De natuur krijgt steeds minder ruimte in Nederland en het verkeer op de Nederlandse wegen blijft toenemen. Gelukkig zijn er diervriendelijke maatregelen die getroffen kunnen worden om aanrijdingen met wilde dieren te voorkomen en leefgebieden weer met elkaar te verbinden.
Wat vindt de Dierenbescherming?
De Dierenbescherming vindt dat er in het kader van de verkeersveiligheid te makkelijk gekozen wordt voor afschot. Het is geen bewezen effectief middel en er zijn meer diervriendelijkere maatregelen om aanrijdingen met wilde dieren te voorkomen.
In het factsheet vind je meer informatie over het standpunt van de Dierenbescherming, inclusief bronnen en literatuur.
Door alsmaar verder uitbreidende wegen, spoorlijnen en bebouwing raken natuurgebieden meer versnipperd. Mensen doorkruisen steeds vaker de leefgebieden van wilde dieren, waardoor dieren vaker worden gehinderd en in gevaarlijke situaties terechtkomen. Meldingen van aangereden reeën, herten, zwijnen, hazen, egels, eekhoorns, vogels en vele andere dieren komen bij de politie of dierenambulance binnen.
De meeste aanrijdingen vinden in de schemer plaats, vooral in de lente, zomer en herfst, als de dieren rondtrekken met hun jongen en wanneer het paartijd is. Ook rondom het verzetten van de klok vinden meer aanrijdingen plaats. Naast deze seizoensgebonden factoren hebben ook het zoeken naar een eigen territorium, verstoring door loslopende honden, gebrek aan voedsel, en recreatie- en vakantiedruk invloed op het aantal aanrijdingen. Versnippering van de natuur heeft niet alleen aanrijdingen tot gevolg, er zijn ook populaties van diersoorten die geïsoleerd raken door de vele barrières.
Aanrijdingen in cijfers
Het Verbond van Verzekeraars meldde in 2021 dat er tussen 2014 en 2020 een flinke toename is geweest in het aantal schadeclaims na aanrijdingen met wilde dieren. In 2014 waren dit er 5.750 en in 2020 waren dit er 8.603. Het werkelijke aantal aanrijdingen ligt vele malen hoger, omdat niet iedereen een schade meldt en omdat niet alle aanrijdingen materiële schade tot gevolg hebben. Na een aanrijding met een groot wild dier wordt men vanuit provinciaal beleid verzocht melding te maken bij de politie. Dit is in ieder geval bij een aanrijding met een edelhert, damhert, ree, wildzwijn en een wolf. Het is vanuit de Omgevingswet niet toegestaan om zelf wilde dieren te vervoeren, (thuis) te verzorgen en te houden. Het aantal gemelde aanrijdingen met een dier dat bij de politie is geregistreerd in 2020 is 612. Dit is veel lager dan het aantal schadeclaims en bevat ook aanrijdingen met gehouden dieren. Dit grote verschil komt doordat de politie niet altijd ter plaatse gaat en dan geen rapport opmaakt.
De politie schakelt de partij in waar in die provincie een regeling mee is getroffen. Meestal is het de faunabeheereenheid die een jager ter plaatse stuurt. Als het dier is overleden, kan de jager het registreren en meenemen. Als het dier is doorgelopen, spoort de jager het op met een getrainde speurhond en mocht het dier nog leven en zodanig gewond zijn, dan zal de jager het dier uit zijn lijden verlossen. Bij een aanrijding met kleinere wilde dieren wordt vaak de dierenambulance ingeschakeld. Naast zoogdieren en vogels vallen er ook veel slachtoffers onder reptielen, amfibieën en insecten. Reptielen en amfibieën zijn vaak slachtoffer op fiets- en mountainbike paden die natuurgebieden doorkruizen.
Er zijn dus veel partijen betrokken bij wildaanrijdingen en de gegevens van deze partijen worden niet verzameld en samengevoegd. Helaas zijn er dus geen betrouwbare aantallen te vinden van de totale hoeveelheid wilde dieren die jaarlijks wordt aangereden in Nederland. Van enkele diersoorten is een schatting van het aantal verkeersslachtoffers te vinden. Naar egels, otters en insecten is onderzoek gedaan, de overige schattingen zijn gedaan op basis van de beschikbare gegevens van de betrokken partijen.
Van het aantal aanrijdingen met wolven wordt het absolute aantal bijgehouden door BIJ12. Tussen 2017 en 2022 waren het er gemiddeld 2 per jaar, in 2023 waren dit er 12.
Diersoort
Geschatte/gemiddelde aantal
aanrijdingen per jaar
Bron
Insecten
1.600.000.000.000
Van Vliet et al., 2011
Egels
135.000
Klaarmond, 2021
Reeën
10.000
SWN, 2024
Dassen
1.500
Das&Boom, 2022
Wilde zwijnen
500 – 1.000
SWN, 2024
Damherten
100
SWN, 2024
Edelherten
100
SWN, 2024
Otters
78
De Groot et al, 2021
In Vlaanderen wordt al sinds 2009 onderzoek gedaan naar het aantal doodgereden dieren via het project ‘Dieren onder de wielen’ van de Vlaamse overheid en organisatie Natuurpunt. Zij vragen burgers doodgereden dieren te melden om knelpunten inzichtelijk te krijgen en in te schatten hoeveel dieren worden doodgereden en of de verkeersdruk het voortbestaan van bepaalde diersoorten in gevaar brengt. Er worden naar schatting 6 miljoen wilde dieren per jaar aangereden. In Nederland worden deze cijfers niet bijgehouden, maar de verwachting is dat deze vergelijkbaar zullen zijn met de cijfers uit Vlaanderen.
De 10 meest gemelde aangereden diersoorten van de afgelopen 15 jaar in Vlaanderen zijn:
De vos staat op de lijst met 10 meest gemelde aangereden diersoorten in Vlaanderen
Gewone pad
Egel
Vos
Bruine kikker
Das
Steenmarter
Eekhoorn
Houtduif
Merel
Bunzing
Volgens een studie door het Centre for Environmental and Marine Studies in Lissabon sterven er jaarlijks in heel Europa zo’n 194 miljoen vogels en 29 miljoen zoogdieren door het verkeer. De merel en de dwergvleermuis waren in deze studie het vaakst slachtoffer.
Naast dat aanrijdingen voor dieren vaak de dood tot gevolg hebben, is het voor de betrokken mensen een impactvolle en soms traumatische gebeurtenis. Uit de openbare meldgegevens van de politie blijkt dat er tussen 2012 en 2022 18 doden zijn gevallen na een aanrijding met een dier en waren er 487 aanrijdingen met letsel tot gevolg. De schadeclaim na een aanrijding met een wild dier was volgens het Verbond van Verzekeraars in 2020 gemiddeld €1.921,-. In totaal werd er in 2020 dus €15.489.023,- uitgekeerd.
Wet- en regelgeving
Wet dieren
Vanuit de zorgplicht die is vastgelegd in de Wet dieren (artikel 2.1 lid 6) ben je verplicht om na een aanrijding een gewond dier de nodige hulp te bieden. Dit kan door te bellen naar de politie op 0900-8844 bij grote dieren (dat zijn in ieder geval edelhert, damhert, ree, wildzwijn en wolf) en naar meldpunt 144 of de dierenambulance bij kleine dieren. Bij spoed dient men 112 te bellen, zoals bij een gevaarlijke situatie op de snelweg.
Omgevingswet
De Omgevingswet is voor dieren in het wild de belangrijkste wet, waarbij veel bevoegdheden voor natuur- en soortenbescherming gedecentraliseerd zijn naar de provincies. In deze wet staan o.a. regels over jacht, beheer en schadebestrijding. De Omgevingswet bepaalt dat afschot gepleegd mag worden voor de verkeersveiligheid maar pas aan de orde is indien er geen andere bevredigende oplossing is.
Wegenverkeerswet
Wegbeheerders (provincie, gemeente, Rijkswaterstaat en de waterschappen) kunnen maatregelen nemen om wildaanrijdingen te voorkomen en dieren te beschermen. Dit is geregeld in de Wegenverkeerswet (WVW, 1994). Naast de bescherming van verkeersbelangen – zoals het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van gebruikers en passagiers – kunnen verkeersbesluiten ook leiden tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade. Dit betekent dus dat de wegbeheerder wegen kan afsluiten in verband met de paddentrek, hekwerken of tunnels kan plaatsen of de maximumsnelheid kan beperken om overstekende dieren te beschermen.
Meerjarenprogramma Ontsnippering
In
2005 startte in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). Het doel was om in 15 jaar tijd
176 knelpunten in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) weer met elkaar te
verbinden, zodat wilde dieren zich veilig kunnen verplaatsen en er minder
aanrijdingen plaats zouden vinden. In 2018 is het programma afgerond en zijn er
meer dan 500 maatregelen genomen, zoals de aanleg van ecoducten en tunnels. De
betrokken partijen (o.a. Rijkswaterstaat, ProRail, provincies, gemeenten en
onderzoekers) houden elkaar ook na de afronding van het programma op de hoogte
van goede praktijken via de Community of Practice (CoP). Het programma leverde
onder meer het document ‘Leidraad A&O Faunavoorzieningen bij
Infrastructuur‘op, waarin alle mogelijk te nemen maatregelen en hun
effectiviteit beschreven staan. Kritische noot van de onderzoekers is dat er
meer wetenschappelijk onderzoek gedaan moet worden naar de effectiviteit van mogelijke
maatregelen.
Als weggebruikers zijn wij te gast zijn in de natuur
Problematiek
Geen centrale registratie
In Nederland is er helaas geen centrale registratie van wildaanrijdingen en genomen maatregelen en is dus niet bekend hoeveel wilde dieren worden aangereden. Dit maakt het moeilijk om actuele cijfers en ‘hotspots’ boven water te krijgen om effectief maatregelen te nemen en hun effect te monitoren.
Afschot zonder onderbouwing
Er wordt veel afschot gepleegd om aanrijdingen met grote hoefdieren te voorkomen. Ondanks dat er de afgelopen jaren steeds meer dieren zijn afgeschoten met als reden dat dit de verkeersveiligheid ten goede komt, zijn er steeds meer aanrijdingen met wilde dieren. Over het juiste gebied om dieren af te schieten ten behoeve van de verkeersveiligheid is zelfs onder wildbeheerders discussie. Zo wordt afschot vaak ingezet rondom wegen waar aanrijdingen plaatsvinden, maar is er juist het vermoeden dat volwassen dieren die rondom drukke wegen leven, hebben geleerd om te gaan met het verkeer en dit ook aan hun jongen leren. Wanneer dieren die verder van de weg leven worden afgeschoten, ontstaat er verstoring en daardoor verplaatsing van dieren die niet weten hoe om te gaan met het verkeer.
Ondanks dat er wel gesteld kan worden dat er bij meer dieren meer aanrijdingen zijn, is de effectiviteit en juiste inzet van afschot niet bekend en kan het daarom niet afgewogen worden tegen andere maatregelen die te nemen zijn voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is afschot symptoombestrijding, niet diervriendelijk en geen duurzame oplossing. We zouden ons als weggebruikers moeten realiseren dat wij te gast zijn in de natuur en dat wij het probleem zijn en de aanrijdingen veroorzaken, niet de dieren.
Versnipperde leefgebieden
Leefgebieden van wilde dieren worden steeds kleiner. Sommige barrières, zoals afgerasterde wegen, kunnen een 100% barrière vormen, waardoor populaties geïsoleerd raken. Ook kunnen barrières een afschrikwekkende werking hebben en zorgen voor een gedragsbarrière, het dier durft simpelweg niet meer langs de barrière. Door de vele barrières is er in plaats van één groot leefgebied met één grote populatie, een versnipperd landschap ontstaan met kleine leefgebieden en subpopulaties. Populaties kunnen door omstandigheden lokaal verdwijnen en uiteindelijk kan dit leiden tot het uitsterven van een diersoort. Ook raakt de genetische achtergrond van de dieren vernauwd; er is hogere verwantschap tussen dieren uit kleine populaties. Het realiseren en uitbreiden van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) (het verbinden van de leefgebieden met nieuwe natuur en het opheffen van barrières door middel van faunapassages) is belangrijk voor het niet verder afnemen van de biodiversiteit.
Standpunt van de Dierenbescherming
De Dierenbescherming hanteert voor het doden van in het wild levende dieren een ‘Nee, tenzij-principe’ en is van mening dat er te makkelijk gekozen wordt voor afschot in het kader van de verkeersveiligheid. Afschot is geen bewezen effectief middel en er zijn diervriendelijke maatregelen om aanrijdingen met wilde dieren te voorkomen. Wilde dieren moeten zich ongehinderd en veilig kunnen verplaatsen tussen leefgebieden.
De Dierenbescherming vindt dat er op wegen waar terugkerend aanrijdingen zijn met wilde dieren preventieve maatregelen genomen moeten worden ter voorkoming van aanrijdingen. De aanrijdingen en maatregelen moeten openbaar en centraal in kaart gebracht worden.
Faunapassages faciliteren dagelijkse bewegingen van dieren
Aanpak van de problematiek volgens de Dierenbescherming
Het is allereerst belangrijk om in kaart te brengen waar veel aanrijdingen met wilde dieren plaatsvinden en welke dieren langs de weg of het spoor leven. De overheid of provincies zouden het voortouw moeten nemen om met alle betrokken partijen te zorgen voor een centrale registratie en actuele knelpuntenkaart en het laten uitvoeren van onderzoek. Op basis van de knelpunten kan er onderzocht worden welke maatregelen er door weg- en spoorbeheerders genomen kunnen worden. Het is vaak kostenbesparend om bij renovatie preventieve maatregelen mee te nemen. Ook bij de aanleg van nieuwe barrières dient in kaart gebracht te worden welke dieren hinder zullen gaan ondervinden en er moeten direct bij de aanleg preventieve maatregelen genomen worden.
Wanneer dit in kaart is gebracht kan er gepuzzeld worden welke maatregelen en faunapassages er langs het traject genomen kunnen worden. Het is belangrijk te kiezen voor maatregelen en faunapassages die bewezen effectief zijn, om te voorkomen dat er publiek geld wordt weggegooid naar ineffectieve maatregelen zoals bijvoorbeeld wildspiegels en verkeersborden. Een zeer effectieve maatregel (gemiddeld 83% effectief) om aanrijdingen te voorkomen zijn rasters. Hierbij is het belangrijk om ervoor te zorgen dat er uittreedmogelijkheden zijn en dat het raster geen barrière vormt dat het gebied volledig afsluit. Rasters moeten daarom altijd gebruikt worden in combinatie met faunapassages.
Enkele voorbeelden van faunapassages zijn ecoducten, wildtunnels, amfibiegoten en eekhoornbruggen. Faunapassages faciliteren dagelijkse bewegingen van dieren, seizoensmigratie, uitwisseling tussen populaties, verbeteren de bereikbaarheid van natuurgebieden en maken verschuiving van diersoorten mogelijk. Naast rasters kan er ook gedacht worden aan wilddetectiesystemen (gemiddeld 57% effectief), herinrichting van een gebied of het verlagen van de snelheid. Er is een scala aan maatregelen dat genomen kan worden. Een compleet overzicht met eventueel wetenschappelijk aangetoonde effectiviteit is te vinden in de Leidraad Faunavoorziening bij Infrastructuur.
Wat doet de Dierenbescherming?
De Dierenbescherming pleit ervoor om bij mens-dierconflicten de oplossing te zoeken in diervriendelijkere maatregelen. We lobbyen hier niet alleen voor, maar gaan ook actief op zoek naar maatregelen en steunen projecten en pioniers.
In 2023 organiseerden we themabijeenkomsten over het diervriendelijk voorkomen van wildaanrijdingen voor Provinciale Statenleden en andere beleidsmakers. Bekijk hier de presentaties van de bijeenkomsten terug.
Stem tijdens de verkiezingen op een partij die in het verkiezingsprogramma pleit voor meer inzet op preventieve, niet-dodende maatregelen voor overlastgevende dieren.
Rondom bestaande en nieuwe wegen, spoorlijnen en andere barrières wordt door de wegbeheerder onderzoek gedaan naar welke maatregelen getroffen moeten worden om aanrijdingen met en isolatie van wilde dieren te voorkomen.
Monitor en onderzoek wildaanrijdingen om hotspots te bepalen. Let hierbij ook op de toegankelijkheid van een leefgebied.
Tref preventieve maatregelen om aanrijdingen met wilde dieren te voorkomen, en monitor de effectiviteit van de genomen maatregelen.
Laat bij (plannen voor aanleg van) fietspaden in natuurgebieden gedegen onderzoek uitvoeren naar eventuele aanwezige reptielen en amfibieën en tref preventieve maatregelen indien een andere route niet mogelijk is.
Pleeg onderhoud bij de genomen maatregelen om te voorkomen dat de faunapassages onbruikbaar worden en geen effect meer hebben.
Ook waterwegen kunnen zorgen voor een barrière en dieren in gevaar brengen. Neem dus ook preventieve maatregelen bij waterwegen, zoals uittreedtrappen.
Initieer een landelijk registratiesysteem om overzicht te krijgen en houden van wildaanrijdingen en getroffen maatregelen. Doe dit het liefst in samenwerking met een onderzoeksinstituut dat met de gegevens onderzoek kan uitvoeren. Roep burgers op dit registratiesysteem te gebruiken.
Zorg voor een goede samenwerking tussen de afdelingen faunabeheer en infrastructuur voor de uitvoering van preventieve maatregelen.
Sta gemeenten met kennis en financiën bij om preventieve maatregelen te treffen op gemeentelijke wegen.
Verleen geen ontheffing voor afschot ten behoeve van de verkeersveiligheid als er geen of onvoldoende preventieve maatregelen zijn getroffen.
Verlaag de maximumsnelheid (eventueel tijdelijk) naar 60 km/uur op provinciale wegen die het leefgebied van wilde dieren doorkruisen en sluit eventueel wegen af in de schemer en nacht.
Faciliteer en ondersteun vrijwilligers en sluit tijdelijk wegen af, bijvoorbeeld ten behoeve van de paddentrek.
Voor dieren in het wild
In het wild levende dieren in Nederland komen geregeld in de problemen doordat ons land meer en meer is aangepast aan menselijke behoeftes. Wij pleiten voor een diervriendelijkere omgang met deze dieren, en zoeken actief naar diervriendelijke oplossingen.
De Groot, G.A., Bovenschen, J., Laar, M., Villing, N., Lammertsma, D.R. & Jansman, H.A.H., 2024. Status van de Nederlandse otterpopulatie: genetische variatie, mortaliteit en infrastructurele knelpunten in 2021. WOt-technical report 229. Wageningen University & Research.