Het (zee)duivels dilemma: vissen kweken of toch visserij?

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 18 augustus 2017

Groot was de schrik toen ik dinsdag in het NOS Nieuws las, dat wetenschappers berekend hebben dat er in zee veel meer gebieden potentieel geschikt zijn om aquacultuur toe te passen dan nu gebruikt worden. Stel je voor! Nog meer megastallen, dit keer op zee! Feitelijk bestaan zij natuurlijk al. Tot onze spijt. Maar de omvang is nu in Nederland in elk geval nog zeer beperkt en laat dat a.u.b. zo blijven.

Kweekvis of wilde vis?

In mijn werk stellen mensen regelmatig de vraag of de Dierenbescherming liever kiest voor kweek- of wilde vissen om te consumeren. Eerlijk gezegd, geen van beide. Het is namelijk een duivels dilemma. Het aantal mensen op deze planeet is dusdanig gegroeid dat het echt niet mogelijk is om enkel en alleen van natuurlijke voedselbronnen te kunnen overleven. Dat is duidelijk. Ons voortbestaan is afhankelijk van de landbouw, maar, zeker niet te onderschatten, ook van een gezonde en niet door mensen overbelaste natuur. Wat dat betreft geven wij in onze overleggen altijd aan dat de Dierenbescherming geen voorstander is van oogsten uit de natuur. Daar valt de visserij en consumptie van wilde vis ook onder. Mooie visserijmodellen voorspellen hoeveel vissen verantwoord gevangen kunnen worden, maar welk effect het onttrekken van deze voedselbronnen heeft op de in zee levende dieren is vrij onbekend. Zij zijn afhankelijk van dit voedsel. Wij feitelijk niet. Of daarmee rekening wordt gehouden in het berekenen van de visquota vraag ik me af. Daarbij komt dat de vangst- en dodingsmethoden in de visserij met zekerheid veel stress en pijn bij de vissen zelf opleveren. Redenen genoeg om als Dierenbescherming geen voorstander van de visserij te zijn.

Aquacultuur

Gelukkig is het besef dat we niet ongelimiteerd vissen kunnen vangen uit zee wel grotendeels ingedaald. Tegenwoordig zijn er heel wat regels die de visserij tracht te reguleren. Maar met deze beperkingen is er ook een beperking op het aantal vissen dat mensen kunnen eten. De oplossing die men daar voor heeft is visconsumptie uit de aquacultuur (intensieve houderij van vissen). Met het houden van vissen voor consumptie voorziet men deels in de grote vraag naar voedsel. Wij als Dierenbescherming zetten grote vraagtekens bij deze relatief nieuwe vorm van intensieve veehouderij. Gezien de problemen die we op land zien bij het houden van veel dieren in veel te kleine ruimten, lijkt het ons heel onverstandig om deze zelfde principes toe te passen op vissen.


Waarom zien wij weinig heil in de uitbreiding van de aquacultuursector?

Aquacultuur in kooien op zee betekent:
  • Minder ruimte voor natuur;
  • Meer dierenleed;
  • Meer ziekten bij in het wild levende vissen;
  • Watervervuiling;
  • Ontsnappingen van gefokte vissen die wilde vissen verdringen;
  • Volksgezondheidsrisico’s;
  • Nog steeds een grote visvangst omdat de meeste gehouden vissen visolie en vismeel in het voer hebben.
Dus wat schiet je ermee op? Wij dierenbeschermers maken ons vooral zorgen over het leed dat de vissen wordt aangedaan als zij onder gehouden omstandigheden moeten leven. Het NOS-artikel, noch de wetenschappers, reppen ook maar een woord over dierenwelzijn. Niet zo gek waarschijnlijk, want veel mensen staan er amper bij stil dat vissen ook wel eens iets kunnen voelen. Behalve dat ze spartelen als ze uit het water worden gehaald, weet menigeen weinig meer over vissen te vertellen.

Pijn en stress

Toch is er heel wat bekend over deze groep dieren. We weten van veel vissoorten inmiddels dat ook zij pijn en stress bewust ervaren. Bovendien vermijden zij pijnprikkels waar mogelijk. Maar, als de pijnprikkel acceptabel is en deze ondergaan resulteert in een grote beloning, dan zijn zij bereid om de pijnprikkel toch te ondergaan. Het feit dat zij deze afweging maken (wel of geen pijnprikkel voor een beloning) is het bewijs dat zij bewustzijn hebben. Ook weten we inmiddels dat positieve prikkels, zoals een natuurlijkere omgeving om in op te groeien, hen ten goede komen in vergelijking met soortgenoten die opgroeien in een kale bak. Met andere woorden, ook vissen zijn dieren die je niet zomaar, zonder voorwaarden, kunt houden. In tegendeel. Deze dieren zijn nog veel complexer om te houden in vergelijking met varkens, kippen en runderen, omdat we van vissen minder afweten.

Verandering is nog altijd nodig

Ook al zouden we alle kennis hebben die nodig is om vissen verantwoord te houden, dan nog is het een feit dat dit niet betekent dat dieren ook op een diervriendelijke manier worden gehouden of aangeschaft in de winkel. Ondanks dat er dankzij het Beter Leven keurmerk de laatste jaren flinke stappen zijn gezet in het diervriendelijker produceren en consumeren, moet er nog veel veranderen in de intensieve veehouderij om het welzijn van miljoenen dieren daadwerkelijk te verbeteren. Denk daarbij ook aan de 70% van de productie die bestemd is voor de export. Nog steeds zitten de meeste dieren in Nederland met veel lotgenoten dicht op elkaar in onveilige stallen waardoor brand groot dierenleed veroorzaakt.

Verantwoordelijkheidsgevoel consument

Als dierenliefhebber vraag je je af hoe het kan dat de consument zich vaak niet verantwoordelijk voelt. Wat dat betreft was het Beter Leven keurmerk-item van Nieuwsuur van 14 augustus een eyeopener. Daar krijgt de consument de vraag van de reporter: ‘Maakt u zich druk om hoe de kip heeft geleefd?’. Het antwoord was: ‘Nee, maakt de kip zich druk om hoe ik heb geleefd?’. Het kan natuurlijk goed zijn dat deze persoon geen empathie en inlevingsvermogen heeft met betrekking tot kippen of alle dieren. Niet iedereen weet of kan het wat schelen dat kippen superintelligente, gevoelige dieren zijn en alleen daarom al de moeite waard zijn om goed te behandelen. Of misschien legt deze persoon niet het verband dat dieren eten ook bepaalde verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Wat mij betreft is de houder, maar ook de consument verantwoordelijk. Vrij ontmoedigend dat een deel van de mensen dat gevoel niet heeft, maar reden temeer om onze voorlichting richting consument, bedrijven en overheid door te zetten.


Samengevat

Nog even terug naar de aquacultuur. Een stalbrand zoals voor de landdieren vandaag de dag een reëel gevaar is, zal voor kweekvis op zee niet zo snel aan de orde zijn. Maar zoals eerder al aangegeven, de zeekweek brengt tal van andere gevaren voor vissen met zich mee. Uitbreiding van de sector betekent dan ook meer problemen voor mens, dier en milieu. Resumerend, viskweek is geen ideaal alternatief om aan de broodnodige voeding voor mensen te komen. Dus wat mij betreft liever geen kweek- en geen wilde vis op mijn bord. Maar wat dan wel? Een diervriendelijker alternatief is zeewier of vis-vervangende producten. Zie de Vegan Challenge-website voor tips. En ik weet, ook bij deze producten onttrek je iets uit de natuur of is een stuk bos opgeofferd voor het telen van gewassen, maar mijn ecologische voetafdruk is hiermee toch weer een stukje kleiner geworden. Het lijkt een druppel op een gloeiende plaat. Maar zoals we in Nederland maar al te goed weten: vele druppels vullen toch een emmer!