Je zal maar gans zijn

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 30 maart 2017

Je zal maar gans zijn in Nederland. Geen zorgen om te overleven. Er is immers genoeg ruimte en eten om een heerlijk leven te hebben. Dat je daarmee boeren veel schade berokkent, interesseert je niks, omdat je daar geen weet van hebt. Toch kan het zomaar gebeuren dat je voor het eten van het heerlijke boerengras doodgeschoten wordt. Dat daar over controverses bestaan tussen provincies, groene organisaties, landbouwbedrijven, jagers, publiek en wie weet nog wel meer, ontgaat je ook helemaal als gans.

Die controverse bestaat al jaren en als er niet snel effectieve stappen worden gezet, gaat die ook nog jaren door. De boeren hebben last van de ganzen, zeggen dat ze niks anders kunnen doen dan schieten, organisaties als de Dierenbescherming zeggen dat het wel anders kan en willen af van het schieten van ganzen en de provincies zeggen alle twaalf wat anders.

Media

De laatste weken is de controverse weer opgelaaid in de media, met koppen als ‘Het gedoogbeleid is mislukt’, ‘In Groningen mag in natuurgebieden het jagen doorgaan’ ‘Schade door ganzen 18 miljoen euro’ en ‘Aantal ganzen sinds 1960 vertienvoudigd’. Het beeld dat ontstaat is dat ganzen een groot probleem vormen, door al die waterrijke natuurontwikkeling en het gebrek aan mogelijkheden om dieren te mogen doden in natuurgebieden en daarbuiten.
Het niet kunnen doden van ganzen zou liggen aan het gesneuvelde, maar toch grotendeels door provincies nieuw leven in geblazen Ganzenakkoord. Volgens de berichten zou dit akkoord er voor zorgen dat de jagers en agrariërs niets kunnen doen tegen de lastpakken. Maar is dit werkelijk zo?

Afgeschoten

Door dit akkoord genieten de ganzen die hier komen overwinteren inderdaad grotendeels bescherming. Maar in tegenstelling tot het geluk dat de winterganzen hebben, hebben de zomerganzen het een stuk minder goed. Wat veel mensen niet weten is dat nu al bijna overal koppels afgeschoten mogen worden om broedpogingen te voorkomen. Komt het toch van broeden, dan is er, ook in veel natuurgebieden, de mogelijkheid om de eieren en nesten te vernielen. De rest van het voorjaar en de zomer mag men feitelijk alle grauwe ganzen doden die men tegenkomt in agrarisch gebied.
Daarbij is er ook de mogelijkheid om in de ruiperiode rond juli, als de ganzen niet kunnen vliegen, de dieren massaal te vangen en te vergassen. Dit vindt voor een groot gedeelte plaats in natuurgebieden, want dat zijn de plekken waar deze dieren zich normaliter veilig voelen.
Hoeveel dieren er nu uiteindelijk gedood worden, is moeilijk inzichtelijk te maken. Elke provincie registreert gegevens via de faunabeheereenheid, maar een duidelijk overzicht is er niet. De Dierenbescherming heeft in 2014 de gegevens op een rij gezet en toen bleek dat in 2012 meer dan 100.000 ganzen werden gedood. Dit aantal is de afgelopen jaren toegenomen en ligt nu rond de kwart miljoen.

Beeld

Uit deze cijfers blijkt dat het beeld dat er geen ganzen afgeschoten mogen worden absoluut niet klopt. In de winter mogen ganzen inderdaad rustig eten van het gras van de boer/koe/consument, maar dit groeit voor een groot deel weer aan in het voorjaar. Daarbuiten mag men werkelijk alles doen met een gans wat je eigenlijk niet zou moeten willen met zo’n prachtig dier.

De vraag is natuurlijk wat er gedaan moet worden om de controverse te laten uitsterven. Als het aan de Dierenbescherming ligt, is het antwoord in ieder geval niet meer schieten, vangen, vergassen en nesten vernielen. Het huidige beleid met gedooggebieden voor ganzen, waarbij gebieden worden aangewezen waar ganzen met rust worden gelaten en gebieden waar ganzen verjaagd mogen worden, is volgens de Dierenbescherming nog lang niet afgeschreven. Het moet dan wel consequent en beter worden uitgevoerd.

Niet de enige

Wij zijn niet de enige die dat zeggen. Naast de Wageningen Universiteit is ook de Canadese ecoloog Sonia van Wijk die mening toebedeeld. Op de ongestructureerde wijze zoals het gedoogbeleid nu plaatsvindt, met versnipperde gedooggebieden en onregelmatige verjaging, werkt het inderdaad niet. “Voor een gans is er dus geen touw aan vast te knopen waar hij wel en niet mag grazen”, zoals een coördinator van SOVON zo mooi zegt in de NRC.

Het beter uitvoeren van het gedoogbeleid voor ganzen is niet mogelijk voor individuele agrariërs. Provincies moeten dit veel serieuzer oppakken en de regie nemen, te beginnen met het instellen van echt veilige havens voor ganzen. Daarnaast moeten provincies professionele verjaagteams instellen die meteen op elke melding van overlast af kunnen gaan. Vrijwillige jagers hebben daar niet altijd op het juiste moment de tijd voor. Wat daarbij voor de Dierenbescherming belangrijk blijft, is dat het verjagen op diervriendelijke manier gebeurt. Het doden van ganzen op grote schaal blijft onacceptabel.