Hoe luxe willen dieren het hebben?

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Programmamanager Diervriendelijk Ondernemen 8 november 2021

Op de vakbeurs van de brancheorganisatie voor huisdierenbranche Dibevo was wederom een groot aanbod aan stands met diervoeding. Het aantal merken neemt nog steeds toe, ongelofelijk eigenlijk. Het ‘luxesegment’ lijkt ook steeds groter te worden. Er zitten merken bij die hondenvoeding aanbieden voor €40 per kilo. Pfff… De liefde van veel honden gaat zeker ook door de maag, maar stel je voor dat je hond dit voer niet eens echt lekker vindt. In ieder geval niet zo goed voor de portemonnee. Maar vooruit, wie voor luxe kiest, heeft die keuze wel. Wie van paling houdt telt daar tenslotte ook grif €30 per kilo voor neer.

Wat maakt luxe diervoeding luxe? 

De vraag is wel wat de luxe merken nu echt onderscheidt. Ik belde de Universiteit van Utrecht. Waar zitten de mogelijke verschillen? Ronald Corbee geeft aan dat dat kan zitten in hoe stabiel een bepaald voer van samenstelling is, in of brokken makkelijk verkruimelen, in de manier waarop de brokken worden geperst en ook in de toevoegingen die worden gedaan. Met bijvoorbeeld supplementen die de gewrichten ondersteunen, of die een gunstige werking op de vacht zouden hebben. Ook is er voeding waar minder gewerkt wordt met restproducten uit de vleesindustrie en waar meer ‘hoogwaardig vlees’ (vlees dat ook bij de slager kan liggen) in wordt verwerkt. 

Is dat dat ook beter voer? De effectiviteit van die toevoeging is vrijwel nooit wetenschappelijk bewezen, het zijn dus doorgaans aannames en marketing. Je dier zal er niet slechter van worden, maar of het echt 'werkt'? Als voer dat je eerder kocht eerst met smaak werd gegeten en nu niet meer, is de kans groot dat er toch iets aan de samenstelling is veranderd. Zeker voor katteneigenaren soms een nachtmerrie. Een stabiele samenstelling kan dus wel fijn zijn. Ook heb ik mijn katten wel eens een stukje biefstuk gegeven, maar ze hadden toch echt liever een gewoon zakje natvoer. “Doe maar gewoon” leken ze te zeggen. Bovendien kijken we als Dierenbescherming wel echt moeilijk als er extra dieren in de vee-industrie belanden, omdat er anders te weinig biefstuk is voor het kattenvoer. Kom op zeg, eerst elke vezel van de dieren gebruiken die toch al geslacht worden voor ons eten.

Wat is het beste voor het dier?

Maar wat nu als je wilt weten wat het beste is voor je dier, nog los van de vraag hoeveel geld je aan diervoeding uit wilt geven? Hmm, lastig. Verpakkingen zijn zo goed als niet te lezen en te begrijpen. Daar moet je best op studeren en om daar als consument nu een cursus voor te volgen… Toch kan een beetje basiskennis geen kwaad natuurlijk. De Dierenbescherming gaat daarom ook kijken hoe die basiskennis praktisch kan worden gemaakt. Stel als klant zeker ook je vragen bij de dierenwinkel. Medewerkers in een dierenwinkel  zullen vaak wel een cursus hebben gehad en misschien ook doen aan nascholing. Die nascholing wordt vaak wel gegeven door de voedingsleveranciers, het is belangrijk dat er ook onafhankelijke nascholing is. Dan is er nog de dierenarts. Dat is in ieder geval de beroepsgroep die als professional met een wetenschappelijke achtergrond heldere voedingsadviezen moet kunnen geven. De dierenartsen zullen we zeker benaderen om een basiskennis over diervoeding praktisch te maken.