Van werkhond tot proefdier

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Sr. Beleidsmedewerker 8 juli 2019

Alle mensen noemen we ‘mens’. Bij dieren hangen we er eigenlijk altijd een functie aan: er zijn hobbydieren, werkpaarden en hulphonden, speurratten en jachthonden, proefdieren en gezelschapsdieren. In onze samenleving moet een dier altijd ergens goed voor zijn en is dat hoe we naar dieren kijken. De belangen van het dier worden per definitie gekoppeld aan de functie die ze hebben voor de mens. Dat we die koppeling leggen, leidt gelukkig tot aanhoudende discussies over hoe we met dieren omgaan, zoals bij het debat in de Tweede Kamer over de inzet van stroomhalsbanden bij de honden van politie en defensie.

Hond in functie 

De discussie ging niet over de vraag hoe de honden worden ingezet: de inzet van honden als laatste waarschuwing voor er andere wapens worden ingezet, of het vooruit sturen van honden in mogelijk gevaarlijke situaties. Het ging ook niet over de inzet van de hond als schild tussen agent en burger. Of de hond die door zijn goede reuk, behendigheid en omvang slachtoffers kan opspeuren in de puinhopen van natuurrampen en oorlogsgeweld.


Stroomschokken

Het debat ging niet over de vraag, of er alternatieven zijn voor deze inzet bij politie, of het leger. Natuurlijk zijn dat ook belangrijke vragen. Het debat ging nu over een heel direct belang van de hond, namelijk of die getraind en onder controle mag worden gehouden door het toedienen van stroomschokken. Nuttig voor de mens, pijnlijk en stressvol voor het dier. Gelukkig is het wetsvoorstel dat er ligt om stroomhalsbanden te verbieden niet van tafel. Dat kon ook eigenlijk niet, want in de wet staat dat elk dier in principe vrij moeten kunnen zijn van pijn en angst.

 
Waar ligt de grens?

Waar het hier over ging, is de vraag over hoe ver we mogen gaan om dieren dát te laten doen wat we van ze nodig hebben. Die vraag zal de Dierenbescherming altijd blijven stellen. De antwoorden zijn vaak niet simpel, dat zij dan zo. Alle dieren moeten ook gewoon ‘dier’ kunnen zijn, zij hebben er niet om gevraagd altijd in functie te zijn.