Zonder houdverbod nog meer hoofdpijndossiers

18 januari 2021

Het werd op dierendag 2018 met veel bombarie door minister Grapperhaus aangekondigd: na jarenlange inzet van de Dierenbescherming kwam het houdverbod - waarmee daders van dierenmishandeling en -verwaarlozing het bezit van dieren kan worden ontzegd - er dan eindelijk. Twee jaar later is er nog steeds geen houdverbod en zakt de moed in de schoenen van de inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID).

“Iedere inspecteur heeft zo’n zaak. Hoofdpijndossiers noem ik ze”. We spreken met inspecteur Jan Smit. Al ruim 12 jaar werkt hij toegewijd aan het redden van dieren in vaak erbarmelijke omstandigheden. Dit doet hij niet alleen. Samen met zijn collega’s ging de LID in 2019 af op zo’n 5.428 individuele meldingen van mogelijk dierenleed. De inspecteurs van de LID zijn Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA), wat betekent dat ze speciale strafrechtelijke bevoegdheden hebben. Daarnaast zijn de inspecteurs toezichthouder: ze zien erop toe dat de regelgeving rondom dierenwelzijn wordt nageleefd. Dit gebeurt via bestuursrecht, gericht op herstel van de situatie (zoals het opleggen van een dierenartsbezoek of het verbeteren van de huisvesting).

Binnen het strafrecht kan het houdverbod helpen om sneller in te grijpen. Momenteel wordt een houdverbod voor huisdieren nog gekoppeld aan een voorwaardelijke straf. We noemen dit een onzelfstandig houdverbod. Veroordeelden die een boete hebben gekregen met een houdverbod als extra maatregel weten hier soms aan te ontsnappen. Haalt de veroordeelde tóch een dier in huis, dan moet hij alleen de boete betalen en vervalt automatisch het houdverbod. De boete was immers de eigenlijke straf. Door het houdverbod als zelfstandige straf op te leggen, wordt deze maas in de wet gedicht en blijft een houdverbod ook na overtreding gelden. Bij de overtreder aangetroffen dieren worden dan meteen weer in beslag genomen.

15 konijnenhokken met een dikke laag stront

“Het houdverbod is denk ik het eerlijkste ten opzichte van mensen die willens en wetens terugvallen in hetzelfde patroon. Ook in de vorm van zelfbescherming”, vult Jan aan. “Ik denk dan direct aan een zaak waar ik nu al 12 jaar geregeld langskom. En iedere keer is er weer wat. Daar word je flink moedeloos van.” Het gaat hier om een zaak van een kwetsbare vrouw met een enorme verzamelwoede. Ook wel hoarden genoemd. “Deze mevrouw vindt dat ze alles over heeft voor haar dieren. Maar ze heeft simpelweg te veel dieren om ze de juiste verzorging te geven. 20 konijnenhokken waarvan er 15 zijn besmeurd met een dikke laag stront. 12 paarden en pony’s. Ze heeft meer dieren dan ze schoon kan maken. De laatste keer heb ik via strafrecht alle dieren die vervuild waren weggehaald. Maar als ik er nu naartoe zou gaan dan kan ik waarschijnlijk weer van voren af aan beginnen. Voor zo’n zaak zou een houdverbod een uitkomst zijn, dan heb je een stok om mee te slaan. Dan kan ik zeggen: je mag maximaal 2 pony’s en 4 konijnen en alles daarboven mag altijd worden weggehaald.” 

Honden in kleine hokken

Niet alleen bij zaken van hoarding kan een houdverbod helpen. Een andere zaak waar Jan nu al zo’n 6 jaar bij betrokken is, is van een man die zijn honden permanent huisvest in veel te kleine hokken (figuur 1). Deze honden fokt hij voor kleinschalige handel. “Hij heeft al een aantal keer een proces verbaal gehad, maar hij blijft doorgaan. Deze hondenhouder minacht de wetgeving. De wet werkt met open normen, maar schrijft wel voor dat een dier niet beperkt mag zijn in zijn bewegingsvrijheid. Stel dat deze man met honden een houdverbod krijgt van tien jaar, dan heeft dat direct effect op zijn handel. Je bent 10 jaar uit het zicht van je netwerk waar je dieren haalt of verkoopt. Het is in dat geval simpelweg niet meer rendabel om te beginnen. Ook dat effect kan het houdverbod hebben.” 

Figuur 1 - De honden worden gehouden in veel te kleine hokken.
Het houdverbod kan in allerlei zaken een optie zijn. Voor iemand die voor het eerst een dier ernstig mishandelt (first time offender). Maar ook voor iemand stelselmatig zijn dieren verwaarloost. En voor iemand die 50 katten houdt, tot iemand met één cavia. Het is uiteindelijk de rechter die de afweging moet maken. De feitelijke toepassing van het huidige onzelfstandige houdverbod richt zich op daders uit de zwaarste categorie mishandeling en verwaarlozing. Dat is het topje van de ijsberg. Bij een zelfstandig houdverbod wordt verwacht dat dit meer bekendheid en daarmee ook meer toepassing zal vinden bij de rechterlijke macht, waardoor de toepassing kwantitatief en kwalitatief verbreed zal worden.

De Dierenbescherming ziet de invoering van het houdverbod liever vandaag dan morgen. En ook inspecteur Jan kan dat beamen “Zoals ik al zei, er zijn te veel hoofdpijndossiers. Je weet bij bepaalde dossiers dat er altijd wat aan de hand is wanneer je langs gaat. Het is nu water naar de zee dragen. Daarbij kan een houdverbod de cirkel doorbreken”. Op dit moment ligt het houdverbod bij de Raad van State. De Dierenbescherming wacht het advies met spanning af en hoopt dat het houdverbod dit jaar echt realiteit wordt.