Zwijnen doden om varkens te 'redden'

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 22 oktober 2018

Het is een bekende truc in Den Haag: kies de vrijdagavond voor het lanceren van vervelende boodschappen en misschien glijdt je verhaal wel soepeltjes het weekend door, zonder al te veel gedoe. Dat lukte wonderwel met de brief van minister Schouten (LNV) over de toestemming om met drukjacht zoveel mogelijk zwijnen in vooral Noord-Brabant te elimineren ten faveure van hun verre familieleden in de intensieve vee-industrie. De Afrikaanse varkenspest ligt immers op de loer en dan leggen natuurwaarden het al snel af tegen het grote geld. 

Raadsel

Op zich is het begrijpelijk dat alles op alles wordt gezet om een dreigende ramp voor zowel wilde als gehouden varkens te voorkomen. Zeker als onomstotelijk vaststaat dat het risico op insleep van het gevreesde virus kleiner is als er minder wilde zwijnen rondlopen. Volgens de deskundigen die minister Schouten adviseerden is dat het geval. Waar ze zich op baseren is vooralsnog een raadsel, want notabene in het jachtminnende Frankrijk besliste men anders en is afschot van zwijnen juist verboden. Daar is ook veel voor te zeggen, want als dieren in blinde paniek gaan rondrennen op de vlucht voor de dood, weet je ook niet waar ze belanden en vooral wat ze mogelijk meebrengen.


Redelijk doel

Het is een wijdverspreid misverstand dat de Dierenbescherming te allen tijde mordicus tegen afschot van dieren is. De door de mens veroorzaakte dood van een dier is soms te rechtvaardigen, als daarmee een redelijk doel wordt gediend. Consumptie even buiten deze discussie houdend, geldt dat voor zaken als gezondheid, verkeersveiligheid en schade. En pas dan als alternatieven aantoonbaar gefaald hebben. In het geval van de intensivering van de zwijnenjacht is er geen sprake van een redelijk doel, behalve van vermeende preventie. Uit de praktijk blijkt immers dat de grootte van een populatie nauwelijks invloed heeft op de mogelijkheid van insleep en verspreiding van de ziekte. En provinciale bestuurders zeggen op voorhand dat de zwijnenpopulatie uitroeien noch de bedoeling, noch mogelijk is.

Ja, er bestaat een kans dat een niet geconsumeerd broodje ham uit Oost-Europa door een Brabants zwijn wordt ontdekt en opgegeten. En ja, die kans is waarschijnlijk iets groter als er meer zwijnen zijn. Dat besmette zwijnen de ook volgens het regeerakkoord te saneren overpopulatie gehouden varkens in Brabant kunnen besmetten is een feit. Maar dit risico werk je niet weg met meer jacht, integendeel.

Sanering

De Dierenbescherming denkt dat het mogelijk is om wilde zwijnen te accepteren binnen bepaalde grenzen. Een ‘kansenkaart’ zoals opgesteld door de Zoogdiervereniging helpt bij het identificeren van de leefgebieden om deze vervolgens zo in te richten dat de dieren nauwelijks hun gebied uit kunnen gaan. De geplande sanering moet daar plaatsvinden waar de kans op contact tussen wild zwijn en varken groot is. Het slim inrichten en per gebied bekijken waar de kansen en de bedreigingen zijn voor het wilde zwijn en de varkenssector is de enige juiste aanpak.

De Dierenbescherming blijft strijden voor een rechtvaardige benadering van risico’s waarbij dieren betrokken zijn. Zwijnen spelen onmiskenbaar een rol bij de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest. Maar de voortdurende heiligverklaring van de varkensindustrie komt velen inmiddels de neus uit. Dat wordt niet beter als zwijnen worden gedood, zogenaamd om varkens te redden.


>>> Deze tekst is eerder gepubliceerd als opinieartikel in de Volkskrant van 22 oktober 2018.