Is het 3V-beleid voor dierproeven failliet?

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Programmamanager Diervriendelijk Ondernemen 18 december 2019

Helaas, nog lange niet, nog lange niet, zo werd duidelijk op het symposium van NCad (het nationaal adviescomité voor dierproevenbeleid), dat ik afgelopen week bezocht. De 3V’s staan voor vermindering (minder dieren gebruiken in een proef), verfijning (zorgen dat proefdieren minder lijden) en vervanging (als je je onderzoek ook zonder dieren kunt doen, dan kies je daarvoor). Centrale vraag van deze dag: hoe staat het met de ambitie van onze minister om ons land in 2025 wereldleider dierproefvrij te laten zijn? Het jaarververslag ‘Zodoende’ van de overheid liet vorig jaar zien dat het aantal dierproeven alleen maar was gestegen. Binnenkort verschijnt weer een nieuw rapport. Is er nu een vrolijkere boodschap?

Waarvoor worden dierproeven gedaan?

Allereerst worden dierenproeven gedaan voor veiligheidsonderzoek, omdat de wet dat eist. Stoppen met dierproeven voor veiligheid moet kunnen, daar is bijna iedereen het wel over eens. Maar ja, dat betekent aanpassing van Europese regels, en daar zit nog weinig vaart in. Daarnaast is er het zogenoemde fundamentele onderzoek, de kern van de nieuwsgierige wetenschap. Stoppen met dierproeven bij dit type onderzoek is lastiger, want dat moet je als onderzoeker wel willen. Van moeten is hier geen sprake.
Jonge onderzoekers zouden veel meer geholpen moeten worden om te kiezen voor dierproefvrij. 'Traditionele' begeleiders die nu eenmaal veel ervaring hebben met het doen van dierexperimenten en daar bijna standaard voor kiezen, zouden jonge onderzoekers daar minder op moeten aansturen.

Geld, geld en nog eens geld

Onderzoek is duur… en dierproeven zijn duur maar het ontwikkelen van alternatieven ook. Dieren beter welzijn bieden in het lab is duur… het verzamelen van alle data uit dierproeven is duur. En dat was dan ook wel een beetje de rode draad in het symposium. Iedereen wil uiteindelijk wel af van dierproeven, maar ja… De investering in allerlei nieuwe technieken gaat door, maar het duurt (te) lang voor die ook geaccepteerd worden. En zolang er daardoor nog dierproeven nodig zijn (en dat zou wel eens heel lang kunnen zijn) blijft men investeren in dierproeven.

Voor dierproeven die situaties voor de mens nabootsen, blijken de uitkomsten ervan veelal nutteloos. Daarmee door (moeten) gaan is verspilling van dierenlevens en geld. Maar wanneer nieuwe modellen en technieken zonder dieren voor de zekerheid ook nog steeds moeten aangevuld met dierproeven, schieten we daar niets mee op. Als de overheid weinig investeert in de ontwikkeling van een internationale databank, die daardoor niet van de grond komt, is dat weggegooid geld.



Surprise, geld is een issue! Er moet dus ergens meer geld vandaag komen.
Wetenschappers denken dat het belasten van dierproeven niet zou helpen. De minister gaat nog onderzoek doen naar welke prijsprikkels ze in deze sector kan toepassen. Spannend dus of daar iets uitkomt.

De ministeries dragen wel wat bij, maar dat is bij lange na niet genoeg om voortgang te boeken. De industrie wil misschien wel een beetje inboeten met hun winst, maar ja, al te goed is buurmans gek.

Verrekenen in de zorgkosten?

En wat als we de kosten voor dit alles voorlopig gewoon meenemen in het nationale onderwijs- en zorgbudget? Op dit moment betaalt elke Nederlander met een modaal inkomen jaarlijks zo’n € 5700,- aan gezondheidszorg. Misschien kan daar een aantal jaren een klein beetje bij?
Met de belofte dat de prijs weer kan zakken als er geen dubbele kosten meer gemaakt hoeven te worden voor zowel dierproeven als alternatieven. En met het vooruitzicht dat we juist met die nieuwe technieken, die uitgaan van wat bij mensen werkt (in plaats van bij dieren) veel beter geholpen zullen zijn.