Dierenbescherming blij met wijziging Wet dieren

28 mei 2021

De Dierenbescherming is verheugd dat na de Tweede nu ook de Eerste Kamer op 25 mei jl. heeft ingestemd met wijziging van de Wet dieren. De Tweede Kamer heeft, naar aanleiding van het indienen van drie amendementen van de Partij voor de Dieren, de volgende wijzigingen aangebracht:

  • Een verbod op het aanpassen van dieren aan houderijsystemen; 
  • De mogelijkheid om regels ter voorkoming van stalbranden uit te vaardigen;
  • Een stop op het fokken van dieren vanwege optredende of dreigende dierenwelzijnsproblemen. 

Deze wijzigingen volgen uit de behandeling van nieuwe Europese diergezondheidsregels en zijn in lijn met wat wij als Dierenbescherming nastreven in het Deltaplan Veehouderij. Het betreft zaken die zich vaak al jaren voortslepen. Met deze verplichting in de wet moet het kabinet hier nu snel en daadkrachtig werk van maken.

Verbod op het aanpassen van dieren aan houderijsystemen

Bij dieren worden heel wat lichaamsdelen, zoals snavels, tenen en hoorns, afgesneden, weggebrand of in de groei belemmerd om te verhullen dat de systemen waarin ze gehouden worden eigenlijk daar niet geschikt voor zijn. Niet het dier moet aan het houderijsysteem, maar het houderijsysteem moet aan het dier aangepast worden. Met het zogenaamde Ingrepenbesluit 1996 werden de meeste van deze lichamelijke verminkingen al verboden met een overgangstermijn van 4 jaar om het achterwege laten van de ingrepen technisch en economisch mogelijk te maken.

We zijn inmiddels 25 jaar verder en nog steeds zijn veel van die verminkingen niet gestopt. Het is dan ook volkomen terecht dat er nu in de Wet dieren uitdrukkelijk komt te staan dat dit verboden is. Dit is een vermaning aan de overheid om nu versneld een eind aan deze praktijken te maken.

Veehouders kunnen alleen snel stoppen met ingrepen als ze hiervoor overheidssteun krijgen en er voortaan wat meer voor vlees, zuivel en eieren betaald wordt. Gelukkig zijn er snel win-win combinaties te maken met de miljoenen die de overheid toch al in de veehouderij wil steken om de stikstof- en broeikasgasuitstoot van de veehouderij te verminderen:

  • Extensivering van de vleeskuikensector door overschakelen op 1 ster Beter Leven kip. Dan stappen we af van plofkip, gaat het aantal gehouden kuikens per vierkante meter van 21 naar 12 en komen er ook meer langzamer groeiende ouderdieren, waarbij de ingreep aan de achterste teen van de hanen makkelijker achterwege kan worden gelaten dan bij plofkipouderdieren. 
  • Extensivering van de varkenshouderij. Met investeringen in o.a. meer ruimte per varken en beter verrijkingsmateriaal, wordt het mogelijk om te stoppen met het couperen van varkensstaarten. 
  • Extensiveren van de melkveehouderij door het houden van melkkoeien in vrijloopstallen. Doordat er meer ruimte per koe is en ze elkaar beter kunnen ontwijken, kan onthoornen makkelijker achterwege worden gelaten dan in de huidige ligboxstallen. 

Extensiveren van de melkveehouderij door het houden van melkkoeien in vrijloopstallen. Doordat er meer ruimte per koe is en ze elkaar beter kunnen ontwijken, kan onthoornen makkelijker achterwege worden gelaten dan in de huidige ligboxstallen.

De mogelijkheid om regels te stellen ter voorkoming van stalbranden

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid heeft in zijn alarmerende rapport over stalbranden zijn verbazing uitgesproken dat volgens het Ministerie van Landbouw niet op grond van de Wet dieren regels gesteld kunnen worden ter bescherming van dieren tegen stalbranden. Door een wijzigingsvoorstel van de Tweede Kamer komt die rechtsgrond er nu wel. De Dierenbescherming pleit voor een actievere rol van het ministerie bij de aanpak van stalbranden.

Fokbeperkingen

Op dit moment is de minister bij zeer besmettelijke dierziekten al bevoegd het fokken van dieren snel te verminderen. Door een wijziging van de Wet dieren kan dit nu ook in andere situaties waarin sprake is van ernstige dierenwelzijnsproblemen, of dreiging daarvan. Denk bijvoorbeeld aan productiebeperkende maatregelen waardoor er in de zomerperiode minder dieren worden gehouden. Dat zorgt voor meer ruimte per dier en draagt bij aan het voorkómen van hittestress.

Daadkrachtig uitvoeringsplan

Met deze drie wijzigingen in de Wet dieren hebben de Tweede en Eerste Kamer een niet mis te verstane opdracht aan het nieuwe kabinet gegeven om snel werk van deze onderwerpen te maken. De Dierenbescherming verwacht daarvan binnenkort een daadkrachtig uitvoeringsplan.