Tegels eruit, groen erin, tellen en genieten maar!

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 26 april 2019

Als ik terugdenk aan waar mijn liefde voor dieren precies vandaan komt, dan vermoed ik dat het stamt uit de tijd dat ik veel bij de oppas was. Het was op een melkveehouderijbedrijf, met grofweg 20-25 koeien, een heel aantal legkippen, schapen (voor de wol en de slacht), een geit, konijnen en katten die uiteraard niet binnen kwamen. De koeien en schapen stonden het grootste gedeelte van het jaar buiten, en de dagelijkse ronde om te checken of het goed met ze ging, deed ik met liefde. Heerlijk in de groene weides met gevarieerd grasland, kruiden en weidevogels te over!

Het begon met bloemen eten

Mijn liefde voor planten en bloemen is nog gemakkelijker te achterhalen. Aan mijn moederskant werd het geld verdiend in de bloemenhandel. Mijn moeder, ooms en tante hadden allemaal een bloemenzaak, bloemenkramen en/of werkten voor de veiling in Aalsmeer. Mijn eerste jaren leefde ik tussen de bloemen, en als ik het goed begrijp (zelf weet ik het niet meer), at ik ze ook op! Niet helemaal de bedoeling, maar gelukkig had ik een onbewust besef dat je van bepaalde bloemen af moet blijven, anders was ik er misschien niet eens meer geweest. Het bleef bij onschuldige viooltjes. Die liefde voor planten en dieren vertaalde zich in mijn studie biologie, mijn huidige werk bij de Dierenbescherming en mijn groen ingerichte tuin!


Welk dier is dit?

Hoewel de liefde voor planten, bloemen en dieren groot is, moet ik eerlijk bekennen dat mijn kennis daarover beperkt is. Ik heb dan wel biologie gestudeerd, maar daar specialiseerde ik me in bijvoorbeeld het effect van een toxische stof op een plantje, of ik keek naar het gedrag van een zangvogeltje. Niet op het benoemen van elk plantje, insectje, amfibietje, zoogdiertje of vogeltje dat voorbij kwam. Dat zijn er ook zo ontzettend veel! En omdat het er zoveel zijn, lijkt het al vrij snel een onbegonnen zaak om je daarin te verdiepen. Maar gelukkig zijn er tegenwoordig veel online middelen die je kunnen helpen met het uitpuzzelen met welke soort je nou van doen hebt. En dat is nu weer precies heel nuttig op het moment dat ik eens mijn rust pak en in de tuin ga zitten om te bekijken wat zich daar afspeelt, tijdens bijvoorbeeld de ‘Van Kroeg tot Kraamkamer’-telling.

Behapbaar voor minder ingewijden

Het paartje Turkse tortels dat dagelijks mijn tuin bezoekt, de grote groep kauwen en het koppeltje koolmezen, die herken ik wel. Ook de bruine kikker weet ik nog wel te herkennen, net als de kleine watersalamander. Maar al het kleinere gespuis, daar pak ik toch elke keer weer een boekje bij. Want hoe zag nou ook alweer de Kleine vos of Dagpauwoog eruit? Met internet kom ik een heel eind en als dat niet lukt, kan ik het altijd proberen via de Tijdlijn binnen tuintelling.nl. Want de groep tuintellers die in deze community actief is, bezit enorm veel kennis en helpt je graag op weg. Echter, voor de ‘Van Kroeg tot Kraamkamer’-telling is dat allemaal niet nodig. Om het behapbaar te houden voor de minder ingewijden, houden we het bij de 12 meest voorkomende soorten. De merel, de huismus en de koolmees, de egel, de eekhoorn en vleermuis, de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander en de dagpauwoog, citroenvlinder en kleine vos.

Turkse tortels.

Dieren lokken

Voor elk van de ‘Van Kroeg tot Kraamkamer'-dieren zijn ook tips opgesteld, zodat je ze naar je tuin kan lokken. En die tips spreken mij aan. Weet je waarom? Juist als je een beetje rommelig bent en je niet druk maakt over een beetje ‘onkruid’, creëer je een waar paradijs voor de dieren! Rommelstapels van afgevallen bladeren, hout en takken voor de egel, de watersalamander en de rustende vlinders zijn zo gemaakt. Brandnetels in een vergeten hoekje laten staan voor de rupsen van de kleine vos en de dagpauwoog? Geen probleem. En wat nectarhoudende bloemen van kruiden, zoals leverkruid, vlinderstruik en kattenstaart planten, is ook niet zoveel moeite.

Dagpauwoog

Perfecte tuin voor dieren

Wat mij betreft is het motto dan ook: draag je wilde dieren een warm hart toe? Maak je tuin zo geschikt mogelijk voor ze, ook al is het niet helemaal perfect. Alle beetjes helpen. Want ook een niet helemaal perfect groene tuin is altijd nog 1000 keer beter dan de toch wel veel om me heen aanwezige tegel- en grindtuinen. En als je zo’n ‘bijna perfecte’ groene tuin hebt en je ook nog eens in staat bent om het een beetje zijn gang te laten gaan (en je de netheid wat los kan laten), dan is het ook amper werk om het bij te houden. Volgens mij zou het mij meer tijd kosten als ik in mijn tuin tegels zou moeten schoonspuiten van alg en als ik het onkruid tussen de steriele tegels zou moeten wegtrekken. Dat is meer werk dan het onderhouden van mijn groene rommeltuintje. Eigenlijk een eitje, daarom raad ik iedereen aan: tegels eruit, groen erin, tellen en genieten maar!