Kinderen en dieren: echte liefde?

Er zijn talloze verhalen te vinden over de bijzondere vriendschap tussen kinderen en dieren. Uit onderzoek bleek jaren geleden al dat kinderen die opgroeien met huisdieren, vaak minder onzeker en sociaal vaardiger zijn. Huisdieren vereisen echter behoorlijk wat aandacht en goede zorg. Een verantwoordelijkheid die door kinderen èn ouders samen gedragen moet worden.

De voordelen voor kinderen

Veel kinderen voelen zich veilig bij een dier. Dieren oordelen niet, zijn vaak trouw naar de familieleden toe en laten kinderen niet in de steek; ze zijn altijd thuis (op een avontuurlijke kat na...). Kinderen die voor dieren zorgen, ontwikkelen daarnaast een sterk gevoel van verantwoordelijkheid. “Kinderen kunnen veel leren over de verzorging van dieren als ze daarbij maar wel geholpen worden”, zegt Nienke Endenburg, psychologe en gepromoveerd op de relatie tussen mens en dier. Ze noemt hier een belangrijk punt, want vaak zijn het de kinderen die een huisdier in huis willen. Ze realiseren zich niet altijd hoeveel tijd, energie en aandacht een huisdier kost. Het hele gezin moet daarom goed nadenken over het aanschaffen van een huisdier.

Misschien krijgt zoon- of dochterlief een huisdier, maar de ouders blijven een cruciale rol spelen. Ze geven het goede voorbeeld en houden een oogje in het zeil. Het kind leert dat dieren bepaalde behoeften hebben. Hebben ze honger of dorst? Willen ze uit? Hebben ze een schoon hok nodig? Kinderen leren zich daardoor te verplaatsen in een ander. Dat betekent niet dat we er klakkeloos vanuit kunnen gaan dat kinderen de zorg van hun huisdier alleen op zich kunnen nemen. Dat neemt niet weg dat kinderen al op jonge leeftijd kunnen helpen bij de verzorging van huisdieren.

Het is belangrijk dat ouders een oogje in het zeil houden. Dat neemt niet weg dat kinderen al op jonge leeftijd kunnen helpen bij de verzorging van huisdieren.

Hoe oud is je kind?

Zoals gezegd ligt de verantwoordelijkheid altijd bij de ouders. In het omgaan met dieren en bij de verzorging ervan moeten de ouders hun kind echt ‘bij de hand nemen’. De leeftijd van een kind bepaalt voor een groot deel in hoeverre een kind zelfstandig met het dier kan omgaan. We lichten dit hieronder graag toe.

0-1 jaar

Heb je een kat of hond? Voordat de baby er is, kun je je dier vast laten wennen aan alle nieuwe spullen die bij een baby komen kijken. Leer alvast dat bijvoorbeeld het boxkleed geen plek voor het huisdier is. Is de baby er al wel? Laat je dier de baby dan rustig bekijken en aan nieuwe luchtjes wennen, terwijl jij je kleintje vasthoudt. Zorg ervoor dat de kat of hond niet in de wieg kan komen en laat de baby nooit allen in een kamer met dier. Een kinderkamer is verboden terrein voor hond en kat, ook als de baby er niet is. Een kat doet je kind niet bewust pijn, maar kan rare sprongen maken en heeft scherpe nagels. Als hij in het nauw komt te zitten in de wieg, zal hij z’n nagels gebruiken om weg te komen. Je kind kan er levenslang littekens aan overhouden. 

Laat je dier rustig wennen aan de baby.

1-4 jaar

Kinderen tot een jaar of vier begrijpen niet dat een huisdier een levend wezen met gevoel is (ook al lijkt het soms van wel). Voor hen vallen kat, hond of konijn in dezelfde categorie als een knuffelbeer. Kruipende kinderen ontdekken de wereld. Vaak kruipen ze achter het dier aan en als ze het te pakken hebben, knijpen ze erin of trekken aan oren of staart. Een kat wordt in dat geval bang of gestrest en zal zijn nagels uitslaan. Bij een hond kan het tot bijten komen. Dit heeft te maken met de rangorde die hond en kind ten opzichte van elkaar hebben.

Een voorbeeld: de hond ligt lekker in zijn mand. Het kind kruipt ernaar toe en maakt zich daardoor in de ogen van de hond ‘klein’ (ofwel ondergeschikt). De hond heeft hier geen zin in en gromt, bij wijze van waarschuwing. Het kind vindt dat alleen maar leuk en komt dichterbij om de hond aan te raken. En dan bijt de hond, met blijvende schade aan het gezicht omdat een kindergezichtje zich nu eenmaal op bijthoogte bevindt. In dit geval is de hond niet vals en het kind geen pestkop, de ouders hadden dit moeten voorkomen.

Laat jonge kinderen dus nooit alleen met huisdieren. In deze leeftijdsfase begrijpen kind en dier elkaar niet. Het kan handig zijn om je hond of kat een plek te geven waar het kind niet bij kan – in de bijkeuken of de hal bijvoorbeeld. Let er bij honden en kinderen ook op dat je kind niet lager zit of ligt dan de hond: een wipstoeltje kun je beter in de box zetten dan op de grond als de hond in dezelfde ruimte rondloopt. Speelt het kind toch op de grond, zorg dan dat de hond in een andere ruimte is of zorg op een andere manier voor een duidelijke afscheiding.

Laat jonge kinderen dus nooit alleen met huisdieren.

4-6 jaar

Kinderen van vier tot zes jaar begrijpen al veel meer van dieren. Ze vinden het meestal erg leuk om het dier samen met papa of mama eten of drinken te geven. Zo leren ze spelenderwijs de verantwoordelijkheid voor een dier te dragen. Leer je kind om zich in het dier te verplaatsen: heeft hij honger of dorst, of moet hij een schone kattenbak? Neem voor dit leerproces ruim de tijd en geef je kind alleen taakjes die bij zijn leeftijd passen. Kleine kinderen kunnen helpen om het dier water te geven. Grotere kinderen kunnen al wat meer alleen doen, bijvoorbeeld de kat borstelen, de hond zelf uitlaten of de kooi verschonen. Heb je een hond, dan is de communicatie met de hond een extra aandachtspunt. Honden moeten namelijk leren dat het kind, net als jijzelf, hoger in de rangorde staat. Oefen daarom samen met je kind commando’s, en laat het onder toezicht commando’s geven. Als de kinderen spelen met de hond, moeten zij winnen. Zij beginnen en eindigen het spel. Help daarbij, want als leider bepaal jij wie hoger is: de hond of het kind. Deze rangorde geldt alleen als je er zelf bij bent. In de belevingswereld van een hond nemen kinderen namelijk nooit een zelfstandige plaats in de rangorde in. Het risico bestaat dat je hond de zaak wil ‘rechtzetten’ als je er niet bij bent. Niet omdat je dier onvriendelijk zou zijn, maar omdat dit natuurlijk gedrag is voor honden. De plaats van het kind in de rangorde is dus afhankelijk van jouw aanwezigheid. Laat kleine kinderen dus nooit alleen met de hond.

Willen je kinderen spelen met de hond? Leuk! Maar ze moeten het spel wel winnen. 

Vanaf 6 jaar

Vanaf zes jaar kunnen kinderen steeds zelfstandiger een dier verzorgen. Maar hun tijdsbesef is nog niet goed ontwikkeld en ze hebben natuurlijk ook allerlei dingen te doen naast school. De lol van bijvoorbeeld zelf de hond uitlaten gaat er vaak snel af. Kinderen vinden het vaak leuker om met hun vriendjes buiten te spelen. Blijf er daarom zelf goed op letten of je huisdier op tijd eten en drinken krijgt en goed wordt verzorgd.

Tips op een rij

Wil jouw kind ook een huisdier en ziet het hele gezin dat zitten? We geven je graag nog een paar tips:
  • Denk altijd goed na over het aanschaffen van een huisdier en bereid je goed voor. Weet wat je te wachten staat! Doe de Dier & Mens Wijzer en ontdek jouw match! Op de website van het LICG staat ook uitgebreide informatie over het verzorgen van huisdieren.
  • In onze Dierenbeschermingsasielen komen geregeld dieren binnen, omdat kinderen na een paar weken of maanden geen aandacht meer hadden voor hun huisdieren en ouders de zorg van huisdieren niet volledig op zich wilden nemen. Zoals gezegd: wees als ouders altijd mede- of zelfs hoofdverantwoordelijk voor het huisdier. Willen de kinderen graag een huisdier, maar de ouders niet? Dan raden we het af een huisdier in huis te nemen.
  • Hoe lief en betrouwbaar een huisdier ook is en lijkt, laat kleine kinderen nooit alleen met huisdieren.
  • Kinderen hebben soms niet helemaal door dat ook huisdieren rustmomenten hebben en even geen aandacht willen. Leer kinderen om dieren met rust te laten als ze dat willen. Bijvoorbeeld als ze in hun mand liggen of als ze eten.
  • Over het algemeen heeft een kind geen natuurlijk overwicht. Laat een te jong kind daarom niet buiten alleen met een hond lopen.