Papieren tijgers en echte varkens

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 20 juni 2016

In de grote hal waar de varkens per veewagen in het slachthuis aankomen valt op hoe stil het is. Wordt in andere slachterijen nog wel eens geschreeuwd en op de dieren geslagen om ze vooruit te drijven, in dit abattoir niet. Er is van alles aan gedaan om stress voor de varkens te vermijden en zo de rust te bewaren. Ik realiseer me hoe belangrijk het is dat ik letterlijk rondloop in de praktijk van de vee-industrie. Veel lezen, vergaderen, maar ook de realiteit zien en bespreken met de direct betrokkenen; het is een belangrijk, maar voor het publiek onzichtbaar deel van mijn werk als dierenbeschermer.

Een slachthuis is een confronterende plek. Je realiseert je dat de dood voor de aangevoerde dieren onherroepelijk is. Veel meer dan vroeger wordt de nadruk gelegd op diervriendelijker leven, maar ook op weg naar hun laatste bestemming verdienen dieren respect. In de nieuwe slachterij van Westfort in IJsselstein zie ik dat veel rekening wordt gehouden met het welzijn van de dieren. Nuttige informatie die ik in mijn werk gebruik om straks ook andere varkens van te kunnen laten profiteren. De varkens zitten bijvoorbeeld in de veewagen op weg naar Westfort met soortgenoten die ze al van de boerderij kennen, zodat niet om de rangorde gevochten wordt.



Sambabal
Het bedrijf slacht onder meer varkens van zo'n honderd boeren die hun dieren houden volgens de criteria van het Beter Leven Keurmerk met één ster van de Dierenbescherming. Ze maken deel uit van de 'Keten Duurzaam Varkensvlees' waar het slachthuis voor werkt. Ook biologische varkens en sinds kort ook dieren die nooit met antibiotica zijn behandeld worden hier geslacht. Ze worden rustig groepsgewijs uit de veewagen gedreven.

Hierbij gebruiken de medewerkers geen elektrische veeprikkers, maar een soort plastic plank aan een stok waarin korrels zitten. Het ding produceert het geluid van een sambabal en dat is voor de varkens blijkbaar genoeg reden om door te lopen. In de wachtruimte zorgen de medewerkers vervolgens dat de dieren zo min mogelijk onrust ervaren; hoge wanden zodat ze andere varkens niet zien en natspuiten met lauw water zodat ze elkaar niet ruiken. Dat voorkomt paniek.

Geen pretje
Je ontkomt er niet aan om ook het slachten zelf te aanschouwen. Het bewusteloos maken van de dieren ('bedwelmen') is geen pretje en de discussie erover ook niet. Het gebeurt in Nederland met elektrische schokken of met gas (CO2). Beide systemen hebben voor- en nadelen. Om definitieve uitspraken te doen, is nader onderzoek nodig. Wij willen vanzelfsprekend dat de bedwelming in ieder geval heel snel gebeurt. Bij Westfort lijkt dat gelukkig het geval. Razendsnel laat het bedrijf de varkens afzakken in een put met 80% CO2. Het leed - schrik en keelirritatie - is snel geleden en van het slachtproces dat volgt, merken ze niets.

Het klinkt misschien gek, maar ik vraag aan een medewerker of ze de dieren na de slacht controleren op maagzweren. In een slachterij kun je namelijk van alles aan een dood varken bekijken om vast te stellen hoe het bij leven met het dier was. Standaard wordt gekeken naar de longen en de lever. Als deze ongezond zijn, krijgt de varkenshouder dit te horen, zodat hij op zijn bedrijf maatregelen kan nemen. Steeds vaker en ook bij Westfort wordt er gekeken naar verwondingen aan de huid. En terug naar mijn vraag: ja, ze bekijken ook de maag van de geslachte dieren. Steekproefsgewijs en zonder resultaat. Dat wil zeggen: wat vereelte plekken maar geen zweren. Hoe deze informatie zich verhoudt tot wat ik weet uit de literatuur neem ik dan weer mee naar kantoor.

Afschaffing pijnlijke castratie
Als Dierenbescherming hebben we bijgedragen aan de afschaffing van nodeloze en pijnlijke castratie van biggetjes voor de Nederlandse markt. Nu zijn we bezig voor heel Europa. Bij Westfort zie ik als resultaat voor m'n neus de 'berensnuffelaars' aan het werk; getrainde ruikers die alle mannelijke varkens controleren op berengeur. Het vlees van zo’n 3 tot 7% van de mannelijke varkens kan thuis in de pan een geur van mest, zweet en urine afgeven. Daarom worden deze zogenoemde 'stinkerds' in het slachthuis apart gehouden om het vlees te verwerken in producten die niet meer door de consument worden verhit. De snuffelaars illustreren in de praktijk wat tijdens soms felle discussies in kantoren is bepleit. Het kan echt!

Bedrijfsbezoeken als aan het IJsselsteinse slachthuis sterken me in de overtuiging dat ik naast een papieren, of zo je wilt, digitale tijger óók een medewerker wil zijn met zijn poten in de modder. Niet alleen achter de laptop dus, maar tussen échte varkens. Want daar zie ik de mogelijkheden tot verbetering met eigen ogen, dáár ben ik in gesprek met mensen die het verschil kunnen maken. Het verschil tussen dieren zien als leveranciers van vlees of als wezens met gevoel waar je rekening mee hebt te houden. De komende weken ga ik op deze plek vaker verslag doen van mijn ervaringen tijdens werkbezoeken; een bescheiden bijdrage om je als lezer van onze blogs meer zicht te geven op het vele werk achter de schermen van onze organisatie.

Bert van den Berg,
Programmamanager veehouderij