Zo mens, zo dier...

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Sr. Beleidsmedewerker 7 juni 2017

Afgelopen week was ik bij een lezing van vooraanstaand bioloog Frans de Waal over zijn onderzoek naar emoties en inlevingsvermogen bij apen en andere dieren. Dit type studies is van groot belang geweest voor hoe wij naar dieren kijken. Bij elke spiegel waar een olifant voor wordt gezet om te testen of hij zichzelf in de spiegel ziet, krijgt de mensheid eigenlijk een spiegel voorgehouden. Want het is de mens die dieren blijft gebruiken voor experimenten, of in de bio-industrie, en daarbij beslist over het matig of ernstig lijden van dieren.

Het is daarom dat mijn hart een sprongetje maakt als ik Frans de Waal hoor zeggen dat nu ook bewezen is dat woelmuizen emoties hebben. Hij liet zien hoe de man van een muizenstel het vrouwtje troost nadat die iets heel akeligs heeft meegemaakt (in dit geval elektrische schokken). We zien een jongetje en een meisje die elk een koekje krijgen. Die van het jongetje was een stuk groter. Het meisje werd krijsend boos om de grote onrechtvaardigheid van het kleinere koekje. We zien twee bonobo’s, waarvan de een steeds druiven krijgt aangeboden (yummie!) en de ander komkommer (mwah...). Woedend was hij om zoveel onrechtvaardigheid en smeet de komkommer de kooi uit. Waarom moeten dieren nog steeds bewijzen dat ze zich na een ruzie als vanzelfsprekend verzoenen (apen kussen het letterlijk af), of dat ze troost bieden of zoeken na een traumatische ervaring? En dat ze net als wij ook de minder ‘mooie’ emoties hebben zoals jaloezie?

Ik vroeg wat de dieren hebben aan deze nog vrij recente erkenning van emoties. De Waal gaf aan dat onderzoekers en de samenleving hier nu middenin zitten. Dat dieren in het circus al niet meer gewoon zijn en dat hij verwacht dat er met name over dieren in de veehouderij een groot debat zal ontstaan. Hij zegt ook dat met de kennis van nu dierproeven zeker zullen stoppen. Experimenten met apen zullen als eerste verdwijnen, maar de rest zal volgen. Dit is een hoopvolle gedachte, die steeds weer aandacht moet krijgen. Kennis negeren om het zelf dunnetjes over te doen is ook mensen eigen.

Als dat de uitkomst gaat zijn van onderzoek waarin dieren moeten bewijzen op veel punten niet wezenlijk anders te zijn dan wij, dan is dat het beste resultaat dat wij ons als Dierenbescherming kunnen wensen. Waarbij we er ook voor pleiten niet verder te zoeken, er is bewijs genoeg voor. Op basis daarvan kunnen nu al keuzes gemaakt worden om minder dierproeven te doen en om bij koeien, kippen en varkens in de stal naar de overeenkomst met onszelf te kijken. En ons dan af te vragen hoe gelukkig wij zouden zijn met zo’n leven. De crux is dat mens en dier gelijkaardig zijn en dat we met die ogen naar ze moeten kijken.