Laat wilde dieren wild zijn

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 3 oktober 2019

Nederlanders blijken verdeeld te denken over het bijvoeren van wilde dieren. De Raad voor Dierenaangelegenheden (een onafhankelijke raad van deskundigen die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit o.m. adviseert over vraagstukken op het gebied van dierenwelzijn) meldde begin oktober in hun publicatie ‘De Staat van het Dier’  bijvoorbeeld dat 39% vindt dat je herten in de Oostvaardersplassen beter kan afschieten in volle gezondheid om honger in de winter te voorkomen. Zo’n 27% is het hier mee oneens en de rest heeft geen mening. Bijvoeren in een natuurlijke omgeving vindt 36% geen goed idee, terwijl 30% vindt dat bijvoeren in de natuur moet kunnen.

Vanuit het welzijn van het individuele dier zou je kunnen redeneren dat bijvoeren altijd een betere optie is dan doden of doodgaan van de honger. Echter, in de praktijk blijkt dat het opkomen voor het individu voor veel leed kan zorgen bij andere individuen in de natuur. Voed je bij, dan blijven er meer dieren leven van deze bijgevoerde soort. Die nemen in aantal toe, waardoor zij de omgeving gaan aantasten; ze vertrappen de boel waardoor het juist weer onleefbaar wordt voor andere, minder zichtbare soorten. Bijvoeren in de natuur is dan ook in het algemeen geen goed idee. Of afschot dan de aangewezen manier is om hongerleed te voorkomen, laat ik hier maar even in het midden.

Want wat ik hier graag wil bespreken is iets waar de RDA níet naar gevraagd heeft, namelijk het voeren van wilde dieren in een niet zo natuurlijke omgeving, zoals in de stad bijvoorbeeld. Kan bijvoeren daar wel? Uit het oogpunt van betrokkenheid en leren kijken naar wilde dieren zou je geneigd zijn om ‘ja’ te zeggen. Ook ik vind het heel schattig om eendjes naar me toe te zien rennen en bedelen om voer. Maar ik hou me (meestal) in. Waarom? Omdat ze vaak het voedsel niet verdragen dat wij ze geven, of ze gaan dusdanig bedelgedrag vertonen dat andere mensen, met minder tolerantie tegenover dieren, ze tot last gaan zien. Of het voeren trekt dieren aan die sowieso tot weinig sympathie leiden bij mensen: namelijk muizen of ratten.

Gevaarlijk

Het bijvoeren van een vos kan zelfs gevaarlijk voor ons worden als die zijn eten niet krijgt. Vossen die gevoerd worden door mensen, worden onberekenbaar als zij ‘hun zin’ niet krijgen. Dus als je dan als onschuldige voorbijganger geen eten bij je hebt of niet bereid bent om het dier eten te geven, dan zal de vos zijn ongenoegen kunnen uiten door je te bijten. Dit is geen fabel maar realiteit. Los van het feit dat een beet van een vos op zich al pijn doet, zou het ook tot overdracht van ziektes kunnen leiden. Op dit moment is de vossenpopulatie in Nederland vrij van hondsdolheid (Rabiës), maar het risico op een infectie door bacteriën zit in een klein hoekje.

Voor al de dieren in de stad of andere populaire plekken waar mensen veel komen, leidt al dat goed bedoelde voeren regelmatig tot het volgende bestuurlijke besluit: de dood. Ganzen worden afgevoerd en vergast, vossen krijgen de kogel. Toch niet echt het resultaat wat men voor ogen had met bijvoeren, namelijk dieren vertroetelen en leed voorkomen… Mijn dringende oproep is dan ook: voeren? Doe het niet! Hoe help je wilde dieren dan wel? In elke hoekje van Nederland is er wel een natuurwerkgroep die de handen uit de mouwen steekt om het groen in de wijk of buitengebied te onderhouden en verbeteren. Ook in je eigen tuin of balkon kan je veel doen om het leven van het in het wild levende dier verbeteren. Kijk hier voor tuintips.