Wildconsumptie

Als je vlees eet, kun je toch beter wild eten? De dieren die de jager schiet, hebben een vrij leven gehad en hoeven niet op transport naar het slachthuis. Beelden tonen een rustiek en natuurbewust jagerstafereel en de geschoten fazant of konijn wordt gezellig met vrienden onder het genot van een glaasje wijn opgepeuzeld. Het mooie plaatje is compleet… Toch?


Nou nee! De meeste mensen hebben geen idee wat voor dierenleed er eigenlijk achter wildconsumptie schuilgaat. We delen graag zeven inzichten met jou.



1. Verstoorde leefomgeving

Geschoten dieren zouden een mooi en vrij leven hebben gehad in de natuur. Klopt dat beeld? Het grootste deel van Nederland bestaat niet uit natuur, maar is agrarisch (67%) of stedelijk gebied (18%). Slechts 15% van het vaste land heeft een natuurbestemming. Van een ongestoorde natuurlijke leefomgeving is nauwelijks sprake. De dieren lopen continu de kans om gedood te worden in het verkeer, door landbouwmachines, katten en honden en door tegen obstakels zoals windmolens, hoogspanningsmasten en grote ramen aan te vliegen. In natuurgebieden zijn deze bedreigingen minder, maar ook daar zorgen recreanten (en hun honden) voor verstoring. Hierdoor hebben de dieren in het wild het al moeilijk genoeg. De extra verstoringsfactor die jacht geeft, is wat ons betreft niet meer te verantwoorden als dat alleen vanwege wildconsumptie plaatsvindt.

2. Doden geeft stress en verstoring

Het doden van een dier uit het wild gaat vaak gepaard met veel leed. Lang niet alle dieren zijn in één keer dood. Jacht verstoort ook familieverbanden. In het geval een ouderdier wordt gedood is het zeer de vraag of de jongen het zelfstandig overleven. Daarnaast kan een achtergebleven partner zichtbaar verloren achterblijven (bijvoorbeeld in geval van ganzen en zwanen die veelal in paartjes leven) en hierdoor ook zijn of haar territorium kwijtraken.

3. Hoezo ‘duurzaam oogsten’?

Dat jagers alleen dieren doden waar er genoeg of teveel van zijn is ook niet waar. Neem de fazant, waarvan het aantal vanaf de jaren 80 sterk is afgenomen. Helaas heeft de overheid nooit maatregelen genomen om dit tegen te gaan. De individuele jager mag doen wat hij verantwoord vindt. De provincie heeft geen mogelijkheid om de jacht te sluiten wanneer zij vindt dat de aantallen zorgwekkend afnemen. En trouwens, het vlees dat je in supermarkten koopt of in restaurants voorgeschoteld krijgt, is vaak onder minder strikte regelgeving in het buitenland geschoten. Hoe het deze dieren vergaan is, is dan ook zeer de vraag. Tot slot blijkt uit een recente undercoverreportage van Rambam dat restaurants, ondanks dat ze bij het aangeboden wild goed moeten opletten of het legaal verkregen is, het lang niet allemaal zo nauw nemen met de strikte regelgeving. Dieren zonder certificaat komen dus rustig op je bord terecht. Dit kunnen dieren zijn die illegaal, via stroperij, verkregen zijn.

4. Jacht ontneemt wilde dieren hun voedsel

Bij elk stukje echt uit het wild geschoten dier dat bij mensen op het bord komt, geldt dat dit ook voedsel voor een wild dier had kunnen zijn. Denk aan vossen, marterachtigen en roofvogels. Deze dieren hebben ook te maken met een verstoorde leefomgeving en zijn afhankelijk van wilde prooidieren. De Dierenbescherming ziet dan ook liever dat het wild niet geschoten wordt voor menselijke consumptie, maar beschikbaar blijft als voedsel voor roofdieren.

5. Wild uit het wild is niet altijd gezond

De leefomgeving van dieren uit het wild is regelmatig vervuild met bijvoorbeeld zware metalen en pesticiden. Deze vervuiling komt via voedsel in de dieren terecht, die wij vervolgens opeten. Hierop wordt niet gecontroleerd. Er is wel controle op afwijkingen en ziektekiemen in de dieren die voor de mens gevaarlijk zijn, maar het is in eerste instantie de jager die zijn eigen vlees keurt.

6. Wild is helemaal niet zo wild

Bij zeker meer dan de helft van ‘het wild’ gaat het om dieren uit de veehouderij. Het kan in de supermarkt onder het kopje wild liggen, maar bij nadere bestudering van de verpakking wordt duidelijk dat het om dieren uit de veehouderij gaat. Dit geldt bijna altijd voor konijnen, eenden, parelhoenders, struisvogels en herten in zowel de supermarkt als het restaurant.

7. ‘Wild’ uit de vee-industrie heeft geen mooi leven

De ‘wilde’ dieren in de vee-industrie zijn niet of nauwelijks geschikt om in een gehouden situatie te houden, omdat aan hun behoeften voor ruimte en bijvoorbeeld zwemwater bijna niet te voldoen is en ook niet aan wordt voldaan. Bovendien zijn het vaak vluchtdieren, die voor de slacht op transport zeer veel stress ondervinden. De omstandigheden waaronder deze dieren gehouden worden zijn daarom vaak nog slechter dan die in de gangbare veehouderij.

Dus nee de Dierenbescherming vindt het eten van wild geen duurzame optie.

Wat doet de Dierenbescherming?

Wij komen op voor dieren in het wild en lobbyen bij de overheid voor een diervriendelijke aanpak bij conflicten tussen mensen en wilde dieren. We spannen rechtszaken aan en gaan actief op zoek naar diervriendelijke alternatieven. Daarbij werken we samen met professionals voor concrete maatregelen.

Wat kun jij doen?

Door geen wild te eten, voorkom je veel dierenleed. Daarnaast kun je de Dierenbescherming steunen. Wij zetten ons dagelijks in voor dieren in het wild. Met jouw steun kunnen wij dit werk blijven doen.