Inspectiewerk

De inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) komen in actie na meldingen van dieren in nood bij meldpunt 144. Het gaat dan vooral om gevallen van verwaarlozing van huis- en hobbydieren. Daarnaast voert de LID ook routinecontroles uit bij onder andere dierenwinkels, -pensions en fokkers/handelaren. Bij het bestrijden van dierenleed werkt de LID nauw samen met de dierenpolitie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). 

Welzijn van dieren verbeteren

Inzet bij het optreden van onze inspecteurs is het verbeteren van het welzijn van de dieren. Als een goed gesprek niet helpt kunnen ze een eigenaar (op basis van bestuursrecht) dwingen om bijvoorbeeld de huisvesting van de dieren te verbeteren of naar een dierenarts te gaan. Als ook dat niet helpt, of een situatie zo ernstig of uitzichtloos is dat het dierenwelzijn door de eigenaar niet verbeterd kan worden, kan als laatste redmiddel worden besloten om een dier bij de eigenaar weg te halen. Het bepalen van de inzet van bestuursrecht en/of het in bewaring nemen van dieren gebeurt altijd in nauw overleg met RVO.

Contact met de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming

Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
Postbus 84051
2508 AB Den Haag
T 088 811 3000 (van 09.00 tot 17.00 uur)
Let op: Meld dierenleed via het landelijk meldpunt 144.

"Met een bekeuring voor de baas zijn de dieren nog niet geholpen; die hebben nazorg nodig en hun situatie moet verbeteren. Daar doe ik het voor!", LID-inspecteir Ed Webers.