerdeeltjes die afkomstig zijn uit de bovenleiding van treinen en andere vervuilende bronnen. In de veehouderij komen endotoxinen (resten van bacteriën) vooral uit de mest van de dieren die gehouden worden. Deze endotoxinen gaan aan fijnstof zitten, wat vervolgens mogelijk schadelijk is voor de gezondheid.

Fijnstoftoename in de veehouderij

Door de overstap van legbatterijen met roostervloeren naar stallen met strooisel is de fijnstofuitstoot uit de legpluimveehouderij sinds de jaren tachtig met een factor tien toegenomen. 
Strooisel is goed voor de kip: daarin kan ze nu lekker rondscharrelen en een stofbad nemen. Hoewel dit dus een vooruitgang is, werd bij de overgang van legbatterijen naar scharrelstallen niet gekeken naar de hoeveelheid fijnstof die deze nieuwe stallen met zich meebrachten.

Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de fijnstofuitstoot in de veehouderij is toegenomen.

Hoe op te lossen?

Gezien de gezondheidsrisico’s van fijnstof spreekt het voor zich dat de pluimveesector nu voor de uitdaging staat om de uitstoot hiervan te verminderen. Momenteel worden nieuwe stalsystemen ontworpen in het project ‘Van fijnstof naar een fijne stal voor mens en dier’ (Wageningen University & Research). In deze stallen wordt de fijnstofuitstoot verminderd, maar blijft ook ruimte voor de kip om te scharrelen en een stofbad te nemen. Omdat legpluimveestallen zo’n vijfentwintig jaar meegaan, duurt het nog wel even voordat alle stallen zijn vervangen door nieuwbouw. Daarom zijn eveneens maatregelen nodig om de uitstoot van reeds bestaande stallen te verminderen.

Minder strooisel, minder uitstoot?

Het Poultry Expertise Centre (PEC) in Barneveld sprong in dit gat en laat tien stofreductiesystemen testen bij pluimveebedrijven in de Gelderse Vallei. Dat is mooi, maar in dit project wordt alleen gekeken naar fijnstofreductie en niet naar dierenwelzijn. Zo wordt bijvoorbeeld een strooiselschuif getest waarbij een groot deel van de strooisellaag uit de stal verwijderd wordt. Hierdoor blijft er voor kippen minder over om in te scharrelen of om een kuiltje voor een stofbad in te graven.

In strooisel kunnen kippen al scharrelend naar voedsel zoeken en regelmatig een stofbad nemen om hun verenkleed te verzorgen. 

Binnen- en buitenklimaat aanpakken

In proeven van het PEC is het van essentieel belang dat ook gekeken wordt naar de gevolgen voor het dierenwelzijn en andere relevante aspecten zoals het klimaat in de stal. Op korte termijn betekent dit misschien meer of zelfs nieuw onderzoek waarin het natuurlijk gedrag en welzijn van kippen meegenomen wordt. Op lange termijn voorkomt het dat we ons straks weer met zijn allen moeten buigen over de vraag wat we kunnen doen aan kippen die gefrustreerd raken, en andere zaken die eerder niet betrokken werden in eerder onderzoek.