Uitgelicht: koolmees vaak innovatief en extravert en snoept graag buiten de deur!

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 30 april 2020

Biologen hebben de neiging om te testen of allerlei gedragingen die mensen bezitten ook aanwezig zijn bij dieren. Ik weet niet of zij dit doen omdat zij oprecht benieuwd zijn of dieren vergelijkbare eigenschappen hebben. Of dat ze eigenlijk wel weten dat veel dieren die eigenschappen bezitten en de bewijzen alleen maar verzamelen om andere mensen te overtuigen dat dieren slim en innovatief en dus het beschermen waard zijn. Eigenlijk doet dat er ook niet zo toe. Alle onderzoeken leveren in elk geval wel veel interessante feiten op, zeker over algemene soorten zoals de koolmees. We lichten er, in het kader van onze tuintelling 'Van Kroeg tot Kraamkamer’ (die van 1 tot 10 mei loopt), een aantal uit. Met deze ‘highlights’ uit het leven van de koolmees hopen wij jullie natuurlijk te inspireren om mee te tellen én de koolmees met nog meer interesse te volgen.

Koolmees tussen de rozenbottels.

Iedere koolmees is uniek

De koolmees is een van de meest algemene tuinvogelsoorten. In de ‘Van kroeg tot kraamkamer’-telling willen we graag weten of deze dieren bij jou komen eten, slapen of zelfs een gezin stichten. Hoewel we weinig weten over het gedrag van de koolmezen in de privétuinen in Nederland, is er in het algemeen wel veel bekend over dit diertje. En daaruit kan je concluderen dat dé koolmees niet bestaat. Elke koolmees is uniek en heeft zo zijn of haar eigen trekjes. Wel kan je de typetjes grofweg opdelen in introverte en extraverte types. De eerste groep is wat voorzichtiger, trekt niet snel de wijde wereld in, zorgt via communicatie en sociaal gedrag voor rust in onrustige tijden en beschermt de jongen door de groep bij elkaar te houden. De extraverte types trekken erop uit, ontdekken nieuwe gebieden waar zij zich vestigen, gaan flink de confrontatie aan met indringers en tonen leiderschap.

Vliegende koolmees

Evolutionaire voor- en nadelen

Omdat beide types aanwezig blijven in de populaties, is het heel waarschijnlijk dat elk type evolutionaire voor- en nadelen heeft. Het is denkbaar, wanneer je een extraverte koolmees bent, dat je dan een groter risico loopt om te sterven tijdens je ontdekkingsreizen. Roofdieren, auto’s en ramen liggen op de loer. Daar staat waarschijnlijk tegenover dat als je die uitdagingen overleeft, je wel een grotere kans hebt om een nieuw territorium tegen het lijf te lopen om te nestelen en te foerageren. De introverte types staan veel minder bloot aan nieuwe gevaren en zij kennen de bestaande gevaren in hun eigen omgeving en gaan die uit de weg. Dit is een voordeel zolang alles bij het oude blijft. Maar op het moment dat het leefgebied zo verandert dat het niet meer geschikt is, en zij niet de durf hebben om nieuwe stukken te ontdekken, lopen zij wellicht een groter risico dat ze zich niet op tijd aanpassen aan een nieuwe situatie, met de dood tot gevolg.

Koolmees veel gezien tijdens tuintelling.

Meer tijd om vreemd te gaan

Hoe de koolmezen zich gedragen hangt ook erg samen met de omgeving waarin zij leven. Zo publiceerden wetenschappers vorig jaar een verwantschapsonderzoek waarin men keek hoeveel nakomelingen in een nest niet van de bij het nest aanwezige vader waren. We wisten al langer dat koolmeesvrouwtjes niet altijd trouw zijn. En de mannen evenmin. Maar vreemdgaan is veel algemener in de stad dan in het bos. In de stad bevatte 49% van de nesten buitenechtelijke jongen, terwijl dit in het bos voor 24% gold. In de stad was 10% van alle jongen buitenechtelijk, in het bos slechts 4%. Er zijn allerlei verklaringen voor te bedenken waarom dit zo zou zijn. Bijvoorbeeld alleen al het feit dat koolmezen vaak in hogere dichtheid voorkomen in de stad dan in het bos. Je loopt dan al sneller tegen potentiele minnaars aan natuurlijk. Wat ook mee kan tellen is het feit dat koolmezen in de stad langer actief zijn per dag, omdat zij door lichtvervuiling de dag eerder beginnen en later eindigen. Hierdoor is er potentieel meer tijd om vreemd te gaan.

Koolmeesjes hebben verschillende karakters.

De handige koolmees

Een eigenschap die je ver kan brengen is het kunnen oplossen van problemen. Oplossingsgericht zijn is lang niet voor iedereen weggelegd. De grap is dat dit voor koolmezen net zo geldt. Dek je het nestkastje af met een klepje dat opzij gaat als je aan het touwtje trekt, dan zijn er een heel aantal (40%) koolmezen die het voor elkaar krijgen om het klepje te openen door het touwtje te gebruiken. Vreemd genoeg zijn er ook een flink aantal bij wie de moed blijkbaar in de schoenen zakt. Zij proberen het obstakel niet eens te verwijderen en wachten rustig af tot ze weer het nest in kunnen. Deze ‘afwachters’ zijn types die nieuwe objecten vermijden. Ook deze eigenschap kan voordelen hebben. Nieuwe objecten kunnen natuurlijk een groot gevaar betekenen en als dat zo is, kan je er maar beter bij uit de buurt blijven. In elk geval is het wel zo dat koppeltjes waarvan 1 of 2 van de ouders wel probleemoplossers waren (als ze bij het nest bleven), meer jongen wisten groot te brengen dan koppels die allebei niet in staat waren het probleem op te lossen. Als je er vanuit gaat dat oplossingsgericht denken erfelijk is, is het wel weer vreemd dat je deze eigenschap niet terugziet in de gehele populatie. Ook daar hebben de wetenschappers een plausibele verklaring voor. Blijkbaar zijn de oplossingsgerichte ouders toch ook wat ongeduriger. Zij zijn vaker geneigd om het nest in zijn geheel te verlaten. Op die manier schiet het doorgeven van je oplossingsgenen natuurlijk niet op!

Veel telplezier!

Al met al blijkt maar weer dat koolmeesjes net als wij, best wat uitdagingen tegenkomen in het leven en elk individu daar op zijn of haar eigen wijze mee omgaat. We zijn benieuwd of jullie in je eigen tuin ook de verschillende persoonlijkheden kunnen ontdekken. Veel telplezier tijdens onze jaarlijkse tuintelling!