Klimaataanpak gemiste kans voor herstructurering veehouderij

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 3 augustus 2018

Na vier maanden polderen kwamen 10 juli de contouren van het Klimaatakkoord naar buiten. Voorzitter Pieter van Geel van de Klimaattafel Landbouw en Landgebruik voorspelde eerder al dat de veehouderijsector het niet over krimp van de veestapel wil hebben en zo was het ook. Een gemiste kans. Inkrimpen van de veestapel behoort, net als het belasten van het vlieg- en wegverkeer, tot de taboes bij het aanpakken van de uitstoot van broeikasgassen.

Kortetermijnsmaatregelen

Het zijn vooral kortetermijnsmaatregelen die nu worden voorgesteld en die deels ook al lopen, zoals aanpassing van het voer van herkauwers, mestvergisting en de 200 miljoen euro warme sanering van de varkenshouderij uit het Regeerakkoord. Het toch al bescheiden doel van 10% reductie van broeikasgassen in 2030 wordt hier mogelijk mee gehaald, maar hoe de verdere reductie tussen 2030 en 2050 gerealiseerd moet worden is volstrekt onduidelijk.

Verdere groei

De voorgestelde maatregelen zullen weliswaar zorgen voor een iets lagere broeikasgasuitstoot, ze stimuleren ook een verdere groei van de veehouderij in Nederland, terwijl er al meer vee is dan ons land aankan. Dit kan beter nú onder ogen worden gezien, zodat het inkrimpen van de veestapel kan beginnen en de resterende veehouderij duurzamer kan worden.

Jaarlijks houden veel veehouders het om diverse redenen al voor gezien. De ‘dierrechten’ van deze stoppers gaan echter over naar de resterende bedrijven, die momenteel steeds groter en industriëler worden. Deze processen verlopen autonoom en willekeurig. Omdat ze vooral leiden tot verplaatsing van de problemen, zou het beter zijn als overheid, veehouderij en banken afspraken maken om hier sturing aan te geven.

De 200 miljoen voor warme sanering van de varkenshouderij uit het Regeerakkoord zou een beginnetje kunnen zijn van een dergelijk beleid. Onlangs werd bekend dat 120 miljoen naar het daadwerkelijk saneren en inkrimpen van de varkensstapel gaat. Hiermee zou je maximaal één miljoen varkens uit productie kunnen nemen. Op een varkensstapel van 12,5 miljoen dieren is dat niet veel, hoewel dit de burgers en de natuur in de varkensrijkste regio’s in Zuidoost Brabant en Noord-Limburg wat lucht kan geven.

Biologische zeugen.

Win-verliessituatie

Als je het over broeikasgasuitstoot hebt, zijn varkens goed voor 2,6 megaton CO2-equivalenten, tegen rundvee 9,8 megaton. Dus krimp van de melkveehouderij zet pas echt zoden aan de dijk. Maar hier geen plannen voor krimp, maar inzetten op maatregelen als luchtwassers, voeraanpassing en mestvergisting.

Jongvee in de wei.
Dergelijke voor de hand liggende maatregelen dreigen een win-verliessituatie voor dierenwelzijn te worden. Luchtwassers gaan dan wel uitstoot tegen, de bron wordt niet aangepakt en de luchtkwaliteit in de stal voor dier en boer blijven slecht. Ook voeraanpassingen om de broeikasgasuitstoot van melkvee te verminderen zullen het welzijn niet ten goede komen. Een betere oplossing zou zijn om in te zetten op een langere levensduur van de koeien, wat ook zorgt voor een broeikasgasreductie. En mestvergisting levert duurzamere energie op, maar brengt het risico met zich mee dat steeds minder koeien weidegang zullen krijgen, omdat de boer de mest in de stal wil opvangen om voldoende te hebben om de vergister te laten draaien. De koeien veel weiden scheelt broeikasgasuitstoot.

'In de shit zitten'

Het huidige economische belang van de export van dieren en dierlijke producten – tweederde gaat de grens over – is een argument om de veehouderij zeer intensief en kostprijsgedreven in te richten. Daar tegenover staat dat we in Nederland letterlijk en figuurlijk met de shit blijven zitten. In onze dichtbevolkte delta leidt de enorme veestapel tot problemen met onder meer mest, stank, dierenwelzijn, landschap, volksgezondheid en besmettelijke dierziekten. De hoge rekening daarvoor wordt door de huidige maatschappij en de komende generaties betaald. Niet vreemd dus dat in toenemende mate van tal van kanten wordt aangedrongen op een flinke reductie van de Nederlandse veestapel.

Meest recente in deze aanzwellende rij is de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur met haar advies ‘Duurzaam en Gezond’. Ook voorzitter Ed Nijpels van het Klimaatberaad zat zélf een SER-commissie voor die een sanering van de veehouderij bepleitte. Alleen een voorhoede van duurzamer werkende boeren zou nog op steun van de overheid moeten kunnen rekenen. De Dierenbescherming pleit al langer voor een deltaplan voor de veehouderij. Gaan we echt wachten tot de overstroming een feit is?