Van bofkonten en pechvogels

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Sr. Beleidsmedewerker 14 januari 2019

Net als mensen heeft het ene dier het beter getroffen dan het andere. Er zijn gelukkig heel veel katten, honden, vogels en schildpadden die bofkont zijn.


De bofkont

De bofkont heeft het goed bij ons. Voor een gezond en smakelijk natje en droogje wordt gezorgd, er is een comfortabele mand, een goede volière of prima ren. Verder heeft hij een (of meer) maatje(s) als hij die in natuurlijke omstandigheden ook zou hebben. Hij krijgt de beweging die hij nodig heeft. Een bofkont heeft het getroffen, hij kan rekenen op de juiste en veel tender loving care (TLC). Dat is niet hetzelfde als een knuffel krijgen, want als die knuffel nu juist niet gewaardeerd wordt, houden we onze handen thuis. Ook voor de bofkont heeft het leven minder leuke kanten, zoals ziek worden, naar de dierenarts moeten en een maatje moeten missen. Net als bij mensen. Maar over het geheel genomen: niks mis mee met zo’n leven.

De pechvogel

Er zijn ook echte pechvogels. Voor hen zit alles tegen en ze zijn vaak diep ongelukkig. Ze leven bijvoorbeeld met tientallen op een kluitje bij elkaar in hun eigen poep en pies. Geen smakelijk en gezond eten en drinken, vies water en slecht of geen voer. Of juist vetgemest worden, omdat de eigenaar denkt dat ook hij gelukkig wordt van elke dag naar de McDonalds.



De pechvogel heeft te maken met slechte mensen, maar ook met echte dierenliefhebbers die hem onbedoeld slecht behandelen. Die nooit de moeite namen om op te zoeken wat hij echt moet hebben om het goed te hebben, of die hem bijna doodknuffelen, maar toch niet goed voor hem zijn. De pechvogel heeft een warme omgeving nodig, maar staat in een kamer waar de temperatuur niet boven de 14 graden komt. Hij heeft te maken met zieke mensen, die dieren verzamelen alsof het voetbalplaatjes zijn. De pechvogel heeft grote kans dat hij te laat bij de dierenarts komt en dat behandeling dan misschien al geen zin meer heeft. Of dat hij op een rustig plekje wordt weggezet, waar niemand hem ziet, waardoor hij wegkwijnt zonder tender loving care. De Dierenbescherming en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming zien dat er in Nederland nog heel veel pechvogels zijn in schrijnende omstandigheden. Gelukkig zijn er ook heel veel bofkonten en dat hoort ook zo.

Goede en slechte baasjes

Anders dan mensen kunnen dieren hun lot niet in eigen hand nemen. Of ze het goed hebben of niet, wordt bepaald door mensen: door slechte en goede mensen, door slimme en minder slimme mensen, door mensen die goed voor hen willen zijn, maar niet voor hen kunnen zorgen en door mensen die wel voor hen kunnen zorgen, maar dat niet doen. Voor de Dierenbescherming geldt dat het niet vanzelfsprekend is dat we dieren mogen hebben en dat het ook allemaal best wat moeilijker mag worden gemaakt. Door bij wet te bepalen welke dieren gewoon te moeilijk zijn om te houden en door dieren meer rechten te geven. Het recht dat we onszelf hebben gegeven om dieren te hebben is een voorrecht: elk dier moet een bofkont kunnen zijn.