Provincie Limburg zwicht voor jagerslobby

Gastblogger Door Gastblogger 12 november 2021

Met de komst van een nieuw college van gedeputeerde staten leek er ook een nieuwe wind te gaan waaien waar het gaat om de omgang met wilde dieren in Limburg. De provincie kondigde aan grenzen te gaan stellen aan de plezierjacht op haas, konijn, fazant, wilde eend en houtduif. Voortaan mocht er op de circa 3000 hectare eigen gronden van de provincie alleen nog op deze vijf diersoorten gejaagd worden, als zij aantoonbaar schade veroorzaakten. Want de provincie had goed in de gaten dat de plezierjacht op deze ‘vrij bejaagbare soorten’ niets te maken heeft met schadebestrijding of het bewaken van een goede wildstand. Het gaat puur om het genot van de jager. In de rest van de provincie mochten de jagers overigens ook nog altijd vrijelijk blijven schieten op genoemde ‘wildsoorten’. Toch stond de jagersbelangenclub KNJV op zijn achterste poten, dat de provincie dit besluit zomaar zonder overleg met hen had genomen.

Je zou toch denken dat de provincie baas op eigen grond is. Bovendien staan haas en konijn sinds vorig jaar met de status ‘gevoelig’ op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Nederland, en is er daarnaast ook bij fazant en wilde eend al lange tijd sprake van een significante afname. Van een gúnstige staat van instandhouding kun je niet meer spreken. Als je een goede wildstand nastreeft zijn er goede redenen om de plezierjacht op deze kwetsbare diersoorten te sluiten.  

Haas en konijn staan sinds vorig jaar met de status ‘gevoelig’ op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Nederland.

Maar de jagerslobby liet het er niet bij zitten. Ze mobiliseerden hun vrienden in de provincie en in de staten. Ook kwamen ze met het dreigement dat jagers dan ook niet meer ‘vrijwillig’ mee zullen werken aan faunabeheer en schadebestrijding, als daar niet de beloning van een mals konijnenboutje of eendenborst tegenover staat. Je zou zeggen: hoog tijd dat de provincie zelf faunabeheerders inhuurt, die pas in het geweer komen als het niet anders kan en er schade bestreden moet worden.

De provincie is nu echter toch gezwicht voor de druk van de jagerslobby. Met een soort handjeklap is besloten dat op provinciale percelen kleiner dan 20 hectaren die niet grenzen aan een natuurgebied toch vrij gejaagd mag blijven worden op de vijf wildsoorten. Hieraan voldoet het overgrote deel van de Limburgse provinciegronden, dus in de praktijk verandert er bitter weinig. Een gemiste kans dus, want voor het gros van de hazen, konijnen, fazanten, wilde eenden en houtduiven in Limburg verandert er niets.