Dier in de opvang

Zodra een dier bij ons binnenkomt, doorlopen we een vast stappenplan. Het hoofddoel is altijd een gezonde, veilige terugkeer in de natuur waarbij het dier zichzelf kan redden. Bij het ene dier is hier training voor nodig, een ander dier heeft voldoende aan medische zorg en weer een derde dier moet opnieuw leren zwemmen of lopen. 

Eerste stap: grondige controle 

Bij binnenkomst ondergaan alle dieren eerst een volledige check. De algehele conditie van een dier wordt goed onderzocht, het dier wordt gewogen en geregistreerd. Vogels krijgen van ons een pootring, zodat we ze in de opvang altijd goed kunnen identificeren. 

Bij binnenkomst worden de dieren eerst grondig onderzocht. 

Hoe gaat het verder?

Afhankelijk van de bevindingen uit het onderzoek, zijn er globaal gezien drie mogelijke vervolgstappen:
  • Het dier kan revalideren en vervolgens uitgezet worden.
  • Het dier kan gegarandeerd niet meer uitgezet worden (hier nader toegelicht).
  • Er is twijfel of het dier het zou overleven in het wild. In dit geval zetten we altijd alles op alles om de overlevingskansen van het dier zo groot mogelijk te maken.

Revalidatie en binnenverblijf

Zolang de dieren extra zorg nodig hebben, verblijven ze bij ons in de opvang. Voor de een is dit slechts een paar dagen, terwijl andere dieren soms weken lang bij ons zijn. Gemiddeld zijn dieren ongeveer 2 weken bij ons.
Een dier brengt eerst tijd door in een van onze binnenverblijven. Hier gaat het niet alleen om fysieke verzorging zoals voeding en medicijnen, maar ook wordt er in de gaten gehouden of ze eten en of ze niet alsnog ziek worden. 

Doorgaans brengen de dieren eerst even tijd door in een van onze binnenverblijven. (foto: Nico Kroon ©)

Buitenverblijven

Het is voor een dier het beste om gewoon terug te gaan naar de natuur, vandaar dat we altijd streven naar een zo kort mogelijk verblijf. Buiten kunnen de dieren die langere tijd binnen hebben gezeten weer even hun conditie trainen door in een veilige omgeving rond te kunnen vliegen. Hazen en egels doen dit in speciaal ingerichte hokken waar ze in kunnen rondscharrelen, en vogels doen dit in onze buitenvolières. Als dit goed gaat dan kunnen ze uitvliegen.

Training

Een jonge egel of ander babydier krijgt voedsel van ons op het moment dat dit absoluut noodzakelijk is. Daarna richten we hun verblijf zo in dat ze het zelf bij elkaar moeten zoeken, net zoals ze dat buiten onze vier muren moeten kunnen. Ook zorgen we voor zo min mogelijk contact met mensen: hiervan kunnen ze te afhankelijk worden. Het gaat ten koste van het herstelproces, en we ook niet dat dieren de mens gaan associëren met voedsel en het krijgen van eten. 

Buiten worden de vogels in volières geplaatst, en de egels en hazen in verblijven die speciaal voor hen ingericht zijn