Jacqueline Pasman

Jacqueline Pasman

Medewerker Egelopvang

“Als je een egel ziet, ben je verkocht toch?! Zo’n schattig koppie, neusje, kraaloogjes. Het zijn ook vreselijke stinkerds, maar dat vergeef je ze wel. Ik vind egels bijzondere dieren. Ze scharrelen al rond sinds de prehistorie en zijn eigenlijk niets veranderd. Ik zeg altijd maar, ‘ik word gelukkiger van een scharrelende egel in de tuin, dan dat het vol ligt met tegels’. Zorg gewoon voor een rommelig hoekje in de tuin, je hebt maar een klein hoopje bladeren nodig om egels aan te trekken. De egel heeft het steeds moeilijker door al die stenen tuinen, ze kunnen geen voedsel vinden of veilig overwinteren. In de egelopvang merken we dat ook, we vangen steeds meer egels op. Vorig jaar waren dat er zo’n 600. Ze komen ziek, gewond of te mager binnen: aangereden door auto’s, overreden door grasmaaiers, gebeten door honden, gevallen in een put of vijver, klem in fruitnetten of hekken. We hebben zelfs een verbrande egel in de opvang gehad, omdat iemand hem in de fik had gestoken. Je kunt het zo gek niet bedenken… Egels zijn kwetsbare dieren, ze redden het helaas niet altijd en dat maakt dit werk soms best moeilijk. We doen hier in elk geval ons best om ze zo goed mogelijk te helpen en als we ze dan weer kunnen vrijlaten in de natuur, is dat het mooiste moment dat er is.”